man van de heuvels
Hans Coumans
introductie wikipedia biografie oeuvre artikelen boek stichting contact

 

introductie

 

Man van de heuvels Hans Coumans, schilder van het Zuid-Limburgse landschap en de regionale volkscultuur. Hans Coumans was een flamboyante, fijngevoelige en über-emotionele (grillige) man en door de grote liefde voor het leven stond hij bekend als buitengewoon hartstochtelijk en uitgesproken betrokken. Het leven in al haar facetten, dus de natuur, de mens en de samenleving waren belangrijke algedurige persoonlijke thema's en vormen de voornaamste onderwerpen in zijn schilderkunst. Vooral het Zuid-Limburgse landschap, dat qua schoonheid aldus de schilder onovertroffen was in Nederland, vormde gedurende zijn hele schildersloopbaan een centraal motief, waardoor dit kenmerkend is voor zijn oeuvre - dit is dan ook wel te beschouwen als zijn persoonlijke oeuvre. Naast de landschapskunst was Hans Coumans bedreven in de portretkunst - het portretteren in de vele kroegen, de braderieën en andere openbare gelegenheden was een belangrijke bron van inkomsten - alsook enige tijd in de decoratieve kunst en vervaardigde hij bovendien talloze kritische werken. Zijn gehele loopbaan schilderde hij non-conformistisch terzijde de mainstream Postmoderne kunst (abstract/conceptueel) in een opvallend 'levendige' impressionistische stijl, het zelfbenoemde Coumansisme, waarmee hij ageerde tegen de hegemonie en pleitte voor volledige vrijheid in de kunsten. Ondanks dat Hans Coumans slechts een leeftijd van 43 jaar bereikte, was hij door zijn buitengewoon vlotte werkwijze een productieve schilder, en realiseerde hij uiteindelijk een artistiek nalatenschap van enkele duizenden werken.

 

 

 

persoonlijk

 

Johannes Jozef (Hans) Coumans (Schin op Geul, 19 maart 1943 – Heumen, 16 november 1986) was een flamboyante kuntbohémien, artistieke vrijbuiter en rebelse autonome, liberale geest. Met Sturm und Drang ontplooide Hans Coumans een bruisende levenskunst en dito schilderkunst. Wars van de tradities en de Roomse moraal in de zuidelijke Nederlanden van de jaren 50 van de vorige eeuw wist hij zich al vroeg als artistieke vrijbuiter vrijgevochten van de gevestigde maatschappelijke orde en eigenhandig een status te verwerven als vrije en onafhankelijke, overigens bewust autodidact, kunstschilder, die leefde van zijn penseel. "Nooit heb ik maar enig beroep hoeven doen op kunstsubsidies!" verkondigde de eerzuchtige schilder veelvuldig.
Door zijn bijzonder fijngevoelige, über-emotionele (grillig) en weerbarstige persoonlijkheid en de grote liefde voor het leven (de numineuze natuur) was hij een hartstochtelijk natuurmens en was hij bijzonder sociaal bewogen en uitgesproken (links-dwars) politiek-maatschappelijk betrokken. Hij was diep onder de indruk van de Schepper - zijn grote Vriend - en hij had onnoemelijk respect voor "... het hele gebeuren" rondom de Schepping, zoals alles ontstaat en was ontstaan, dat het fenomeen het leven (de numineuze natuur) hem heilig was. Door dit indringende persoonlijke 'isme' verwierp hij radicaal elk ander gedachtegoed. Door zijn groot rechtvaardigheidsgevoel kwam hij met opvallend elan en humor in verzet tegen de gevestigde orde en de elite, en streed hij tegen onrecht. Als buitengewoon kritische burger voelde hij zich geroepen om via zijn kritische kunst en ludieke publieke acties (op de barricade) actuele maatschappelijke misstanden aan de kaak te stellen of prominente politieke figuren op de hak te nemen, wat geregeld tot ophef en verhitte discussies leidde binnen de plaatselijke gemeenschap
.

 

 

 

levensloop

 

