man van de heuvels
Hans Coumans
introductie wikipedia biografie oeuvre artikelen boek stichting contact

 

boek


Ter nagedachtenis aan Hans Coumans zal dit jaar het langverwachte oeuvreboek Hans Coumans, man van de heuvels verschijnen. Hoewel er in het verleden een aantal overzichtstentoonstellingen zijn georganiseerd, onder meer in 1986 in Centrum Concarde in Valkenburg aan de Geul en daarna in 1997 en 2014 in het Museum Land van Valkenburg, is zo'n 10 jaar geleden het idee ontstaan om zijn leven en zijn werk blijvend toegankelijk te maken via diverse media waaronder een website en een boek. Zodoende heeft er in de afgelopen jaren een uitgebreid onderzoek plaatsgevonden met als doel om het nalatenschap van Hans Coumans te documenteren om het daarmee blijvend te behouden en vervolgens bij een breder publiek bekend te maken.

 

 

 

 

 

Vrije kunstschilder Hans Coumans (1943-1986) trok zijn eigen plan. Hij zou altijd de hartstochtelijke provinciaal blijven. Door zijn grote liefde voor het leven (numineuze natuur) kende Hans Coumans behalve artistieke bezieling een buitengewone bevlogenheid en maatschappelijke betrokkenheid. De natuur, de mens en de maatschappij (politiek en religie) oftewel het leven in al haar facetten waren belangrijke algedurige persoonlijke thema's en vormen de voornaamste onderwerpen in zijn kunst.
Terwijl tijdgenoten in de jaren 60 op zoek naar culturele en artistieke bevrijding aansluiting vonden bij de mainstream Postmoderne (abstracte/conceptuele) kunst of naar de belangrijke mondaine Europese steden trokken waar de nieuwste ontwikkelingen zich afspeelden, bleef Hans Coumans emotioneel verbonden aan de Bourgondische cultuur en het al even weelderige landschap van het Heuvelland, en schilderde hij gedurende zijn gehele schildersloopbaan non-conformistisch buiten de mainstream om in een impressionistische stijl, het zelfbenoemde Coumansisme, het enige 'isme' waar hij fervent aanhanger van was. Vooral het Zuid-Limburgse landschap vormde gedurende zijn hele schildersloopbaan van jongs af aan een centraal motief, waardoor dit kenmerkend is voor zijn oeuvre - dit is dan ook wel te beschouwen als zijn persoonlijke oeuvre. Zijn kunst getuigt van een grote verwondering over het natuurschoon van de zuidelijke provincie, welk althans in zijn ogen uniek en zeker in Nederland onovertroffen was. Naast de landschapskunst was Hans Coumans bedreven in de portretkunst - het portretteren in de vele kroegen, de braderieën en andere openbare gelegenheden was een belangrijke bron van inkomsten - alsook enige tijd in de decoratieve kunst en vervaardigde hij bovendien talloze kritische werken.
Omdat de kunstwereld de kunst na de oorlog had geherdefinieerd - alles moest anders en vernieuwing was het nieuwe toverwoord - en alle eerdere (figuratieve) stromingen als zijnde niet 'Salonfähig' had verklaard, toonde de officiële kunstwereld en de gezaghebbende kunstbladen geen interesse in het werk van Hans Coumans, die zich op zijn beurt door zijn toegankelijke kunst maar beslist ook toegankelijke persoonlijkheid vooral ontpopte tot een populair cultfiguur, een schilder van het volk.
Ondanks dat Hans Coumans slechts een leeftijd van 43 jaar bereikte, was hij door zijn buitengewoon losse als vlotte werkwijze een productieve schilder, en realiseerde hij uiteindelijk een artistiek nalatenschap van enkele duizenden werken.

