HANS COUMANS, man van de heuvels
biografie oeuvre artikelen boek stichting contact

 

Voorwoord boek


In navolging van een reeks van tijdelijke overzichtstentoonstellingen van de markante Zuid-Limburgse kunstschilder-sneltekenaar Hans Coumans (1943-1986) heeft tussen 2011 en 2018 een uitgebreid onderzoek (2010-2018) plaatsgevonden met als doel om zijn artistieke nalatenschap blijvend te behouden door middel van een oeuvreboek getiteld Hans Coumans, man van de heuvels, dat medio volgend jaar zal verschijnen.
Het onderzoek heeft een behoorlijke tijd in beslag genomen, aangezien de temperamentvolle, grillige Hans Coumans een nogal onstuimig leven leidde (zeker in zijn jongere jaren) waardoor het een complexe opgave is gebleken om zijn levenspad helder in kaart te brengen en zijn werk te traceren, te documenteren (fotograferen) en in de tijd te plaatsen. Hans Coumans was namelijk een populaire plein air kunstbohémien wiens werk gretig aftrek vond en dikwijls 'nat van de hand ging', hij was lange tijd een avontuurlijke, rondtrekkende vagebond die op vele hooizolders en onder bruggen die Limburg en Europa rijk was sliep, een vrije en volledig (financieel) onafhankelijke culturele entrepreneur of volgens de schilder zelf "... de laatste cowboy onder de Limburgse schilders" (zie artikel) die voordat hij zich volledig waagde aan het 'serieuze' schilderen een ongrijpbaar vrijbuitersleven leidde en de kost verdiende door in de Zuid-Limburgse établissementen en ander openbare gelegenheden allerlei decoratieve schilderklussen te vervaardigen, een tienerschilder die met zijn schilderijen (veelal natuurmotieven van het Heuvelland, zijn geliefde onderwerp) onder zijn arm langs de vele kroegen struinde op zoek naar die éne kunstminnaar, een sneltekenaar die acte de présence gaf op de toeristische terrassen, in de befaamde kroegen en op de talrijke jaarlijkse Limburgse Luikse markten en braderieën, waardoor er perioden zijn, waarin het onduidelijk is waar hij verbleef of wat hij vervaardigde. Daarnaast is gedurende zijn leven zijn werk nooit gedocumenteerd, hoogstzelden is een schilderij voorzien van een jaartal, soms niet eens gesigneerd - de typische Coumans-toets sprak meestal voor zich (aan wie het betreffende werk toebehoorde) - maar ook is veel werk na zijn dood verloren gegaan - op een enkel exemplaar na zijn alle wandschildering in de établissementen vanwege modernisatie overgeschilderd - of is het gewoonweg niet bekend waar werk, waarvan bekend is dat het heeft bestaan, via verkoop of schenkingen na al die jaren gebleven is. Doordat Hans Coumans zich in tegenstelling tot veel andere jonge collega's destijds gecommitteerd had tot het volledig financieel onafhankelijk kunstenaarschap en (puur uit eergevoel) kunstsubsidies en overheidstoelages pertinent weigerde, is er nooit een gedocumenteerde collectie opgebouwd door overheidsinstanties, investeerders of derden. Ook is de schilder nooit aangesloten geweest bij een groep danwel ooit vertegenwoordigd geweest door een galerie, verantwoordelijk voor de verkoop en de documentatie.
Om ondanks de hindernissen toch een beeld te kunnen schetsen van deze buitengewoon getalenteerde en veelzijdige kunstschilder is vanaf begin af aan gebouwd aan een (inmiddels omvangrijk) netwerk bestaande uit familie, vrienden, intimi, kopers, galerieën, Coumans-kenners, fans en andere mensen die Hans Coumans op een of andere manier hebben gekend, om op deze wijze informatie te vergaren over zijn leven en zijn werk. Dit heeft uiteindelijk geleid tot enkele honderden interviews en door betrokkenen geschreven anekdotes en tot de documentatie van ruim 1700 werken, met de kanttekening dat dat aantal vermoedelijk slechts een deel zijn oeuvre behelst en de schilder (afgaande op diverse schattingen) vermoedelijk meer dan 4000 werken moet hebben gerealiseerd, omdat een substantieel deel van zijn oeuvre bestaat uit (de categorie) sneltekeningen - het sneltekenen op de Limburgse braderieën (doorgaans zo'n 25 portretten op 'n 'zondagse dag' oftewel 'n goede dag) was afgaande op de schilder zelf de hoofdbron van inkomsten - slechts in zeer beperkte mate zijn aangetroffen. Daarnaast is van de werken, die gedurende het onderzoek zijn getraceerd, zeker 1/5 deel in enige mate beschadigd en verwaarloosd danwel aangetast door oppervlaktestof, sigarettenrook en vocht aangetroffen, wat gevolglijk een extra moeilijkheidsfactor betekende voor het documenteren dit wil zeggen fotograferen van de werken. Met de vele overleveringen en anekdotes, feiten en wetenswaardigheden, diverse krantenartikelen, foto's van de schilder en natuurlijk niet in de laatste plaats (een selectie van) zijn werk als onderzoeksresultaat is nu voor het eerste een serieuze poging ondernomen om een zo compleet mogelijke doorsnede over het leven van Hans Coumans te reconstrueren, dit ondanks de vele onduidelijkheden en hiaten. Dit wetende is er het besef bij de onderzoekers, dat het onderzoek te allen tijde onvolledig is en dat het dus onmogelijk is om een sluitend beeld van deze schilder te tonen. Desondanks omvat het oeuvreboek een hoop informatie en talloze foto's van zijn schilderijen om als lezer een goede indruk te krijgen van het leven en de schilderkunst van de man van de heuvels Hans Coumans.

