man van de heuvels     
        
HANS COUMANS
introductie wikipedia biografie oeuvre artikelen boek stichting contact

 

introductie

 

Kunstschilder Hans Coumans (1943-1986) trok zijn eigen plan. Hij zou altijd de hartstochtelijke provinciaal blijven. Terwijl tijdgenoten in de jaren 60 op zoek naar culturele en artistieke bevrijding naar de belangrijke Europese mondaine steden trokken waar de nieuwste ontwikkelingen zich afspeelden danwel aansluiting vonden bij de mainstream Postmoderne (abstracte/conceptuele) kunst, bleef de hartstochtelijke natuurmens Hans Coumans emotioneel verbonden aan het Bourgondische Heuvelland en schilderde hij buiten de mainstream om in impressionistische stijl - het zelfontwikkelde Coumansisme, een lichte variant op het impressionisme en naar verluid het enige 'isme' waar deze schilder fervent aanhanger van was.

Hans Coumans was een begaafd, markant en betrokken kunstschilder. Hij was een uitgesproken man met een uitgesproken mening. Hij stond bekend als kunstbohémien, vrijbuiter en vrijzinnige, kritische (links-dwarse) geest - vóór het volk en tegen de macht - die met elan en humor opstond voor (individuele) vrijheid en in verzet kwam tegen (maatschappelijk) onrecht. Zelf omschreef hij zich als "... een cowboy onder de Limburgse schilders" (), omdat hij zich als volledig (financieel) vrije en autonome kunstschilder door niemand de wetten en regels liet voorschrijven en zich allesbehalve gehouden achtte aan de maatschappelijke orde of conformeerde aan de heersende opvattingen - via zijn werk en ludieke publieke acties kwam hij in verzet tegen het establishment en leverde hij kritiek zodra hij het ergens niet mee eens was, wat geregeld leidde tot ophef en verhitte discussies binnen de plaatselijke gemeenschap ().

Hans Coumans was een buitengewoon emotionele (grillige) persoonlijkheid - 'himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt...' - en door de hartstochtelijke liefde voor het leven (de numineuze natuur) kende hij een grote emotionele verbondenheid met de natuur, de medemens en de maatschappij. De schilder was diep onder de indruk van de Schepper en hij had onnoemelijk respect voor 'het hele gebeuren' rondom de Schepping, zoals alles ontstaat en was ontstaan, dat het fenomeen het leven hem heilig was. Er werd wel eens gezegd, dat Hans Coumans dagelijks pauselijk de grond kon kussen uit dankbaarheid en diep respect voor het leven - ofschoon de schilder zich uitdrukkelijk onder geen enkel beding wenste toe te laten schrijven tot enig 'isme', is dit beslist de grondslag van het radicaal afwijzen van het establishment, het kapitalisme, neo-liberalisme, economisme (commercie), consumisme en alles wat in zijn ogen een bedreiging vormde voor de natuur (de aarde). De natuur, de mens(elijkheid) en de maatschappij (politiek en religie), dus het leven in al haar facetten, waren belangrijke algedurige persoonlijke thema's en vormden de voornaamste onderwerpen in zijn werk. Vooral de natuurmotieven van het Heuvelland vormden gedurende zijn hele schildersloopbaan van jongs af aan een centraal motief, waardoor dit kenmerkend is voor zijn oeuvre. Het Zuid-Limburgse landschap mag men dan ook beschouwen als zijn zogeheten persoonlijke oeuvre oftewel het deel van zijn oeuvre waar zijn werkelijke interesse lag en waarmee hij zich als kunstschilder wilde profileren. De schilder was overweldigd, geobsedeerd door de wonderbaarlijke fenomenen in de natuur, en hij wilde de ziel ervan doorgronden, blootleggen en andere mensen hiervan deelgenoot maken en bewust maken: "... velen hebben de ogen open, maar ze zien niets!". De vergankelijkheid en het ontstaan van nieuw leven, de gedaantewisselingen (transformatieprocessen) en de jaargetijden oefenden een continue aantrekkingskracht op hem uit, maar met name de herfst met zijn bonte roestige, roodbruine kleurschakering en de magische werking van het strooilicht van de laaghangende zon bleef zijn favouriete seizoen. In dat opzicht vormen de schilderijen de getuigenissen van grote verwondering over de grootsheid van de natuur (het leven) en de schoonheid van het Zuid-Limburgse landschap, dat onovertroffen was in Nederland volgens de schilder. Behalve de landschapskunst was Hans Coumans bedreven in de portretkunst alsook enige tijd in de decoratieve kunst - het werken als sneltekenaar en decoratieschilder in kroegen, op braderieën en andere openbare gelegenheden was een belangrijke inkomstenbron voor de schilder, die pertinent weigerde een beroep te doen op kunstsubsidies - en vervaardigde hij bovendien talloze 'maatschappelijke' werken (voor verenigingen) en kritische werken.