Johannes Jozef (Hans) Coumans (Schin op Geul, 19 maart 1943 – Heumen, 16 november 1986) was een kunstbohémien, een vrijbuiter en nogal dwarse vrijdenker. Ook werd hij omschreven als bon-vivant of Bourgondiër, romanticus, natuurmens, comédien en theaterman. Zelf afficheerde hij zich tekenend als "... de laatste cowboy onder de Limburgse schilders" omdat hij zich niet gehouden achtte aan de maatschappelijke orde en zich allesbehalve conformeerde aan de norm - hij ging er doelbewust lijnrecht tegenin. Met Sturm und Drang wist hij zich al vroeg als artistieke vrijbuiter vrijgevochten van de tradities, Roomse moraal van de jaren 50 van de vorige eeuw en gevestigde maatschappelijke orde en eigenhandig een status te verwerven als vrije en onafhankelijke (overigens bewust autodidact) kunstschilder, die enkel leefde van het penseel. "Nooit heb ik maar enig beroep hoeven doen op kunstsubsidies!" verkondigde de eerzuchtige schilder veelvuldig.
Hans Coumans was een bruisende persoonlijkheid met een bruisende levenskunst en dito kunst van het schilderen. Hij had een opvallend flamboyant, hoog-gevoelig, über-emotioneel (grillig), en weerbarstig temperament - 'himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt...' - en kende een grote liefde voor het leven (de numineuze natuur). De schilder was diep onder de indruk van de Schepper - zijn grote Vriend - en hij had onnoemelijk respect voor "... het hele gebeuren" rondom de Schepping, zoals alles ontstaat en was ontstaan, dat het fenomeen het leven hem heilig was. Er werd wel eens gezegd, dat Hans Coumans dagelijks de grond kon kussen, puur uit dankbaarheid en respect voor het leven. Dit verklaard waarom hij een hartstochtelijk natuurmens was en bijzonder sociaal betrokken en uitgesproken 'links-dwars' politiek-maatschappelijk geengageerd. Het gevolg van deze indringende overtuiging was, dat hij elk ander 'isme' radicaal verwierp en buitengewoon kritisch gekant was tegen (de pedanterie van) het systeem, dat per definitie de vrije meningsuiting van het (andersdenkende) individu ondermijnt. Dientengevolge kwam hij in verzet tegen de klassieke gevestigde orde en de elite, en streed hij tegen allerlei vormen van onrecht. Hij verfoeide de heersende norm, de modegrillen, de tradities oftewel alles 'zoals het hoort' en hij hekelde het kuddegedrag en de middelmaat. Materialisme, industrialisatie en technologische ontwikkelingen waren in zijn ogen louter schijngeloofsartikelen, die enkel negatieve invloed hadden op de mens (sociale ongelijkheid) en de natuur en uiteindelijk leidden tot vernietiging van de aarde. Het kapitalistische wereldbeeld oftewel de commercie, dat alles beschouwde in termen van geld, dat was een totale gruwel in de ogen van de schilder en onverenigbaar met zijn opvatting, dat de wereld van iedereen was. Geld, bezit en status hadden voor hem geen waarde - hij begreep het concept geld niet - omdat ieder mens in zijn ogen gelijk was. Hij stelde, dat de mens was verblind door hebzucht en gekaapt door het geld, terwijl de werkelijke waarde van het leven niet (meer) gekend werd. Voor de werkelijke waarde van het leven hoefde men slechts om zich heen te kijken, naar wat er 'is' oftewel naar het leven zelf (de numineuze natuur). Door vooruitgang was de mens vergeten zelf onderdeel te zijn van de natuur en dat er een belangrijke taak op hem rust om de natuur (het leven) te beschermen. Voor veel mensen was het leven een vanzelfsprekendheid, echter zij waren zich niet bewust van de bijzonderheid ervan, aldus de schilder. Een keer wees hij een dorpsgenoot op een krop sla en zei: "Je eet je hele leven sla, maar begin zo'n krop maar eens te tekenen, je ontdekt dan hoe dwaas het is dat je je hele leven met sla hebt geleefd en nooit (werkelijk) sla hebt gezien... dat je niet eens weet waarin een slablad verschilt van een blad van savooi kool...". En in het verlengde daarvan: "Zo is het hetzelfde met het tekenen van de mens. Je kent hem pas goed als je hem hebt getekend, misschien is het daarom dat ik in zovelen ben teleurgesteld.".
De schilder beschouwde het in een democratie behalve ieders burgerplicht zeker de taak van de onafhankelijke kunstenaar om kritische vragen te stellen en misstanden aan de kaak te stellen of direct betrokkenen ter verantwoording te roepen. Herhaaldelijk berichtten plaatselijke kranten over ludieke provo-achtige protestacties op de barricades en kritische werken die Hans Coumans opzichtig en provocerend aan de voorgevel van zijn woonhuis ophing, waarmee hij op vaak hilarische wijze scherpe kritiek uitte over allerlei actuele maatschappelijke kwesties, zaken aan de orde stelde die het daglicht niet konden verdragen of gericht uithaalde naar specifieke lieden van de kerk ("... die de Bijbel op de kop gelezen hebben...") danwel prominente politieke figuren op de hak nam en aansprak op hun geweten. Dit soort acties leidde dikwijls tot verontwaardiging en verhitte discussies binnen de plaatselijke gemeenschap, wat hem zeker niet bij iedereen geliefd maakte.