 

 

Inleiding boek

 

Hans Coumans, "kunstenaar bij de gratie Gods en op eigen initiatief" zoals hij dat zelf verwoordde, beoefende een opvallend bruisende Bourgondische levenskunst en een al even bruisende schilderkunst, welk getuigt van een grote liefde voor "... ut lêve" (het leven, de natuur). De schilder kende een bijzonder emotionele levenswijze, wat zijn weerslag vond in een bijzonder emotionele schilderkunst. Hans Coumans stond bekend als kunstbohémien, artistieke vrijbuiter en vrije, autonome geest, voorvechter van de vrije waarde. Ook werd hij omschreven als bon-vivant of Bourgondiër, romanticus, natuurmens, comédien en verhalenverteller, een theaterman. Zelf afficheerde hij zich als "... laatste cowboy onder de Limburgse schilders" (zie artikel), omdat hij als vrije en volledig financieel onafhankelijke kunstschilder - "nooit heb ik maar enig beroep hoeven doen op kunstsubsidies!" verkondigde hij dikwijls met trots - zich niet gehouden achtte aan de maatschappelijke orde en zich allesbehalve conformeerde aan de norm, er zelfs welbewust lijnrecht tegenin ging. Wat zijn reputatie ook was, Hans Coumans was beslist een uitgesproken man met een uitgesproken levenshouding en dito schilderkunst: puur, über-emotioneel, intuïtief en principieel. Hans Coumans was een fijngevoelig, über-emotioneel en grillig man, die een sterke emotionele verbondenheid had met het fenomeen "... ut lêve" (het leven, de natuur), waardoor hij sentimenteel of in ieder geval buitengewoon gepassioneerd en zeer betrokken (geengageerd) in het leven stond. Hij was een bijzonder principieel en ongepolijst man, een purist (non-conformist), een vrijzinnige en autonome geest met een kritische maatschappelijke houding, niet alleen met een groot gevoel voor eerlijkheid en gerechtigheid, maar enthousiast voorvechter van fundamentele vrijheidsrechten (zelfbeschikking), gelijkheid en (sociale) rechtvaardigheid. Bovendien was hij een comédien en bezat hij de kunst van de humor (als sociaal smeermiddel, naast een goed glas bier), waarmee hij mensen (aan zich) wist te binden en tezelfdertijd (via zijn kunst en ludieke publieke acties) de strijd aanging tegen allerlei vormen van onrecht.
Hans Coumans trok zijn eigen plan en liet zich zeker door niemand de wetten en regels voorschrijven. Wars van alle tradities en de Roomse moraal in het Zuid-Limburg van de jaren 50 van de vorige eeuw wist Hans Coumans zich al vroeg als doorgewinterde artistieke vrijbuiter vrijgevochten van de gevestigde maatschappelijke orde en eigenhandig een status te verwerven als vrije en onafhankelijke, bewust autodidact kunstschilder, die "... leefde van enkel het penseel..." - subsidies weigerde hij pertinent uit eergevoel. Door zijn bruisende schilderkunst maar beslist ook zijn bruisende levenskunst werd hij al gauw omarmd door de mensen en groeide hij uit tot een populair cultfiguur, een schilder van het volk, wiens toegankelijke werk gretig aftrek vond. Hoewel de (snel)portretkunst ook tot zijn vaste activiteiten behoorde, zou de landschapskunst als gevolg van zijn grote liefde voor "...ut lêve" (de natuur) gedurende zijn gehele leven blijvend een centrale positie innemen in zijn werk - de motieven van het typische Heuvelland zijn dan ook te beschouwen als zijn persoonlijke oeuvre - en als zodanig kenmerkend zijn voor zijn oeuvre. De schilder was gefascineerd, verwonderd, overweldigd door het Zuid-Limburgse landschap, dat hij met zijn kunst de pracht en de grootsheid van de natuur wilde tonen. Tradities en tendensen in de kunsten ten spijt, schilderde Hans Coumans gedurende zijn gehele leven geheel in contrast met de traditie van de mainstream Postmoderne (abstracte/conceptuele) kunst in een licht-impressionistische stijl, het Coumansisme, het enige 'isme' waar hij fervent aanhanger van was en welk hij gedurende zijn carrière voortdurend doorontwikkelde en perfectioneerde. Deze stijl kenmerkt zich als bijzonder 'levendig': de werken zijn intuïtief, zitten vol emotie en kennen een opvallend vlotte, losse, elegante (ogenschijnlijk nonchalante) typische Coumans-toets en bezitten veelal een warm, uitbundig coloriet. Zijn impressionistisch persoonlijk oeuvre is zonder uitzondering plein air vervaardigd, doorgaans in één sessie in een buitengewoon rap tempo en zodoende daadwerkelijk de impressie van het onmiddellijke moment. Ondanks dat Hans Coumans slechts een leeftijd van 43 jaar bereikte, was hij een buitengewoon productieve schilder en realiseerde hij een artistieke nalatenschap van enkele duizenden werken en verwierf hij in de provincie Limburg destijds naamsbekendheid.

