man van de heuvels     
        
HANS COUMANS
introductie wikipedia biografie oeuvre artikelen boek stichting contact

 

boek


Ter nagedachtenis aan Hans Coumans zal dit jaar het langverwachte oeuvreboek Hans Coumans, man van de heuvels verschijnen. Hoewel er in het verleden een aantal overzichtstentoonstellingen zijn georganiseerd, onder meer in 1986 in Centrum Concarde in Valkenburg aan de Geul en daarna in 1997 en 2014 in het Museum Land van Valkenburg, is zo'n 10 jaar geleden het idee ontstaan om zijn leven en zijn werk blijvend toegankelijk te maken via diverse media waaronder een website en een boek. Zodoende heeft er in de afgelopen jaren een uitgebreid onderzoek plaatsgevonden met als doel om het nalatenschap van Hans Coumans te documenteren om het daarmee blijvend te behouden en vervolgens bij een breder publiek bekend te maken.

 

 

 

 

 

Kunstschilder Hans Coumans (1943-1986) trok zijn eigen plan. Hij zou altijd de hartstochtelijke provinciaal blijven. Terwijl tijdgenoten in de jaren 60 op zoek naar culturele en artistieke bevrijding naar de belangrijke Europese mondaine steden trokken waar de nieuwste ontwikkelingen zich afspeelden en/of aansluiting vonden bij de mainstream Postmoderne (abstracte/conceptuele) kunst, bleef de hartstochtelijke natuurmens Hans Coumans gehecht aan het Bourgondische Heuvelland en schilderde hij non-conformistisch buiten de mainstream om in impressionistische stijl, het zelfbenoemde Coumansisme, het enige 'isme' waar hij fervent aanhanger van was.
Hans Coumans was een opvallend emotionele (grillige) persoonlijkheid en bevlogen schilder, en door de hartstochtelijke liefde voor het leven (de numineuze natuur) kende hij een grote emotionele verbondenheid met de natuur, de medemens en de maatschappij. De natuur, de mens(elijkheid) en de maatschappij (politiek en religie), dus het leven in al haar facetten waren belangrijke algedurige persoonlijke thema's en vormen de voornaamste onderwerpen in zijn kunst.
Vooral de natuurmotieven van het Zuid-Limburgse landschap vormden gedurende zijn hele schildersloopbaan van jongs af aan een centraal motief, waardoor dit kenmerkend is voor zijn oeuvre - dit is dan ook wel te beschouwen als zijn persoonlijke oeuvre. Naast de landschapskunst was Hans Coumans bedreven in de portretkunst - het portretteren in de vele kroegen, de braderieën en andere openbare gelegenheden was een belangrijke bron van inkomsten voor een schilder, die weigerde een beroep te doen op kunstsubsidies - alsook enige tijd in de decoratieve kunst en vervaardigde hij bovendien talloze kritische werken.
Het zogeheten Coumansisme valt te omschrijven als opvallend 'levendig': het is emotioneel (intuïtief) en intens in dynamiek en kleur. De werken zijn de getuigenissen van een grote verwondering over het natuurschoon van de zuidelijke provincie, welk althans in de ogen van de schilder in Nederland onovertroffen was.
Doordat Hans Coumans gedurende zijn gehele loopbaan enkel geinteresseerd was in het meesterschap oftewel "de kunst van het echte schilderen..." kenmerkt de ontwikkeling van het artistieke oeuvre zich in zijn geheel door een grote mate van consistentie (behoudend), terwijl de individuele werken vaak nogal opvallend inconsistent in emotie (grillig), in stijl en beslist ook artistieke kwaliteit verschijnen, een gevolg van het nogal wisselende (grillige) temperament van de schilder. Hoewel Hans Coumans zich al vroeg in zijn leven toelegde op het echte schilderen - als kindschilder was hij al bedreven in de landschapskunst - zou hij lange tijd een vluchtig vrijbuitersbestaan leiden en zou vooral de ware levenskunst op de voorgrond staan, totdat de komst van zijn muze een definitief keerpunt in zijn leven en schildersloopbaan betekende en hij zich vanaf dat moment volledig zou wagen aan de ware schilderkunst en hij uiteindelijk begin jaren 80 artistieke reputatie verkreeg in de Limburgse provincie
.
Ondanks dat de schilder slechts een leeftijd van 43 jaar bereikte, bleek hij door zijn buitengewoon losse, vlotte werkwijze een productieve schilder, en realiseerde hij een artistiek nalatenschap van enkele duizenden werken.
Omdat Hans Coumans schilderde in een 'levendige' impressionistische stijl in een tijd dat
de officiële kunstwereld (o.a.) het impressionisme dood had verklaard, viel er voor hem destijds weinig eer te behalen. De kunstwereld had de kunst na de oorlog geherdefinieerd - alles moest anders en vernieuwing was het nieuwe paradigma - waardoor de kunstwereld als ook de gezaghebbende kunstbladen geen interesse toonden in het werk van Hans Coumans, die op zijn beurt met het Coumansisme pleitte voor volledige vrijheid in de kunsten - "wie bepaalt dat nou, wat kunst is..?!", zo stelde de schilder - maar zich door zijn toegankelijke kunst en beslist ook toegankelijke persoonlijkheid vooral ontpopte tot een populair cultfiguur, een schilder van het volk.