Johannes Jozef (Hans) Coumans groeide op in Schin op Geul, waar hij zich al vroeg onderscheidde door een uitzonderlijk artistieke talent, waarmee hij diverse tekenwedstrijden won. Rond zijn 8e levensjaar was het althans volgens de jonge Hans Coumans definitief beklonken en verkondigde hij met de nodige bravoure, dat hij kunstschilder zou worden en de wijde wereld in zou gaan. Totdat hij zou worden toegelaten aan de kunstacademie, zou hij het vooral rustig aan kunnen doen, aldus zijn opvatting. In zijn vroege tienerjaren, na de afronding van de Ambachtsschool in Heerlen met een diploma voor huisschilder (waar hij, nog te jong voor de academie, gezien "... de materiaalkennis tenminste nog iets aan had") leidde onenigheid met zijn ouders die afkeurend stonden ten opzichte van de keuze voor het kunstenaarsschap ertoe, dat Hans Coumans een rusteloze periode doormaakte en een onzeker, ongebonden zwervend bestaan leidde, en tussen zijn 15e een 19e levensjaar geregeld solistisch langdurigereizen (soms tot driekwart jaar) ondernam naar Duitsland, Oostenrijk, België, Frankrijk en Spanje, op zoek naar vrijheid en andere manieren van leven, terwijl zijn ouders veelal geen idee hadden waar hun zoon zich ophield. Gedurende die reizen vergaarde hij schamele inkomsten als vrijbuiter en kermisknaap of met het portretteren van het uitgaande publiek op de terrassen en in de kroegen. In 1961 vergezelde hij een half jaar lang het rondreizend internationaal circusgezelschap Toni Boltini, waar hij onder andere werkte als olifantendompteur.

Na de militaire dienst in 1963 studeerde Hans Coumans aan de stadsacademie in Maastricht en ging hij een periode in de leer bij beeldend kunstenaar Charles Eyck, echter door zijn eigenzinnigheid en ongeduldigheid bleek dit in beide gevallen van zeer korte duur. In diezelfde tijd vestigde hij zich 'officieel' als zelfstandig kunstenaar in Valkenburg, en ofschoon hij actief was als landschapsschilder, ontplooide hij zich in die tijd met name als portrettist en decoratieschilder met als specialisme omvangrijke thematische wandschilderingen, veelal met als onderwerp het Heuvelland en de regionale volkscultuur, in de établissementen en andere openbare gelegenheden in Valkenburg en omstreken. In 1965 trok hij vanwege de maatschappelijke en kunstzinnige ontwikkelingen naar Haarlem en Amsterdam, waar hij zich begaf onder de jonge kunstacademici en zich aansloot bij het geweldloos verzet van de provobeweging, echter de massahysterie deed hem spoedig terugkeren naar het gemoedelijkere zuiden. In 1969 ging hij naar Spanje, waar hij zich in Benidorm, Lloret de Mar en Calella de la Costa net als in het Heuvelland bezighield met snelportretten en wandschilderingen en hij spoedig faam maakte als Pintor Holandes, echter na problemen met een uitbetalingen keerde hij weer terug naar Valkenburg.

Begin jaren 70 had Hans Coumans zich in Zuid-Limburg ontpopt tot een populair cultfiguur en een schilder van het volk. Vooral in de toeristische hoofdstad van het zuiden Valkenburg was hij de hofschilder van het stadje en vervaardigde hij vele publieke werken voor de gemeente, bedrijven en verenigingen en legde hij vooraanstaande publieke figuren vast op doek. Ofschoon het hem als culturele entrepreneur gezien het groot aantal opdrachten voor de wind ging, weerhield het gemakkelijke commerciële geld maar beslist ook het bijbehorende Bourgondische leven hem ervan om zich te richten op datgene waar zijn hart werkelijk lag, namelijk de ware schilderkunst of zoals hij dat zelf verwoordde: "het echte schilderen". Dit veranderde echter plotsklaps, toen hij in Valkenburg zijn muze, zijn schoonzus waar hij 20 jaar geen contact mee had gehad, via een opdracht wederom ontmoette, met wie hij vervolgens na een zeer kortstondige liefdesaffaire in 1970 in het huwelijk trad. Zij betekende een definitief keerpunt in zijn leven en zijn schilderscarrière, en sindsdien zou hij zich volledig toeleggen op de ware schilderkunst.

Na een financieel onzekere periode en overlast van het opkomende massatoerisme in het toeristenstadje verhuisde de schilder in 1976 naar het forensenstadje Nuth, waar hij, afgezonderd van bruisend Valkenburg in een depressie terecht kwam. Toen hij in 1981 wegens herontwikkelingsplannen gedwongen was zijn huis te verlaten, kwam hij in het plattelandsdorp Bingelrade terecht, waar hij de langgekoesterde rust vond en gaandeweg in een persoonlijke en artistieke bloeiperiode terecht kwam. Vanaf dat moment genoot hij zowel artistieke als financiële voorspoed en verkreeg hij reputatie in de provincie Limburg. Na een reeks van successen overleed Hans Coumans plotsklaps als gevolg van een noodlottig autoongeluk.

 

 

 

schilderkunst

 

Gedurende zijn gehele schilderscarrière hanteerde Hans Coumans een Impressionistische schilderstijl en ontwikkelde hij een eigen variant, het zelfbenoemde Coumansisme, welke hij continu doorontwikkelde en perfectioneerde - hij was in niets anders dan geïnteresseerd in het ontwikkelen van het meesterschap. Dit Coumansisme kenmerkt zich als opvallend 'levendig': het is intuïtief, het is krachtig, het zit vol emotie en kent een opvallend vlotte, losse, elegante (ogenschijnlijk nonchalante) Coumans-toets en veelal een warm, uitbundig coloriet.