Hans Coumans hield hartstochtelijk van het leven, dat hij dagelijks de grond kon kussen, werd wel eens gezegd. De werkelijkheid was beslist niet minder theatraal. Met 'Sturm und Drang' leefde deze über-gevoelsmens het leven. Door zijn opvallend emotionele (sensitieve) en grillige persoonlijkheid - 'himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt' - was Hans Coumans een impulsieve, egocentrische (individualistische) en theatrale man, die een bijzonder über-emotionele verbondenheid met het leven kende en zodoende buitengewoon hartstochtelijk en zeer betrokkenheid in het leven stond. Hij was diep onder de indruk van de Schepper - zijn grote Vriend - en hij had onnoemelijk respect voor "... het hele gebeuren" (de mystiek) rondom de Schepping, zoals alles ontstaat en was ontstaan, dat (het fenomeen) "...ut lêve" (het leven, de natuur) hem heilig was. Volgens de schilder was het leven een groot goed, welk gekoesterd en beschermd diende te worden. Dit was beslist een zeer indringend persoonlijk canon - zijn persoonlijk 'isme', ofschoon Hans Coumans zich onder geen enkel beding wenste te scharen onder welk 'isme' dan ook - welk ten grondslag aan een uitgesproken levensfilosofie (ethos) en dito schilderkunst. De natuurmens Hans Coumans stond een zinvol en bescheiden bestaan voor, in harmonieuze samenhang met de natuur en de medemens. Hij wilde een leven in volledige vrijheid, hij wilde het leven vieren en hij wilde schilderen. Niet meer, niet minder. Hij kende dan ook momenten van grote gelukzaligheid, zodra hij in de vrije natuur ergens in een veld tussen de koeien kon schilderen terwijl de zon scheen, de vogels floten en hij van zijn welverdiende halve liter kon genieten. Anderzijds kende hij momenten van grote woede en frustratie en trok hij fel van leer, op het moment dat er maatschappelijk onrecht geschiedde - dikwijls spuwde hij vuur, zodra het ging over politieke zaken, waar hij het niet mee eens was - of zijn persoonlijke vrijheid in het geding kwam. Hoewel Hans Coumans zich onder geen enkel beding wenste te scharen onder welk 'isme' - het Coumansisme was duidelijk het 'anti-isme' als weerwoord op de hegemonie van de (intolerante) mainstream kunst - dan ook, vertoonde zijn filosofie Heidense elementen (de verbondenheid met de numineuze natuur) en overeenkomsten met het Humanisme (menselijkheid, menswaardigheid, zelfbeschikking), met de opvattingen van humanist Desiderius Erasmus (vrijheid, autonomie individu) en vrijdenker Baruch Spinoza (het Godsbeeld en de natuur) alsook met de 19e eeuwse Franse vrijheidsidealen (vrijheid, gelijkheid, broederschap).
De indringende levensfilosofie was tezelfdertijd beslist een indringend persoonlijk dogma en de basis voor een sterk zwart-witdenken met weinig ruimte voor nuance, waardoor de schilder nog wel eens naïviteit werd verweten. Door de verbondenheid met de numineuze natuur was (de natuurmens) Hans Coumans buitengewoon fel gekant tegen elk ander 'isme', dus elk ander gedachtegoed, religie, overtuiging, traditie, conventie, modegril, trend, (kunst)opvatting, van welke aard dan ook, dat pretendeerde de exclusieve waarheid te vertegenwoordigen en als zodanig een aantasting vormde voor de vrije waarde (en zijn persoonlijke vrijheden). In tegenstelling tot de tastbare natuur waren deze 'ismen' slechts verzinsels, door de mens zelf gefabriceerde en opgelegde (morele) denkrichtingen van dikwijls discutabele aard. Naast een twijfelachtige fundamentele grondslag lag misbruik, corruptie en hypocrisie veelal door de elite op de loer en genereerden conventies per definitie uitsluiting jegens andersdenkenden. Hij verzette zich dan ook fel tegen de entiteiten in de maatschappij, die de vrije denkruimte van het individu ondermijnden. Volgens de schilder was in feite elk gedachtegoed slechts een mening, die zoals elke andere mening ter discussie gesteld kon worden.
Door het gebod van de vrije waarde (de absolute autonomie van het individu) werd bevrijding van 'het systeem' gevolglijk een leidmotief. In zijn strijd kwam hij voortdurend maar welbewust in aanvaring met de klassieke gevestigde macht, dus het kerkelijke, politieke, maatschappelijke en culturele establishment. Daarnaast verfoeide hij het kuddegedrag en de middelmaat, de heersende norm, de modegrillen, de tradities. Materialisme, industrialisatie en technologische ontwikkelingen waren in zijn ogen louter schijngeloofsartikelen, die enkel negatieve invloed hadden op de mens (sociale ongelijkheid) en de natuur en uiteindelijk leidden tot vernietiging van de aarde. Het kapitalistische