Johannes Jozef (Hans) Coumans (Schin op Geul, 19 maart 1943 – Heumen, 16 november 1986) was een kunstbohémien, vrijbuiter en links-liberale activist - voor het volk en tegen de macht. Ook werd hij omschreven als bon-vivant of Bourgondiër, romanticus, natuurmens, comédien en theaterman. Zelf afficheerde hij zich tekenend als "... de laatste cowboy onder de Limburgse schilders" omdat hij zich niet gehouden achtte aan de maatschappelijke orde en zich allesbehalve conformeerde aan de norm - hij ging er doelbewust lijnrecht tegenin. Met Sturm und Drang wist hij zich al vroeg vrijgevochten van de tradities, Roomse moraal van de jaren 50 van de vorige eeuw en gevestigde maatschappelijke orde en een status te verwerven als vrije en onafhankelijke (overigens bewust autodidact) kunstschilder, die enkel leefde van het penseel - "Nooit heb ik maar enig beroep hoeven doen op kunstsubsidies!" verkondigde de eerzuchtige schilder veelvuldig.
Hans Coumans was een bruisend figuur en kende een bruisende schilderkunst. Hij was een opvallend flamboyant, hoog-gevoelig, über-emotioneel (grillig) en weerbarstig persoonlijkheid - 'himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt...' - en kende een grote liefde voor het leven (de numineuze natuur). De schilder was diep onder de indruk van de Schepper - zijn grote Vriend - en hij had onnoemelijk respect voor "... het hele gebeuren" rondom de Schepping, zoals alles ontstaat en was ontstaan, dat het fenomeen het leven hem heilig was. Niet voor niets werd wel eens gezegd, dat Hans Coumans dagelijks de grond kon kussen, puur uit dankbaarheid en respect voor het leven. Dit verklaart waarom hij een hartstochtelijk natuurmens was en bijzonder sociaal en maatschappelijk betrokken. Door de liefde voor het leven verwierp hij elk ander 'isme' radicaal en was hij buitengewoon kritisch gekant tegen (de pedanterie van) het systeem, dat per definitie de vrije meningsuiting van het (andersdenkende) individu ondermijnde. Zodoende kwam hij in verzet tegen het klassieke establishment en de elite, en streed hij tegen allerlei vormen van onrecht(vaardigheid) en ongelijkheid. Hij ageerde tegen de heersende norm, de modegrillen, de tradities oftewel alles 'zoals het hoort' en hij hekelde het kuddegedrag en de middelmaat. En hij verfoeide materialisme, industrialisatie en technologische ontwikkelingen, welke in zijn ogen louter schijngeloofsartikelen waren, die enkel negatieve invloed hadden op de mens en de natuur en uiteindelijk leidden tot vernietiging van de aarde. Het kapitalistische wereldbeeld oftewel de commercie, dat alles beschouwde in termen van geld, dat was een totale gruwel in de ogen van de schilder en onverenigbaar met zijn opvatting, dat de wereld van iedereen was. Geld, bezit en status hadden voor hem geen waarde - hij begreep het concept geld niet - omdat ieder mens in zijn ogen gelijk was. Hij stelde, dat de mens was verblind door hebzucht en gekaapt door het geld, terwijl de werkelijke waarde van het leven niet (meer) gekend werd. Voor de werkelijke waarde van het leven hoefde men slechts om zich heen te kijken, naar wat er 'is' oftewel naar het leven zelf (de numineuze natuur). Door de vooruitgang was de mens vergeten zelf onderdeel te zijn van de natuur en dat er een belangrijke taak op hem rustte om de natuur (het leven) te beschermen. Voor veel mensen was het leven een vanzelfsprekendheid, echter zij waren zich niet bewust van de bijzonderheid ervan, aldus de schilder. Een keer wees hij een dorpsgenoot op een krop sla en zei: "Je eet je hele leven sla, maar begin zo'n krop maar eens te tekenen, je ontdekt dan hoe dwaas het is dat je je hele leven met sla hebt geleefd en nooit (werkelijk) sla hebt gezien... dat je niet eens weet waarin een slablad verschilt van een blad van savooi kool...". En in het verlengde daarvan: "Zo is het hetzelfde met het tekenen van de mens. Je kent hem pas goed als je hem hebt getekend, misschien is het daarom dat ik in zovelen ben teleurgesteld.".
De schilder beschouwde het in een democratie behalve ieders burgerplicht zeker de taak van de onafhankelijke kunstenaar om kritische vragen te stellen of misstanden aan de kaak te stellen en betrokkenen ter verantwoording te roepen. Herhaaldelijk berichtten plaatselijke kranten over ludieke provo-achtige protestacties op de barricades en provocerende kritische werken die Hans Coumans opzichtig en aan de voorgevel van zijn woonhuis ophing, waarmee hij op vaak hilarische wijze zijn ongenoegen uitte over allerlei actuele maatschappelijke kwesties die het daglicht niet konden verdragen of gericht prominente politieke figuren of lieden van de kerk ("... die de Bijbel op de kop gelezen hebben...") op de hak nam en aansprak op hun geweten. Dit soort acties leidde dikwijls tot verontwaardiging en verhitte discussies binnen de plaatselijke gemeenschap, wat hem zeker niet bij iedereen geliefd maakte.