Gedurende zijn gehele schilderscarrière hanteerde Hans Coumans een Impressionistische schilderstijl en ontwikkelde hij een eigen variant, het zelfbenoemde Coumansisme, welke hij continu doorontwikkelde en perfectioneerde. In feite was de schilder in niets anders geïnteresseerd dan in het ontwikkelen van het meesterschap, overigens in een tijd dat het meesterschap in de schilderkunst door de mainstream afgezworen was. Dit Coumansisme kenmerkt zich als opvallend 'levendig'. Het is intuïtief, het is krachtig, het zit vol emotie en kent een opvallend vlotte, losse, elegante (ogenschijnlijk nonchalante) toets en veelal een warm, uitbundig coloriet. Die levendigheid wist Hans Coumans te bereiken, doordat hij over het talent beschikte om werkelijk diep door te dringen tot de ziel des persoons of de aard van de plek en dit op een buitengewoon krachtige manier wist vast te leggen. Zo zijn de portretten buitengewoon treffend en overigens in een handomdraai neergezet en wist hij feilloos niet zozeer het angezicht maar vooral het karakter des persoons te portretteren. Ook de talrijke natuurlandschappen (en dorpsgezichten) van het Zuid-Limburgse Heuvelland zijn dikwijls indringend en lijken op het linnen tot leven gewekt te zijn.
In elk motief dat Hans Coumans hanteerde, manifesteert zich een obsessie voor het subject: hij wilde de ziel, het wezen ervan doorgronden, blootleggen en anderen hiervan deelgenoot maken, bewust maken. "... velen hebben de ogen open, maar ze zien niets!" sprak de schilder zich voortdurend uit. De schilder was gefascineerd, als gevolg van zijn hoog-sensitiviteit dikwijls werkelijk overweldigd door de bijzondere fenomenen en transformatieprocessen in de natuur en door het karakter van het Zuid-Limburgse landschap, welk in zijn ogen in schoonheid onovertroffen was in Nederland. In dat opzicht vormen de schilderijen de getuigenissen van grote verwondering over de pracht en de grootsheid van de natuur (het leven). Met name het herfstseizoen met zijn roodbruin tinten en het magische strooilicht behoorde tot zijn favouriete jaargetijde.

Het Impressionisme was niet zozeer een keuze alswel voor Hans Coumans een vanzelfsprekende uitkomst van een über-emotionele, grillige soms ongeduldige persoonlijkheid als navenante onzekere, turbulente vagebondachtige levensstijl (rusteloos, zonder geld, zonder tijd, laat staan een atelier), maar vooral ook van de emotionele en intuïtieve wijze waarop hij het subject benaderde. De (plein air) werken zijn daadwerkelijk de impressie van het ogenblikkelijke moment. In tegenstelling tot veel beroemde Impressionistische werken, die de schijn wekken van de impressie van het onmiddellijke moment maar feitenlijk heel zorgvuldig na uitgebreidde voorstudies tot stand zijn gekomen, hanteerde Hans Coumans het penseel met een opmerkelijke vlotheid en behendigheid en vervaardigde hij een (plein air) werk dikwijls in 1 sessie, soms zelfs in een paar uur (pas op: enkel als hij er echt zin in had) zonder vooropgezet plan, uitgebreide voorstudies of technische hulpmiddelen - fotografie was uit den boze! Vaak bezocht hij een plek, bekeek de situatie kort vanaf verschildende oogpunten en begon veelal direct met schilderen. De academische methode zou hier ontoereikend zijn. Hans Coumans was van mening dat de kunst van het schilderen namelijk niet uit techniek (scholing) bestond, maar voor het overgrote deel, voor 80%, uit durf en slechts het overige deel voor 10% uit (de beheersing van de) techniek en voor 10% uit de kwaliteit van het materiaal. De bravoure om die eerste paar streken neer te zetten op het witte doek, ongeremd, daarin schuilde de ware kunst. En deze methodiek is duidelijk zichtbaar aan de krachtige treffende streken, de lichte 'veerachtige' toetsen, soms de spitse achterkant van het penseel of de ruige vegen van het plamuurmes, zelfs het zakmes waarmee de schilder normaliter zijn appel schilde, waaruit een virtuoze en zelfverzekerde schilder blijkt. Dikwijls schilderde hij met meerdere (complementaire) kleuren aan één penseel om direct en vlot nat-op-nat te kunnen vermengen op het doek. Via deze methode verliep schilderen in een buitengewoon rap tempo. Met name de losjes en vlot geschilderde vrije werken alsook de houtskool portretten zijn tevens de meest krachtige en zodoende de beste werken: hierin komt het meesterschap over het penseel het duidelijkst naar voren. Anderzijds kende hij dagen zonder inspiratie - " een schilder heeft niet elke dag een zondagse dag..." - leed hij periodes aan neerslachtigheid of ervoer hij te veel druk van opdrachtgevers, wat invloed had op de artistieke prestatie.
Het grillige oeuvre is duidelijk het levenswerk van een grillige schilder. Kenmerkend van het oeuvre als geheel is dan ook dat de ontwikkeling, afgezien van Barokke invloeden in de vroege periode en Expressionistische experimenten in de latere periode, overwegend consistent wellicht behoudend verloopt, terwijl de (soms zelfs opeenvolgende) individuele werken sterk verschillende emotionele intensiteit en beslist ook onderscheidende artistieke kwaliteit vertonen. Hoewel er zonder meer vele schilderijen van een twijfelachtige artistieke kwaliteit in omloop zijn, is er binnen het omvangrijke oeuvre dat deze schilder uiteindelijk realiseerde een aanmerkelijk deel van een uitzonderlijk fraaie artistieke kwaliteit. Met name de portretten en de natuurmotieven laten een bijzonder en begaafd schilder zien.