wereldbeeld oftewel (de hedonistische cultuur van) de commercie, dat alles beschouwde in termen van geld, dat was een totale gruwel in de ogen van de schilder en onverenigbaar met zijn opvatting, dat de wereld van iedereen was. Geld, bezit en status hadden voor hem geen enkele waarde, omdat in zijn ogen ieder mens gelijk was. Hij behandelde ook iedereen gelijk, ongeacht afkomst of status: enkel de persoon telde, zeker niet wat deze aan of om had. Hij stelde, dat de mens was verblind door hebzucht en gekaapt door het geld, terwijl de werkelijke waarde van "...ut lêve" niet (meer) gekend werd. Voor de werkelijke waarde van het leven hoefde men slechts om zich heen te kijken, naar wat er 'is' oftewel naar het leven zelf (de natuur). Door de technologische ontwikkelingen was de mens vergeten zelf onderdeel te zijn van de natuur en dat er een belangrijke taak op hem rustte om de natuur (het leven) te beschermen. Voor veel mensen was het leven een vanzelfsprekendheid, echter zij waren zich niet bewust van de bijzonderheid ervan, aldus de schilder. Een keer wees hij een dorpsgenoot op een krop sla en zei: "Je eet je hele leven sla, maar begin zo'n krop maar eens te tekenen, je ontdekt dan hoe dwaas het is dat je je hele leven met sla hebt geleefd en nooit (werkelijk) sla hebt gezien... dat je niet eens weet waarin een slablad verschilt van een blad van savooi kool...". En in het verlengde daarvan: "Zo is het hetzelfde met het tekenen van de mens. Je kent hem pas goed als je hem hebt getekend, misschien is het daarom dat ik in zovelen ben teleurgesteld.".
De schilder beschouwde het in een democratie behalve ieders burgerplicht zeker de taak des onafhankelijke kunstenaars om kritische vragen te stellen en misstanden aan de kaak te stellen en direct betrokkenen ter verantwoording roepen. Volgens de schilder ontbrak het maar al te vaak aan het publieke debat: de mensen mistten een kritisch bewustzijn of ze waren te gezagsgetrouw en te goedgelovig, lieten zich misleiden, indoctrineren of durfden geen weerwoord te bieden uit angst hun maatschappelijke positie te verliezen. Hans Coumans kende daarentegen een onstuitbare drang om zijn mening te verkondigen en het penseel op te nemen tegen maatschappelijk onrecht. Met de talrijke satirische werken, waarmee actuele maatschappelijke misstanden onder de loep werden genomen en de confrontatie met de gevestigde orde werd gezocht, riep hij op tot stellingname en dwong hij het publieke debat af. Herhaaldelijk berichtten plaatselijke kranten over ludieke provo-achtige protestacties op de barricades en kritische werken die Hans Coumans opzichtig en provocerend aan de voorgevel van zijn woonhuis nagelde, waarmee hij dikwijls op hilarische wijze scherpe kritiek uitte over allerlei actuele maatschappelijke kwesties, zaken aan de orde stelde die het daglicht niet konden verdragen of gericht uithaalde naar bepaalde lieden van de kerk ("... die de Bijbel op de kop gelezen hebben...") of de politiek, die hij aansprak op hun geweten. Dikwijls moest de VVD - partij van het geld, het kapitaal - of het CDA - partij van het geloof - het ontgelden of tekende hij fel protest aan tegen de stationering van kruisraketten in Nederland, tegen de zelfverrijking door een in Roermond gezetelde bisschop die zijn residentie liet verbouwen voor een exorbitant hoog bedrag terwijl diezelfde bisschop het volk opriep tot nederigheid, of (plaatselijk) tegen het voornemen tot het kappen van bomen naast de kerk omwille de tuin van een nieuwe basisschool omdat de bomen volgens de schilder heiliger waren dan de kerk en de school voor het zelfde geld een paar meter verder gebouwd had kunnen worden, of in een ander geval tegen de sloop van unieke historische voor Valkenburg beeldbepalende gebouwen, tegen de vermoedelijke belangenverstrengeling bij de Valkenburgse welstandscommissie die bij de bouw van een bankgebouw marmer toestond terwijl de eenvoudige burger geacht werd om mergel toe te passen, om maar een paar voorbeelden te noemen. Zelfs in zijn vrije, dus niet-activistische werken kon men nog wel eens een politieke boodschap ontdekken, zoals een overvliegend militair AWAXS-vliegtuig of een graffiti ergens onopvallend op een muur met de boodschap "K.V.P. - Roomse huichelaars". Hoewel dit maatschappelijk activisme vaak weerklank wekte onder stadsgenoten, leidden zijn acties ook dikwijls tot onbegrip, ophef en verhitte debatten, wat hem beslist niet bij iedereen geliefd maakte, verfoeid zelfs, getuige de diverse annuleringen van opdrachten en bedreigingen aan zijn adres.