Gedurende zijn gehele schilderscarrière hanteerde Hans Coumans een Impressionistische schilderstijl en ontwikkelde hij een eigen variant, het zelfbenoemde Coumansisme, welke hij continu doorontwikkelde en perfectioneerde. De schilder was in niets anders geïnteresseerd dan in het ontwikkelen van het meesterschap of zoals hijzelf dat verwoordde "de kunst van het echte schilderen...", overigens in een tijd dat het meesterschap in de schilderkunst door de mainstream afgezworen was. Dit Coumansisme kenmerkt zich als opvallend 'levendig'. Het is intuïtief, het is krachtig, het zit vol emotie en kent een opvallend vlotte, losse, elegante (ogenschijnlijk nonchalante) toets en veelal een warm, uitbundig coloriet. Die levendigheid wist Hans Coumans te bereiken, doordat hij over het talent beschikte om werkelijk diep door te dringen tot de ziel des persoons of de aard van de plek en dit buitengewoon treffend wist neer te zetten. Zo zijn de portretten buitengewoon treffend en overigens in een handomdraai neergezet, en wist hij feilloos niet zozeer het angezicht maar juist het karakter des persoons te portretteren. Ook de talrijke natuurlandschappen (en dorpsgezichten) van het Zuid-Limburgse Heuvelland zijn dikwijls indringend en lijken op het linnen tot leven gewekt te zijn.
In elk motief dat Hans Coumans hanteerde, manifesteert zich een obsessie voor het subject: hij wilde de ziel, het wezen ervan doorgronden, blootleggen en anderen hiervan deelgenoot maken, bewust maken. "... velen hebben de ogen open, maar ze zien niets!" sprak de schilder zich voortdurend uit. De schilder was gefascineerd, als gevolg van zijn hoog-sensitiviteit dikwijls werkelijk overweldigd door de bijzondere fenomenen en transformatieprocessen in de natuur en door het karakter van het Zuid-Limburgse landschap, welk in zijn ogen in schoonheid onovertroffen was in Nederland. In dat opzicht vormen de schilderijen de getuigenissen van grote verwondering over de pracht en de grootsheid van de natuur (het leven). Met name het herfstseizoen met zijn roodbruin tinten en het magische strooilicht behoorde tot zijn favouriete jaargetijde.