Alvorens Hans Coumans zich volledig zou toeleggen op de ware schilderkunst, zou de ware levenskunst lange tijd op de voorgrond staan. Ofschoon Hans Coumans trots was volledig financieel onafhankelijk te zijn, weerhield het gemakkelijke commerciële geld maar beslist ook het Bourgondische leven hem ervan om zich te richten op datgene waar zijn hart werkelijk lag, namelijk de ware schilderkunst of zoals hij dat zelf verwoordde: "het echte schilderen". Dit veranderde echter plotsklaps, toen hij in Valkenburg zijn muze, zijn schoonzus waar hij 20 jaar geen contact mee had gehad, via een portretopdracht wederom ontmoette, en die een definitief keerpunt in zijn leven en schildersloopbaan inluidde.
Al op de basisschool onderscheidde Hans Coumans zich door een uitzonderlijk artistieke talent waarmee hij gedurende de basisschoolperiode diverse prijzen won, maar omdat zijn ouders afkeurend stonden ten op zichte van het kunstenaarsschap, leidde Hans Coumans al vroeg, na de afronding van de Ambachtsschool in Heerlen met een diploma voor huisschilder (waar hij, nog te jong voor de academie gezien "... de materiaalkennis tenminste nog iets aan had") een onzeker, ongebonden zwervend bestaan. Tussen zijn 15e een 19e levensjaar ondernam hij solistisch diverse langdurige reizen (soms tot driekwart jaar) naar Duitsland, Oostenrijk, België, Frankrijk en Spanje, op zoek naar vrijheid en andere manieren van leven, terwijl zijn ouders veelal geen idee hadden waar hun zoon zich ophield. Gedurende die reizen vergaarde hij schamele inkomsten als vrijbuiter, als kermisknaap en circusartiest bij internationaal circusgezelschap Toni Boltini alsook ook met het portretteren van het uitgaande publiek op de terrassen en in de kroegen.
Na de militaire dienst in 1963 studeerde Hans Coumans aan de stadsacademie in Maastricht en ging hij een periode in de leer bij beeldend kunstenaar Charles Eyck, echter door zijn eigenzinnigheid en ongeduldigheid bleek dit in beide gevallen van zeer korte duur. In diezelfde tijd vestigde hij zich 'officieel' als zelfstandig kunstenaar in Valkenburg, en ofschoon hij actief was als landschapsschilder, ontplooide hij zich in die tijd met name als portrettist en decoratieschilder met als specialisme omvangrijke thematische wandschilderingen, veelal met als onderwerp het Heuvelland en de regionale volkscultuur, in de établissementen en andere openbare gelegenheden in Valkenburg en omstreken. Deze activiteiten zette hij in 1969 voort in Spanje, waar hij aan de Costa's van Benidorm, Lloret de Mar en Calella de la Costa spoedig faam maakte als Pintor Holandes, echter na problemen met de uitbetalingen van een opdracht waar hij een maand aan had gewerkt keerde hij (overigens nadat hij het werk met enkele kamaraden midden in de nacht met witte verf had overgeschilderd) weer terug naar Valkenburg.
Begin jaren 70 had Hans Coumans zich in Zuid-Limburg ontpopt tot een populair cultfiguur en een schilder van het volk. Vooral in de toeristische hoofdstad van het zuiden Valkenburg was hij de hofschilder van het stadje en vervaardigde hij vele publieke werken voor de gemeente, bedrijven en verenigingen en legde hij vooraanstaande publieke figuren vast op doek. Voor de schutterijen, de canavals- en diverse toneelverenigingen vervaardigde hij werken dikwijls gratis of voor een krat bier vanwege de maatschappelijke impact of omdat '... lachen nou eenmaal belangrijk was". Ofschoon het hem in die tijd als culturele entrepreneur gezien het groot aantal opdrachten voor de wind ging, weerhield het gemakkelijke commerciële geld maar beslist ook het bijbehorende Bourgondische leven hem ervan om zich te richten op datgene waar zijn hart werkelijk lag, namelijk de ware schilderkunst of zoals hij dat zelf verwoordde: "het echte schilderen". Dit veranderde echter plotsklaps, toen hij in Valkenburg zijn muze, zijn schoonzus waar hij 20 jaar geen contact mee had gehad, via een opdracht wederom ontmoette, met wie hij vervolgens na een zeer kortstondige liefdesaffaire in 1970 in het huwelijk trad. Zij betekende een definitief keerpunt in zijn leven en zijn schilderscarrière, en sindsdien zou hij zich volledig toeleggen op de ware schilderkunst. Na een financieel onzekere periode en overlast van het opkomende massatoerisme in het toeristenstadje verhuisde de schilder in 1976 naar het forensenstadje Nuth, waar hij, afgezonderd van bruisend Valkenburg in een depressie terecht kwam. Toen hij in 1981 wegens herontwikkelingsplannen gedwongen was zijn huis te verlaten, kwam hij in het plattelandsdorp Bingelrade terecht, waar hij de langgekoesterde rust vond en gaandeweg in een persoonlijke en artistieke bloeiperiode terecht kwam. Vanaf dat moment genoot hij zowel artistieke als financiële voorspoed en verkreeg hij reputatie in de provincie Limburg. Eind 1984 werd Hans Coumans ernstig ziek als gevolg van levercirrose, maar de schilder gaf zich niet zo snel gewonnen aan Bacchus en na een kort ziektebed in het ziekenhuis in Brunssum, gevolgd door een moeizame herstelperiode van nagenoeg een jaar wist hij enkele succesvolle exposities te organiseren. Na een reeks van successen overleed Hans Coumans eind 1986 plotsklaps als gevolg van een noodlottig autoongeluk.