Ofschoon Hans Coumans al vroeg in zijn schilderscarriere toegewijd was aan de plein air landschapskunst en "de kunst van het echte schilderen" zoals hij dat verwoordde oftewel de ware schilderkunst (het serieuze schilderen), zou lange tijd vooral de ware levenskunst op de voorgrond staan doordat Hans Coumans lange tijd een vrijbuitsersleven leidde en hij zich vooral richtte op het 'gemakkelijke geld' als straattekenaar (snelportrettist) en commerciële reclame/decorateur-schilder in de talrijke Zuid-Limburgse toeristische établissementen, totdat de komst van zijn muze - zijn onverwacht opdoemende jeugdliefde, die als kind al bezworen had dat zij op latere leeftijd zouden trouwen - een keerpunt in zijn leven en schildersloopbaan teweeg bracht (), en hij zich vanaf dat moment volledig ging toeleggen op het echte (serieuze) schilderen oftewel de ware schilderkunst en uiteindelijk begin jaren 80 serieuze artistieke reputatie verkreeg in de Limburgse provincie. Ondanks dat Hans Coumans slechts een leeftijd van 43 jaar bereikte, was hij door zijn buitengewoon losse en buitengewoon vlotte werkwijze een productieve schilder, en realiseerde hij uiteindelijk een artistiek nalatenschap van enkele duizenden werken.

Het Coumansisme, welk door de schilder zelf werd omschreven als een lichte (hedendaagse) variant op het impressionisme, kenmerkt zich als opvallend 'levendig'. Het werk is emotioneel (intens) en uitbundig in coloriet. Typisch zijn de krachtige streken - hij had een 'krachtige' hand - waardoor de werken tegelijkertijd een ruige als lieflijke (beweeglijke) elegantie kennen. Hans Coumans was een buitengewoon virtuoos schilder (pas op: enkel als hij er echt zin in had!), die niet alleen zeer behendig en bovendien rap het potlood of het penseel hanteerde, maar ook beschikte over de gave om diep door te dringen tot het wezen des persoons of de geest van de plek, waardoor hij in staat was om (de essentie van) het onderwerp buitengewoon treffend en in een handomdraai neer te zetten. In tegenstelling tot veel beroemde Impressionistische werken, die de schijn wekken van de impressie van het onmiddellijke moment maar feitenlijk zorgvuldig na uitgebreidde voorstudies tot stand zijn gekomen, zijn de (plein air) werken van Hans Coumans daadwerkelijk de impressie van het ogenblikkelijke moment en doorgaans in één sessie, soms in een paar uur zonder uitgebreide voorstudies of technische hulpmiddelen - fotografie was uit den boze! - vervaardigd.
Als schilder was Hans Coumans vroeg rijp en te eigenwijs voor de Maastrichter Stadsacademie en even later bekend beeldend kunstenaar Charles Eyck, waar hij slechts korte tijd verbleef, is hij te beschouwen als selfmade schilder (autodidact). In de vroege periode, nog te jong voor de kunstacademie, zag de jonge schilder de oude meesters waaronder Pieter Paul Rubens, Rembrandt van Rijn en Frans Hals, maar ook de latere Francisco Goya en Diego Velázquez als voorbeeld, terwijl later het frivole werk van Claude Monet en Édouard Manet alsook de krachtige grafische werk van Vincent van Gogh van invloed zou zijn. Doordat hij gedurende zijn gehele loopbaan enkel geinteresseerd was in het meesterschap oftewel het echte schilderen karakteriseert het artistieke oeuvre als geheel zich door een grote mate van consistentie in stijlontwikkeling en vakmanschap, terwijl de individuele werken dikwijls opvallend inconsistent (grillig) in stijl, emotie en zeker ook artistieke kwaliteit verschijnen, wat behalve de onderzoekende houding beslist het gevolg was van het nogal wisselende (grillige) temperament van de schilder, die zoals hij dat zelf verwoordde: "niet elke dag een zondagse dag had...".

Omdat Hans Coumans schilderde in een 'levendige' impressionistische stijl in een tijd dat de mainstream of 'de officiële kunstwereld' het impressionisme dood had verklaard, viel er voor hem destijds weinig eer te behalen. De kunstwereld had de kunst na de Tweede Wereldoorlog vanaf de jaren 60 van de vorige eeuw geherdefinieerd - alles moest anders en vernieuwing werd het nieuwe paradigma of 'isme' - en radicaal afgerekend met de tot dan toe gangbare figuratieve kunst, waardoor de kunstwereld en de gezaghebbende kunstbladen geen interesse toonden in het (figuratieve) werk van Hans Coumans, die op zijn beurt met het Coumansisme ('anti-isme') pleitte voor volledige vrijheid in de kunsten - "wie bepaalt dat nou, wat kunst is..?!" - maar zich (door zijn toegankelijke kunst en beslist ook toegankelijke persoonlijkheid) vooral ontpopte tot een populair cultfiguur, een schilder van het volk. Toch gingen vanaf het einde van de jaren 80 ook andere schilders in Europa en de VS weer impressionistisch schilderen en kwam het Impressionisme (en andere figuratieve stromingen) met de intrede van het onderzoekstijdperk (digitale tijdperk) gaandeweg weer in de gratie, en ontwikkelde de kunst zich tot een brede pluriforme kunststroming - 'alles is kunst' was de nieuwe opvatting - waarbij het impressionisme weer volledig geherwaardeerd is.

 

 

 

oeuvre

 

landschappen

stadsgezichten

olieverf portretten

snelportretten

zelfportretten

stillevens

kritisch werk

overig werk

 

 

introductie wikipedia biografie oeuvre artikelen boek stichting contact