Het Impressionisme was niet zozeer een stilistische voorkeur maar voor Hans Coumans een vanzelfsprekende uitkomst van een über-emotionele, grillige soms ongeduldige persoonlijkheid en navenante onzekere, turbulente vagebondachtige levensstijl (rusteloos, zonder geld, zonder tijd, laat staan een atelier). In de werken valt de emotionele en intuïtieve manier van werken op, waarop hij het subject benaderde. De (plein air) werken zijn daadwerkelijk de impressie van het ogenblikkelijke moment. In tegenstelling tot veel beroemde Impressionistische werken, die de schijn wekken van de impressie van het onmiddellijke moment maar feitenlijk zorgvuldig na uitgebreidde voorstudies tot stand zijn gekomen, werkte Hans Coumans zonder vooropgezet plan. Vaak bezocht hij een plek, bekeek de situatie kort vanaf verschildende oogpunten en begon veelal direct met schilderen. Hij hanteerde het penseel met een opmerkelijke vlotheid en behendigheid en vervaardigde hij een (plein air) werk dikwijls in 1 sessie, soms zelfs in een paar uur (pas op: enkel als hij er echt zin in had) zonder uitgebreide voorstudies of technische hulpmiddelen - fotografie was uit den boze! De academische methode zou hier ontoereikend zijn. Hans Coumans was van mening dat de kunst van het schilderen namelijk niet uit techniek (scholing) bestond, maar voor het overgrote deel, voor 80%, uit durf en slechts het overige deel voor 10% uit (de beheersing van de) techniek en voor 10% uit de kwaliteit van het materiaal. De durf of de vrijheid om die eerste paar streken neer te zetten op het witte doek, daarin schuilde de ware kunst. En deze methodiek is duidelijk zichtbaar aan de krachtige treffende streken, de lichte 'veerachtige' toetsen, soms de spitse achterkant van het penseel of de ruige vegen van het plamuurmes, zelfs het zakmes waarmee de schilder normaliter zijn appel schilde, waaruit een virtuoze en zelfverzekerde schilder blijkt. Dikwijls schilderde hij met meerdere (complementaire) kleuren aan één penseel om direct en vlot nat-op-nat te kunnen vermengen op het doek. Via deze methode verliep schilderen in een buitengewoon rap tempo. Met name de losse, vlot vervaardigde werken zijn de meest krachtige en zodoende de beste werken: hierin komt het meesterschap over het penseel het duidelijkst naar voren. Anderzijds kende hij dagen zonder inspiratie - "een schilder heeft niet elke dag een zondagse dag..." - leed hij periodes aan neerslachtigheid of ervoer hij te veel druk van opdrachtgevers, wat duidelijk van invloed was op de artistieke prestatie.
Het grillige oeuvre is duidelijk het levenswerk van een grillige schilder. Kenmerkend van het oeuvre als geheel is dan ook dat de ontwikkeling, afgezien van Barokke invloeden in de vroege periode en Expressionistische experimenten in de latere periode, overwegend consistent zelfs behoudend verloopt, terwijl de (soms zelfs opeenvolgende) individuele werken sterk verschillende emotionele intensiteit en beslist ook onderscheidende artistieke kwaliteit vertonen. Hoewel er zonder meer vele schilderijen van een twijfelachtige artistieke kwaliteit in omloop zijn, is er binnen het omvangrijke oeuvre dat deze schilder uiteindelijk realiseerde een aanmerkelijk deel van een uitzonderlijk fraaie artistieke kwaliteit. Met name de portretten en de natuurmotieven laten een bijzonder en begaafd schilder zien.