Ondanks kritiek van Limburgse tijdgenoten, die in de jaren 60 aansluiting vonden bij de mainstream Postmoderne (abstracte/conceptuele) kunst of naar de mondaine steden trokken (zoals de groep de Amsterdamse Limburgers) waar de nieuwste politieke, maatschappelijke en artistieke ontwikkelingen zich afspeelden, bleef Hans Coumans emotioneel verbonden aan de romantiek van de Bourgondische volkscultuur en het al even weelderige landschap van de zuidelijke provincie, en bleef hij enkel trouw aan het (Impressionistische) Coumansisme, het enige 'isme' waar hij fervent aanhanger van was, zoals hij dat stelde. Omdat de kunstwereld de Kunst na de oorlog had geherdefinieerd - alles moest anders en vernieuwing was het nieuwe toverwoord - en alle eerdere (figuratieve) stromingen enkel als zijnde niet 'Salonfähig' had verklaard, kwam er vanuit de officiële kunstwereld geen erkenning en toonden de gezaghebbende kunstbladen geen interesse in het werk van Hans Coumans, die zich op zijn beurt door zijn toegankelijke kunst maar beslist ook toegankelijke persoonlijkheid vooral ontpopte tot een populair cultfiguur en schilder van het volk. Met het Coumansisme poneerde hij het 'anti-isme', waarmee hij destijds ofschoon tevergeefs pleitte voor volledige vrijheid in de kunsten, echter vanaf het einde van de jaren 80 kwam het Impressionisme bij kunstenaars in Europa en de VS weer in de gratie en heden ten dage is deze stijl weer volledig geherwaardeerd in de kunstwereld.