 

 

In elk motief dat de schilder Hans Coumans hanteerde, manifesteert zich een werkelijke obsessie voor het subject: hij wilde de ziel, het wezen ervan doorgronden, blootleggen en anderen hiervan deelgenoot maken, bewust maken. "Velen hebben de ogen open, maar ze zien niets!" sprak de schilder zich voortdurend uit, doelend op het natuurschoon, waarmee de mens door omringt was. Dat Hans Coumans het bijzondere talent had om diep door te dringen tot het wezen van de persoon of de geest van de plek (genius loci), is aanschouwbaar in de vele indringende en opvallend 'levendige' werken. Zo zijn de portretten buitengewoon treffend en overigens in een handomdraai neergezet en wist hij feilloos het karakter des persoons op het papier tot leven te wekken. Ook de talrijke natuurlandschappen (en dorpsgezichten) van het Zuid-Limburgse Heuvelland lijken op het linnen tot leven gewekt te zijn.
De hartstochtelijke liefde voor "...ut lêve" (de natuur) uitte zich in een onbedwingbare artistieke bezieling. De overweldigende indrukken van de natuur wakkerden een onstuitbare schilderkoorts aan. Hans Coumans was lyrisch over de unieke motieven van het Heuvelland, een landschap vol bekoorlijke contrasten, dat hij hierover urenlang gefascineerd kon uitwijden. Over de zacht-glooiende vlaktes en bossen tot de ruige, stenige plateauranden en diverse rivieren zoals de Geul en de Gulp die zich door dit alles onvermoeid en voortdurend een weg banen, over de cultuurhistorische aangezichten (herinneringen) zoals de akkers, de velden en holle wegen, waarbij de mens door de eeuwen heen met hard werken en respect het landschap had bedwongen en innig en in harmonie had moeten 'samenleven' met (de wetten en regels van) de natuur, over de bijzondere transformatieprocessen - de tijdelijkeid, de vergankelijkheid en het ontstaan van nieuw leven - binnen de oneindige cyclus van het leven die in de natuur plaatsvonden, de unieke onderscheidende aangezichten van de jaargetijden, de bonte kleurschakering en de magische werking van het licht, vooral gedurende de herfstmaanden - de herfst was zijn geliefde periode - met zijn roestige, roodbruine tinten en het strooilicht van een laaghangende zon. Volgens bronnen werd hij idolaat van de vele indrukken van de fenomenen die in de natuur plaatsvonden - "Ik word gek van de kleuren!", overduidelijk een gevolg van zijn fijngevoeligheid - dat hij een onstuitbare drang ervoer om dat alles vast te leggen op doek. Deze schilderijen fixeren als het ware dan ook een moment van verwondering. De natuurmotieven getuigen van een groot ontzag voor de grootsheid van "ut leve" en schoonheid van de natuur van de zuidelijke provincie, die volgens de schilder "... onovertroffen in Nederland" was. Het zijn dan ook deze natuurmotieven van het typische Heuvelland, die te beschouwen zijn als zijn persoonlijke oeuvre.
Terwijl tijdgenoten in de grote Europese aansluiting zochten bij de destijds mainstream Postmoderne (abstracte/conceptuele) kunst, schilderde Hans Coumans in een licht-impressionistische stijl, het zelfbenoemde Coumansisme, "het enige 'isme' waar ik fervent aanhanger van ben!", aldus de schilder - binnen de artistieke discours poneerde Hans Coumans het Coumansisme als (ironische) impressionistische kritiek op de abstracte/conceptuele mainstream kunst van dat moment - dat zich laat omschrijven als bijzonder 'levendig'. Zelf omschreef hij zijn stijl als "... een hedendaagse 'lichte' variant op het impressionisme vanwege de spontane, emotionele (intuïtieve) en vlotte benadering.". Het werk kent (over het algemeen) een opvallend elegante beweeglijkheid in de toets - dit is een typische Coumans-toets. Het werk is intuïtief, zit vol emotie en beschikt altijd over een warm en soms zeer uitbundig en indrukwekkend coloriet. De losse, dikwijls voor omstanders ogenschijnlijk nonchalante maar trefzekere schilderwijze laat een virtuoze schilder zien. Zijn krachtige hand speelde behendig met het penseel alsof hij een theatershow gaf. Creaties ontstonden in een opzienbarend vlot tempo, in een handomdraai, dikwijls met een paar streken, daar waar bij academisch onderlegde collega's dikwijls uitgebreide voorstudies en voorschetsen aan te pas kwamen.