Alvorens Hans Coumans zich volledig zou toeleggen op de ware schilderkunst, zou de ware levenskunst lange tijd op de voorgrond staan. Ofschoon Hans Coumans trots was volledig financieel onafhankelijk te zijn, weerhield het gemakkelijke commerciële geld maar beslist ook het Bourgondische leven hem ervan om zich te richten op datgene waar zijn hart werkelijk lag, namelijk de ware schilderkunst of zoals hij dat zelf verwoordde: "de kunst van het echte schilderen". Dit veranderde echter plotsklaps met de komst van zijn muze, zijn schoonzus waar hij 20 jaar geen contact mee had gehad, die een definitief keerpunt voor zijn leven en schildersloopbaan betekende.
Al op de basisschool onderscheidde Hans Coumans zich door een uitzonderlijk artistieke talent waarmee hij gedurende de basisschoolperiode diverse prijzen won en brede waardering verkreeg, maar omdat zijn ouders van hun jongvolwassen kinderen een voor die tijd gangbare bescheiden financiële bijdrage aan het huishouden eisten en afkeurend stonden ten op zichte van het kunstenaarsschap - kunst bracht geen brood op de plank, was de algemene opvatting in de periode vlak na de oorlog - leidde Hans Coumans al vroeg, na het vroegtijdig verlaten van de Ulo in Valkenburg gevolgd door een diploma van de Ambachtsschool in Heerlen in 1960 tot huisschilder (waar hij, nog te jong voor de academie gezien "... de materiaalkennis tenminste nog iets aan had") na een periode van opstand en verzet een onzeker en ongebonden, zwervend kunstenaarsbestaan. Rusteloosheid als gevolg van "... de beknelling van de leuning van de Schinse stoel..." dreef hem tussen zijn 15e een 19e levensjaar tot diverse langdurige solistische reizen soms van enkele maanden tot zelfs driekwart jaar door diverse landen in het op dat moment gesloten Europa waaronder Duitsland (Laurensberg onder de studenten van de Akense universiteit, Heidelberg, Schwarzwald), Frankrijk (kunstenaarskwartier Montmarte in Parijs) en Spanje, op zoek naar vrijheid en andere manieren van leven, terwijl zijn ouders in de tussentijd tot groot verdriet veelal geen idee hadden waar hun zoon zich ophield. Gedurende al die ondernemingen leerde de jonge vagebond de kunst van het (overl)leven en vergaarde hij schamele inkomsten als vrijbuiter (decorateur, barkeeper, bordenwasser, kermishulp) en als portrettist van het uitgaande publiek op de terrassen en in de kroegen, en vergezelde hij het internationaal vermaard circusgezelschap Toni Boltini een seizoen lang.
Na de militaire dienst in 1963 studeerde Hans Coumans aan de stadsacademie in Maastricht en ging hij een periode in de leer bij beeldend kunstenaar Charles Eyck, echter door eigenzinnigheid en ongeduldigheid bleek dit in beide gevallen van zeer korte duur. In diezelfde periode vestigde hij zich 'officieel' als zelfstandig kunstenaar definitief in Valkenburg, en ofschoon hij actief was als plein air landschapsschilder, ontplooide hij zich in die tijd met name als plein air portrettist en decoratieschilder met als specialisme omvangrijke thematische wandschilderingen, veelal met als onderwerp het Heuvelland en de regionale volkscultuur, in de établissementen en andere openbare gelegenheden in Valkenburg en omstreken en niet veel later tot in de opkomende toeristische steden aan de Spaanse Costa's.
Begin jaren 70 had Hans Coumans zich in Zuid-Limburg ontpopt tot een populair cultfiguur, een schilder van het volk. Hij was de hofschilder van de toeristische hoofdstad van het zuiden, die vele publieke werken voor de gemeente, de plaatselijke horeca, banken, bedrijven en verenigingen realiseerde (soms i.s.m. diverse assistent-schilders), en die diverse vooraanstaande publieke figuren en de plaatselijke bourgeoisie op het linnen of het mergel vereeuwigde. Ofschoon het hem in die tijd als culturele entrepreneur gezien het groot aantal opdrachten voor de wind ging, weerhield het gemakkelijke commerciële geld maar beslist ook het Bourgondische levenskunst hem ervan om zich te richten op datgene waar zijn hart werkelijk lag, namelijk de ware schilderkunst of zoals hij dat zelf verwoordde: "de kunst van het echte schilderen". Dit veranderde echter plotsklaps met de komst van zijn Valkenburgse muze - dit was zijn schoonzus, met wie hij bijna 20 jaar geen contact mee had gehad - die hij via een portretopdracht tegen kwam en met wie hij vervolgens na een kortstondige liefdesaffaire in 1970 in het huwelijk trad. Zij betekende een definitief keerpunt in zijn leven en zijn schilderscarrière - Zij dwong hem na te denken over wie hij werkelijk wilde zijn: de (artistieke) vrijbuiter of toch de serieuze schilder? - en vanaf dat moment zou hij zich volledig toeleggen op de ware schilderkunst.
Na een financieel onzekere periode die hierop volgde en tezelfdertijd toenemende overlast van het opkomende massatoerisme in het toeristenstadje verhuisde de schilder in 1976 naar het forensenstadje Nuth, waar hij, afgezonderd van bruisend Valkenburg rond 1979 in een depressie terecht kwam, welke vervolgens nagenoeg een jaar zou aanhouden.
Toen hij in 1981 wegens herontwikkelingsplannen gedwongen was zijn huis te verlaten, vestigde hij zich in het plattelandsdorp Bingelrade, waar hij in deze serene, groene omgeving geheel onverwacht de langgekoesterde geestelijke rust vond om zich volledig te wijden aan de ware schilderkunst oftewel het echte schilderen en als gevolg hiervan gaandeweg in een persoonlijke en artistieke bloeiperiode terecht kwam. Vanaf dat moment genoot hij zowel artistieke als financiële voorspoed en verkreeg hij artistieke reputatie in de provincie Limburg.

