man van de heuvels     
            
Hans Coumans
introductie biografie schilderijen artikelen boek stichting contact

 

introductie

 

Hans Coumans trok zijn eigen plan. Hij zou altijd de hartstochtelijke provinciaal blijven. Terwijl tijdgenoten in de turbulente jaren zestig van de vorige eeuw voor culturele en artistieke bevrijding naar de belangrijke Europese hoofdsteden trokken en aansluiting vonden bij de postmoderne kunst, bleef Hans Coumans gehecht aan zowel het Zuid-Limburgse Heuvelland als het bourgondische leven en bleef hij – wars van alle modegrillen in de kunsten van dat moment – trouw aan het Coumanisme, naar verluid het enige -isme waar hij fervent aanhanger van was.

Hans Coumans – “Kunstschilder bij de Gratie Gods én uit vrije wil” – was gezegend met een diep godsbesef en kende grote liefde voor het fenomeen Ut Laeve. Ut Laeve was hem heilig, en er werd wel eens gezegd dat hij dagelijks pauselijk de grond kon kussen uit pure dankbaarheid en diep respect. Door de emotionele verbondenheid was hij een natuurmens, sociaal betrokken en politiek geëngageerd, zelfs activistisch. De vrije wil en (het opeisen van) de vrijheid waren belangrijke persoonlijke thema’s, wat inhield een fundamenteel afwijzen van het narratief en een radicaal verzet tegen diens welbekende executeurs zoals de politieke gevestigde orde en de kerk of in zijn woorden: “De Roomse huichelaars, die de Bijbel op de kop gelezen hebben!”. Met ludieke acties op de barricades en provocerende politieke werken die veelvuldig opzichtig aan de voorgevel van zijn huis prijkten, streed de schilder solistisch tegen onrecht en haalde hij actuele misstanden in de maatschappij aan, wat geregeld tot verhitte gemoederen binnen de plaatselijke gemeenschap leidde en aanvaringen met het lokale bestuur, zelfs tot doodsbedreigingen gericht aan zijn adres. Tijdgenoten karakteriseerden hem als vrijbuiter, maar zelf affichieerde hij zich als een laatste cowboy onder de Limburgse schilders, omdat hij zich al vroeg had vrijgevochten van de maatschappelijke orde en destijds als één van de weinige schilders vrij en volledig financieel onafhankelijk was – uit eergevoel weigerde hij pertinent overheidssubsidies.

De (numineuze) natuur, de mens en de samenleving, kortom Ut Laeve in al haar facetten, waren algedurige thema’s in het leven van Hans Coumans die hun weerslag vonden in zijn werk. Naast landschappen, dorpsgezichten en stillevens was hij buitengewoon bedreven als portrettist – de portretkunst was een belangrijke inkomstenbron – en vervaardigde hij daarnaast vele decoratieve werken en, ofschoon in mindere mate, kritische kunst. Maar binnen het oeuvre van circa drieduizend werken is vooral het Heuvellandmotief dominant, zodat dit motief te beschouwen valt als zijn ‘persoonlijke oeuvre’. De schilder was bezeten door de pracht van de natuur – “Ik word gek van de kleuren” – en in dat opzicht vormen zijn schilderijen de getuigenissen van grote verwondering over de schoonheid van het Zuid-Limburgse landschap, dat volgens de schilder althans in Nederland onovertroffen was. Met zijn persoonlijke oeuvre toonde Hans een indringende perceptie op het fenomeen leven, waarmee hij wilde aanzetten tot “Kijken… kijken!!” en het creëren van bewustwording van de grootsheid waar de toeschouwer onderdeel van uitmaakt.

Het Coumanisme, volgens de schilder zelf omschreven als een lichte variant op het impressionisme, kenmerkt zich als opvallend levendig, emotioneel en dikwijls intens in coloriet. Typisch was zowel zijn vlotte, krachtige hand waardoor de werken doeltreffend zijn. Tezelfdertijd werkte hij met fijngevoelige ‘veerachtige’ streken, waardoor de werken een beweeglijke elegantie kennen. Hans Coumans was een trotse selfmade schilder, té eigengereid voor zowel de Maastrichter Stadsacademie als beeldend kunstenaar Charles Eyck (1897-1983), waar hij slechts korte tijd verbleef. Doordat hij gedurende zijn gehele loopbaan enkel geïnteresseerd was in het meesterschap – oftewel “het echte schilderen” – karakteriseert zijn oeuvre zich als geheel als reactionair en consistent in stijlontwikkeling en vakmanschap, terwijl de individuele werken dikwijls opvallend inconsistent (grillig) in stijl, emotie en beslist ook in artistieke kwaliteit verschijnen. Behalve de onderzoekende houding was dat beslist een gevolg van het nogal wisselende temperament van de schilder, die, zoals hijzelf verwoordde, zeker “niet elke dag een zondagse dag had...”.

Ondanks dat Hans Coumans gaandeweg regionaal een succesvolle schilder werd, kreeg hij tot grote frustratie vanuit de ‘officiële kunstwereld’ niet de erkenning die hij na al die jaren meende verdiend te hebben. Als vrij en financieel onafhankelijk figuratieve schilder viel in die periode na de Tweede Wereldoorlog weinig eer te behalen in de mainstream (non-figuratieve) moderne kunst, die de figuratieve kunst dood had verklaard. Toch gingen destijds weer meer schilders het figuratieve pallet hanteren en ontwikkelde de hoofdstroming zich met de komst van het digitale tijdperk gaandeweg tot een breed paradigma waarbinnen figuratieve kunst als het impressionisme een eigen plek had. Sindsdien is er weer meer interesse in Coumans’ werk.

 

 

 

schilderijen

 

landschappen

stadsgezichten

olieverf portretten

snelportretten

zelfportretten

stillevens

kritisch werk

overig werk

 

 

introductie biografie schilderijen artikelen boek stichting contact