Hoe grillig, intuïtief en über-emotioneel zijn temperament ook was, Hans Coumans was bijzonder principieel en standvastig, zowel in zijn leven als zijn schilderkunst. Van jongs af aan was hij onvervalst impressionist en hij zou blijvend het impressionistische pallet hanteren en dit gedurende zijn schilderscarrière voortdurend doorontwikkelen en perfectioneren. De schilder was weinig onder de indruk van de moderne kunst of andere vluchtige tendensen en enkel geïnteresseerd in het vakmanschap, 'de ambachtelijkheid van het schilderen' om in de termen te spreken van de befaamde Jef Scheffers van de Maastrichtse Jan van Eyck Academie oftewel de kunst van "het echte schilderen" zoals Hans Coumans dat zelf noemde, waarin hij in de loop der jaren (mede dankzij een toenemend zelfvertrouwen) in toenemende mate excelleert. Kenmerkend van zijn oeuvre is dan ook, dat de stijlontwikkeling behoudens enkele Barokke invloeden in de vroege periode en expressieve experimenten in latere periode in de grote lijn tamelijk consistent, behoudend verloopt en er duidelijk een kristallisatie plaatsvindt, terwijl daarentegen opeenvolgende individuele werken een sterk wisselend of inconsistent stijlkarakter kunnen vertonen. Opeenvolgende werken kunnen dikwijls van een zeer sterk onderscheidende emotionele expressie getuigen, vertonen soms een opvallend inconsistent kleurenpallet of zijn (niet op de laatste plaats) van een wisselend artistieke kwaliteit. Dat is niet zo verwonderlijk gezien het grillige karakter van de schilder - van het een op het andere moment kon dat volledig omslaan - wat direct zijn weerslag vond in zijn grillig oeuvre.
In tegenstelling tot academisch geschoolde kunstschilders, hanteerde autodidact Hans Coumans een geheel eigen methodiek. Volgens de schilder bestond de kunst van het schilderen namelijk niet uit techniek (scholing) maar voor het overgrote deel, voor 80%, uit durf en slechts het overige deel voor 10% uit (de beheersing van de) techniek en voor 10% uit de kwaliteit van het materiaal. De durf om die eerste paar streken neer te zetten op het witte doek, ongeremd, daarin schuilde de ware kunst van het schilderen. Deze methodiek is duidelijk zichtbaar in zijn schilderijen aan de vanzelfsprekende (soms grove) streken, de lichte 'veerachtige' toetsen, soms de spitse achterkant van het penseel of de ruige vegen van het plamuurmes, zelfs het zakmes waarmee de schilder normaliter zijn appel schilde, waaruit een virtuoze en zelfverzekerde schilder blijkt. Dikwijls schilderde hij met meerdere (complementaire) kleuren aan één penseel om direct en vlot nat-op-nat te kunnen vermengen op het doek. Via deze methode ging schilderen in een buitengewoon rap tempo. In vergelijking met vele bekende impressionistische schilderijen, die feitelijk dikwijls uiterst zorgvuldig overwogen en na uitgebreide voorstudies waren geconstrueerd alsof het de impressie van het moment was, is de kunst van Hans Coumans daadwerkelijk de impressie van het moment. De werken zijn in de buitenlucht in het onmiddellijke moment vervaardigd, in een buitengewoon rap tempo, zonder intensieve voorstudies of technische hulpmiddelen zoals het perspectiefraam of de fotografie. Dat was ook niet mogelijk, aangezien Hans Coumans een nogal ongeduldige schilder was en in zijn jonge jaren geen tijd, geen atelier ter beschikking had, laat staan geld en soms niet eens een vast woonverblijf om zich die luxe te permitteren: het moest gewoonweg snel af. Zijn studies beperkten zich enkel tot de ontelbare, langdurige wandelingen door de natuur - hij kende de vele unieke plekken van het Heuvelland - en zodra het licht 'goed' was, liet hij alles uit zijn handen vallen en haastte hij zich met zijn schildersattributen naar zijn onderwerp. De meest krachtige werken zijn die die het snelst zijn vervaardigd: hierin komt het meesterschap over het penseel het duidelijkst naar voren. Anderzijds kende hij dagen zonder inspiratie - " een schilder heeft niet elke dag een zondagse dag..." - leed hij periodes aan neerslachtigheid of ervoer hij te veel druk van opdrachtgevers, wat invloed had op de artistieke prestatie. Ook gingen schilderijen dikwijls 'nat van de hand' (onaf), omdat toevallige voorbijgangers de schilder een acceptabel bod deden. Hoewel er zodoende zonder meer vele schilderijen van een twijfelachtige artistieke kwaliteit in omloop zijn, is er binnen het omvangrijke oeuvre dat deze schilder uiteindelijk realiseerde een aanmerkelijk deel van een uitzonderlijk fraaie artistieke kwaliteit. Met name de portretten en de natuurmotieven laten een bijzonder en begaafd schilder zien.