Ondanks kritiek van Limburgse tijdgenoten, die in de jaren 60 aansluiting vonden bij de mainstream Postmoderne (abstracte/conceptuele) kunst of naar de mondaine steden trokken (zoals de groep de Amsterdamse Limburgers) waar de nieuwste politieke, maatschappelijke en artistieke ontwikkelingen zich afspeelden, bleef Hans Coumans emotioneel verbonden aan de romantiek van de Bourgondische volkscultuur en het al even weelderige landschap van de zuidelijke provincie, en bleef hij enkel trouw aan het (Impressionistische) Coumansisme, het enige 'isme' waar hij fervent aanhanger van was. Omdat Hans Coumans schilderde in een 'levendige' impressionistische stijl in een tijd dat de officiële kunstwereld (o.a.) het impressionisme dood had verklaard, viel er voor hem destijds weinig eer te behalen. Omdat de kunstwereld de Kunst na de oorlog had geherdefinieerd - alles moest anders en vernieuwingwas het nieuwe paradigma - en alle eerdere (figuratieve) stromingen enkel als zijnde niet 'Salonfähig' had verklaard, kwam er vanuit de officiële kunstwereld geen erkenning en toonden de gezaghebbende kunstbladen geen interesse in het werk van Hans Coumans, die zich op zijn beurt door zijn toegankelijke kunst maar beslist ook toegankelijke persoonlijkheid vooral ontpopte tot een populair cultfiguur en schilder van het volk. Met het Coumansisme poneerde hij het 'anti-isme' - "wie bepaalt dat nou, wat kunst is..?!", zo stelde de schilder - waarmee hij destijds ofschoon tevergeefs pleitte voor volledige vrijheid in de kunsten. Toch gingen vanaf het einde van de jaren 80 ook andere schilders in Europa en de VS weer impressionistisch schilderen en kwam het Impressionisme met de intrede van het onderzoekstijdperk (digitale tijdperk) gaandeweg weer in de gratie, en ontwikkelde de moderne kunst zich tot een brede pluriforme kunststroming - alles is kunst - waarbij het impressionisme weer volledig geherwaardeerd is..