De schilder was gefascineerd en door zijn hoog-sensitiviteit dikwijls overweldigd door de wonderbaarlijke fenomenen en transformatieprocessen in de natuur en door het typische Zuid-Limburgse landschap, welk in zijn ogen in schoonheid onovertroffen was in Nederland. Met name het herfstseizoen met zijn roodbruin tinten en het magische strooilicht behoorde tot zijn favouriete jaargetijde. De schilderijen vormen de getuigenissen van een grote verwondering van de pracht en de grootsheid van de natuur. Hans Coumans beschikte over het talent om werkelijk diep door te dringen tot de ziel des persoons of de aard van de plek en dit op unieke wijze op doek vast te leggen.

Als schilder was hij al vroeg rijp - hij was een kindschilder - en hoewel hij rond zijn 20e zou gaan studeren aan de Maastrichter stadsacademie en later in de leer ging bij Charles Eyck, was dit als gevolg van zijn eigenzinnigheid en rusteloosheid maar vooral weerbarstige aard in beide gevallen van korte duur, waardoor hij te beschouwen valt als autodidact. Het Impressionisme was voor hem niet zomaar een geliefde schilderstijl, het was vooral een vanzelfsprekende uitkomst van zijn über-emotionele, grillige soms ongeduldige persoonlijkheid als navenante onzekere, turbulente vagebondachtige levensstijl (zonder geld, zonder tijd, laat staan een atelier), maar vooral ook van de emotionele en intuïtieve wijze waarop hij het subject benaderde: de (plein air) werken zijn dan ook daadwerkelijk de impressie van het ogenblikkelijke moment. In tegenstelling tot veel beroemde Impressionistische werken, die de schijn wekken van de impressie van het onmiddellijke moment maar feitenlijk heel zorgvuldig na uitgebreidde voorstudies tot stand zijn gekomen, hanteerde Hans Coumans het penseel met een opmerkelijke vlotheid en behendigheid en vervaardigde hij een (plein air) werk dikwijls in 1 sessie, soms zelfs in een paar uur (pas op: enkel als hij er echt zin in had) zonder vooropgezet plan, uitgebreide voorstudies of technische hulpmiddelen - fotografie was uit den boze! Kenmerkend van het artistieke oeuvre van Hans Coumans als geheel is dan ook dat de ontwikkeling, afgezien van Barokke invloeden in de vroege periode en Expressionistische experimenten in de latere periode, overwegend consistent wellicht behoudend verloopt, terwijl de (soms zelfs opeenvolgende) individuele werken sterk verschillende emotionele intensiteit en beslist ook onderscheidende artistieke kwaliteit vertonen.

 

 

 

kunstkritiek

 

Ondanks kritiek van Limburgse tijdgenoten, die in de jaren 60 naar de mondaine steden trokken (zoals de groep de Amsterdamse Limburgers) waar de nieuwste politiekewaar de nieuwste politieke, maatschappelijke en artistieke ontwikkelingen zich afspeelden of aansluiting vonden bij de mainstream Postmoderne (abstracte/conceptuele) kunst, bleef Hans Coumans emotioneel verbonden aan de romantiek van de Bourgondische volkscultuur en het al even weelderige landschap van de zuidelijke provincie, en bleef hij enkel trouw aan het (Impressionistische) Coumansisme, het enige 'isme' waar hij fervent aanhanger van was. Omdat de kunstwereld de Kunst na de oorlog had geherdefinieerd - alles moest anders en vernieuwing was het nieuwe toverwoord - en alle eerdere (figuratieve) stromingen als zijnde niet 'Salonfähig' had verklaard, toonde de officiële kunstwereld en de gezaghebbende kunstbladen geen interesse in het werk van Hans Coumans, die zich op zijn beurt door zijn toegankelijke kunst maar beslist ook toegankelijke persoonlijkheid vooral ontpopte tot een populair cultfiguur en schilder van het volk. Met het Coumansisme poneerde hij het 'anti-isme', waarmee hij destijds ofschoon tevergeefs pleitte voor volledige vrijheid in de kunsten, echter vanaf het einde van de jaren 80 kwam het Impressionisme bij kunstenaars in Europa en de VS weer in de gratie en heden ten dage is deze stijl weer volledig geherwaardeerd in de kunstwereld.

 

 

 

oeuvre

 

landschappen

stadsgezichten

olieverf portretten

snelportretten

zelfportretten

stillevens

kritisch werk

overig werk

 

 

introductie wikipedia biografie oeuvre artikelen boek stichting contact