 

 

Alvorens Hans Coumans zich volledig zou toeleggen op de ware schilderkunst, of zoals hij dat zelf verwoordde "het echte schilderen", ging hij 'lange' tijd (in zijn relatief korte leven van 43 jaar) door het leven als (artistieke) vrijbuiter. Lange tijd zou de ware levenskunst op de voorgrond staan, vooraleer hij zich zou wagen aan de ware schilderkunst. In zijn schilderscarrière zou het vrije werk dan ook 'lange' tijd overschaduwd zijn door het commerciële werk, totdat hij zijn jeugdliefde na 20 jaar opnieuw ontmoette, en de liefde voor haar betekende een belangrijk keerpunt in zijn leven en schilderscarrière
Al vroeg in zijn leven vertoonde Hans Coumans behalve een opmerkelijk talent voor tekenen, waarmee hij vanaf zijn zesde levensjaar diverse tekenwedstrijden won maar net zo vaak werd gediskwalificeerd omdat de jury de inzending niet van een kind achtte, tevens een opvallend talent voor bravoure als hij rond zijn 8e levensjaar in vastberaden bewoording "Ik word schilder en ga de wereld in!" zijn toekomstplannen verkondigde, terwijl zijn ouders, die niets met kunst hadden geen idee hadden wat ze ermee moesten aanvangen en het hoofd van de basisschool (zelf gepassioneerd amateurschilder) ondanks dat hij eveneens al vroeg het talent zag en zich persoonlijk inspande om Hans Coumans direct na de basisschool op de kunstacademie toegelaten te krijgen, hij allesbehalve een hoge pet op had van de kindschilder, daar deze allesbehalve ontvankelijk was voor de goedbedoelde adviezen en er zelfs lijnrecht tegenin ging.
De rusteloze vrije geest, die zich kort na zijn artistieke aanleg openbaarde ‘dwong’ Hans Coumans al vroeg tot een onzeker, ongebonden kunstenaarsbestaan. Het onbegrip en de bezorgdheid van zijn ouders omtrent het kunstenaarschap - kunst bracht geen brood op de plank, was de algemene opvatting - maar ook de onenigheid over een (in die tijd gebruikelijke) financiële bijdrage van de kinderen aan het huishouden leidde spoedig tot een periode van verzet en opstand binnen de familie. De “beknelling van de bekrompen Schinse stoel” zorgde ervoor dat hij op jeugdige leeftijd, na 2 jaar Ulo in Valkenburg gevolgd door een afgeronde opleiding tot huisschilder in 1960 aan de Ambachtsschool in Heerlen (waar hij volgens eigen zegge "... vanwege de materiaalkennis tenminste nog iets aan had...") een onstuimig vrijbuitersleven leidde. In zijn vroege tienerjaren zou hij zich afzetten tegen het (in zijn ogen) petieterige ouderlijke gezag en het Roomse kerkdorp Schin om 'de wijdte' te verkiezen en solistisch de wereld in te trekken, op zoek naar vrijheid en indrukken van andere levenswijzen. Gedurende diverse langdurige zwerftochten tussen zijn 15e en 19e levensjaar door diverse landen - Duitsland Frankrijk, Spanje - met zelden meer dan 2,5 Gulden op zak door Europa leerde de vagebond de kunst van het (over)leven via allerlei baantjes - decorateur, barkeeper, boerenknecht, bordenwasser, kermisknecht, zelfs olifantendompteur bij het beroemde internationale circus Tony Boltini - en door middel van zijn tekentalent, dat geringe inkomsten bracht door het portretteren (sneltekenen) van het uitgaande publiek in de plaatselijke kroegen, terwijl zijn ouders tot groot verdriet dikwijls geen idee waar hun zoon zich ophield. Op de momenten dat hij bij zijn ouders verbleef en hij niet als boerenknecht op het land of als huisschilder her en der aan het werk was, struinde hij door de omgeving van Schin op Geul om plein air te schilderen, wat tot belangstelling leidde en gaandeweg tot opdrachten voor natuurmotieven, portretten en decoratieve wandschilderingen (natuurmotieven) bij particulieren en enkele établissementen in het dorp.
Na "... de tucht van het leger" eenmaal teruggekeerd in het Geuldal trok hij weer in bij zijn ouders, maar na aanvankelijke rust zouden de emoties spoedig weer hoog oplopen totdat zij hun zoon definitief de deur wezen en hij vanaf dat moment van het ene naar het andere adres verkaste, soms leegstaande kamers in hotels, soms op een zolder boven een kroeg en hij bij gebrek aan geld kost en inwoning verrekende met een (muur)schilderij of een portret van de gastheer. Om zijn schilderijen aan de man te brengen, mocht hij zijn werk ophangen in de kroegen en winkels en struinde hij de vele Zuid-Limburgse kroegen, de wekelijkse markten en de jaarlijkse braderieën af. In pension 't Hoonderhöfke in Schoonbron, waar Hans Coumans gedurende de winterperiode van 1964 en 1965 af en aan verbleef, en later in het restaurant van Kasteel Schaloen in Oud-Valkenburg, waar hij veelvuldig in de omgeving werkte, mocht hij zijn eerste serieuze exposities organiseren.
In 1965 verruilde de jonge aspirant-schilder het Geuldal met de Maasoever en mocht hij ondanks dat hij niet beschikte over de vereiste vooropleiding toetreden tot de avondopleiding van de Maastrichtse Jan van Eyck Academie, en hoewel de door befaamde Jef Scheffers gepredikte 'ambachtelijkheid van het schilderen' Hans Coumans erg aanspraak, stuitte de harde hand van de academische scholing - de ijzeren discipline en de technische aard van de academische opleiding conflicteerde diametraal met zijn emotionele, intuïtieve wijze van werken - de aspirant vrije kunstschilder zo zeer tegen de borst, dat hij het na een aantal verhitte discussies al binnen een paar weken voor gezien hield.