Het artistieke oeuvre van kunstschilder Hans Coumans kent vanwege de natuurmotieven, stadsgezichten, stillevens, portretten en snelportretten, daarnaast de decoratieve en maatschappijkritische werken een breed karakter, waarmee hij de tijdgeest vanaf het begin van de jaren 60 tot en met halverwege de jaren 80 op interessante wijze portretteert. In een periode in de kunstgeschiedenis na de oorlog waarin alles collectief anders moest in de kunsten en uiteindelijk velen 'hetzelfde' deden, onderscheidt de schilderkunst van Hans Coumans zich. Terwijl de kunstwereld het impressionisme dood had verklaard, schilderde Hans Coumans in een 'levendige' impressionistische stijl. Met zijn persoonlijke oeuvre, dus de natuurmotieven, toont Hans Coumans een indringende perceptie op het fenomeen het leven (de numineuse natuur), die aanzet tot "... kijken!!" en daarmee tot bewustwording van de grootsheid van dit bijzondere fenomeen waar de kijker onderdeel van uitmaakt. Hoewel Hans Coumans destijds weinig succesvol het figuratieve Coumansisme als antidogma poneerde, waarmee hij de hegemonie van de non-figuratieve mainstream Postmoderne (abstracte/conceptuele) kunst - feitelijke de arrogantie - op humoristische wijze bekritiseerde en pleitte voor de broodnodige volledige vrijheid in de kunsten, zou die volledige vrijheid zich uiteindelijk toch gaandeweg aandienen. Vanaf het einde van de jaren '80 gingen namelijk ook andere kunstschilders weer impressionistisch schilderen en zou het impressionisme langzaamaan weer worden geherwaardeerd in de kunstwereld. Het impressionisme is heden ten dage zelfs populairder dan ooit. Dit maakt, dat het artistieke oeuvre van Hans Coumans van bijzondere waarde is en zodoende relevant voor de Limburgse kunst van de tweede helft van de 20e eeuw.

Met verschijnen van het oeuvreboek Hans Coumans, de man van de heuvels wil de Stichting begaafd en veelzijdig kunstschilder Hans Coumans onder de aandacht brengen en zijn indrukwekkende oeuvre bij een breder publiek bekend maken. Het oeuvreboek is door de vele paginavullende foto's van de schilderijen, aangevuld met fotomateriaal en anekdotes een bijzonder kleurrijk geheel, welk een waardevolle aanvulling vormt op de literatuur over de Limburgse kunst van de 20e eeuw. De prijs van een 256 pagina's tellend offset gedrukt exemplaar bedraagt €40,-.

 

participanten

 

Onderzoek oeuvre: Serge, Jarosj, Carmen en Christine Coumans
Redactie, auteur en vormgeving boek: Serge Coumans, Eindhoven
Redactie, auteur: Nelleke van Tuyl, Waalre
Redactie beschouwing oeuvre: Peter en Martine Driessen, Maastricht
Fotografie werken: Robin Heemstra, Eindhoven


Wilt u op de hoogte blijven van de ontwikkelingen rondom het boek-project, raadpleeg de website dan regelmatig. Indien u alvast (vrijblijvend en kostenloos) een exemplaar wilt reserveren, dan kunt u een bericht sturen naar het email-adres op de contactpagina. U wordt dan opgenomen in de mailinglijst van Stichting Hans Coumans en ontvangt ruim voorafgaand aan de boekpresentatie automatisch een invitatie.

Overigens is de stichting nog steeds op zoek naar werk, wetenswaardigheden en/of anekdotes die mogelijk interessant kunnen zijn voor het boek. Mocht u in bezit zijn van werk of informatie voor ons hebben, neem dan contact met ons op via de gegevens op de contactpagina.

 

 

 

oeuvre

 

landschappen

stadsgezichten

olieverf portretten

snelportretten

zelfportretten

stillevens

kritisch werk

overig werk

 

 

introductie wikipedia biografie oeuvre artikelen boek stichting contact