Het artistieke oeuvre van kunstschilder Hans Coumans kent vanwege de natuurmotieven, stadsgezichten, stillevens, portretten en snelportretten, daarnaast de decoratieve en maatschappijkritische werken een breed karakter, waarmee hij de tijdgeest vanaf het begin van de jaren 60 tot en met halverwege de jaren 80 op interessante wijze portretteert. In een periode in de kunstgeschiedenis na de oorlog waarin alles collectief anders moest in de kunsten en uiteindelijk velen 'hetzelfde' deden, onderscheidt de schilderkunst van Hans Coumans zich. Terwijl de kunstwereld het impressionisme dood had verklaard, schilderde Hans Coumans in een 'levendige' impressionistische stijl. Net als de postmodernisten nam Hans Coumans een kritische maatschappelijke rol aan, maar in tegenstelling tot de postmodernisten, die vragen stelden om te ontwrichtten en te verwarren via de act, sneed Hans Coumans actuele maatschappelijke kwesties aan door middel van het eeuwenoude figuratieve beeld. Maar vooral toont Hans Coumans met zijn persoonlijke oeuvre, dus de natuurmotieven, een indringende kijk op het fenomeen het leven (de numineuse natuur), die aanzet tot "... kijken!!" en daarmee tot bewustwording van de grootsheid van dit bijzondere fenomeen (waar wij allen deel van uitmaken). Hoewel Hans Coumans destijds weinig succesvol het figuratieve Coumansisme als antidogma poneerde, waarmee hij de hegemonie van de non-figuratieve mainstream Postmoderne (abstracte/conceptuele) kunst - feitelijke de arrogantie - op humoristische wijze bekritiseerde en pleitte voor de broodnodige volledige vrijheid in de kunsten, zou die volledige vrijheid zich uiteindelijk toch gaandeweg aandienen. Vanaf het einde van de jaren '80 gingen namelijk ook andere kunstschilders weer impressionistisch schilderen en zou het impressionisme langzaamaan weer worden geherwaardeerd in de kunstwereld. Het impressionisme is heden ten dage zelfs populairder dan ooit. Dit maakt, dat het artistieke oeuvre van Hans Coumans van bijzondere waarde is en zodoende relevant voor de Limburgse kunst van de tweede helft van de 20e eeuw.

Met verschijnen van het oeuvreboek Hans Coumans, de man van de heuvels wil de Stichting begaafd en veelzijdig kunstschilder Hans Coumans onder de aandacht brengen en zijn indrukwekkende oeuvre bij een breder publiek bekend maken. Het oeuvreboek is door de vele paginavullende foto's van de schilderijen, aangevuld met fotomateriaal en anekdotes een bijzonder kleurrijk geheel, welk een waardevolle aanvulling vormt op de literatuur over de Limburgse kunst van de 20e eeuw. De prijs van een 256 pagina's tellend offset gedrukt exemplaar bedraagt €40,-.

 

participanten

 

Onderzoek oeuvre: Serge, Jarosj, Carmen en Christine Coumans
Redactie, auteur en vormgeving boek: Serge Coumans, Eindhoven
Redactie, auteur: Nelleke van Tuyl, Waalre
Redactie beschouwing oeuvre: Peter en Martine Driessen, Maastricht
Fotografie werken: Robin Heemstra, Eindhoven


Wilt u op de hoogte blijven van de ontwikkelingen rondom het boek-project, raadpleeg de website dan regelmatig. Indien u alvast (vrijblijvend en kostenloos) een exemplaar wilt reserveren, dan kunt u een bericht sturen naar het email-adres op de contactpagina. U wordt dan opgenomen in de mailinglijst van Stichting Hans Coumans en ontvangt ruim voorafgaand aan de boekpresentatie automatisch een invitatie.

Overigens is de stichting nog steeds op zoek naar werk, wetenswaardigheden en/of anekdotes die mogelijk interessant kunnen zijn voor het boek. Mocht u in bezit zijn van werk of informatie voor ons hebben, neem dan contact met ons op via de gegevens op de contactpagina.

 

 

 

oeuvre

 

landschappen

stadsgezichten

olieverf portretten

snelportretten

zelfportretten

stillevens

kritisch werk

overig werk

 

 

introductie wikipedia biografie oeuvre artikelen boek stichting contact