Te eigenzinnig voor de academie en vol vertrouwen over zijn eigen kunnen, vestigde hij zich 'officieel' als zelfstandig kunstschilder in Valkenburg, en ofschoon hij zich na de academie eigenhandig plein air verder bekwaamde in de landschapskunst - zijn geliefd onderwerp - ontplooide hij zich hier in het bekoorlijke toeristische Geulstadje aanvankelijk voornamelijk als portrettist - eerst als (houtskool) sneltekenaar in de populaire kroegen, op de terrassen en op braderieën, evenementen en weekmarkten, en gaandeweg als portrettist van volwassen olieverfportretten, waar hij op zijn 25e waardering voor kreeg - en als decoratieschilder van omvangrijke wandschilderingen veelal met het thema 'het Heuvelland' in de plaatselijke établissementen en openbare gelegenheden. Binnen afzienbare tijd verkreeg hij opdracht naar opdracht en hingen er gaandeweg tientallen decoratieve werken in de lokalen van Valkenburg en omstreken en zou hij, soms vergezeld door verschillende assistent-schilders, opdrachten realiseren door heel Zuid-Limburg, van Roermond tot Vaals, een paar jaar later zelfs tot aan de Spaanse Costa's, waar hij met zijn activiteiten faam maakte als Pintor Holandes.
Op advies van de plaatselijke verfhandelaar, die zag dat Hans Coumans zijn talent rijkelijk aan het verkwanselen was aan allerlei commerciële quasi-artistieke decoratieprojecten, ging Hans Coumans in 1966 in de leer bij de in Valkenburg woonachtig landelijk bekende beeldend kunstenaar Charles Eyck, echter het verblijf op het atelier bleek al even weinig succesvol als kortstondig als de academie, aangezien het ware meesterschap in de ogen van de rusteloze leerling te lang op zich liet wachten en hij, nadat hij bij korte afwezigheid van zijn leermeester de schilderijen naar eigen inzicht vervolmaakte, zonder pardon door een allerminst gecharmeerde leermeester de laan werd uitgestuurd.
Aan het einde van de jaren 60 was de markante Hans Coumans door zijn toegankelijke werk maar beslist ook vanwege zijn charismatische persoonlijkheid uitgegroeid tot een populair cultfiguur, zelfs een toeristische attractie à la Montmartre in de toeristische hoofdstad van Zuid-Limburg. Ofschoon het gemakkelijke geld en het rijkelijke Bourgondische sociale leven grote aantrekkingskracht uitoefende, hield dit de vrije schilder evenwel lange tijd gevangen en weerhield het hem om zich daadwerkelijk te richten op datgene waar zijn hart lag, namelijk de vrije kunst. Hij moest voortdurend tegen zijn zin in concessies doen, waardoor hij gedwongen was de nodige kitsch te produceren. Ondanks dat Hans Coumans al vanaf zijn kindertijd is aangemoedigd om zich verder te ontwikkelen in de kunsten, bleek de enige persoon, die hem werkelijk heeft kunnen bewegen om zijn diepgewortelde artistieke ambitie waar te maken, zijn geheel onverwacht opdoemende schoonzus (die hij 20 jaar niet meer had gezien) met wie hij na een hartstochtelijke liefdesrelatie een half jaar later in de zomer van 1970 in het huwelijk trad. De liefde voor haar betekende een keerpunt in zijn schilderscarrière: zij gaf hem het nodige zelfbesef en spoorde hem aan zijn diepgewortelde ambitie als serieuze schilder waar te (gaan) maken, ofschoon het afslaan van commerciële opdrachten een financieel onzekere periode inluidde. Zeker toen de broodnodige inkomsten als gevolg van zijn bovenmatige Bourgondische levenskunst uitbleven en zij hem dreigde te verlaten, moest hij dit geestelijk knelpunt zien op te lossen en zijn productie zien te vergroten, op een of andere manier nieuwe thema's zien te ontwikkelen. Vanaf dat moment is de schilder dan ook structureel te vinden op de bekende beeldbepalende plekken in het Geuldal, terwijl hij zich gedurende de wintermaanden veelal richtte op stillevens en de (olieverf) portretkunst. Daarnaast gaf hij acte de présence op de vele jaarlijkse Zuid-Limburgse braderieën, op weekmarkten, fancy-fairs, allerlei thematische (sport)evenementen om de bezoekers te portretteren, wat uiteindelijk een blijvend belangrijk onderdeel zou uitmaken van zijn kunstenaarschap en inkomstenbron.
Terwijl na een kort intermezzo van een half jaar in Binche (België) gevolgd door een tentoonstelling in het plaatselijke hotel-restaurant 'Zonnig Zuiden' de zaken gaandeweg beter gingen, ervoer de schilder een toenemende onvrede over de vernieuwingsdrang alsook de toenemende overlast van het massatoerisme in het mergelstadje, dat de schilder niets anders restte dan zijn eens zo geliefde Valkenburg in 1976 te verruilen met het forensendorp Nuth, waar de schilder ondanks de aanvankelijke rust en de grip op de financiën, al gauw in een sociaal isolement - in Valkenburg was hij een plaatselijke held - en als gevolg van (dit maal) drugsoverlast gevolgd door een gerichte aanslag op zijn gezin medio 1979 in een hevige depressie terecht kwam welke vervolgens ruim een jaar zou duren.
Uiteindelijk zou het kunstenaarsgezin zich in de zomer van 1981 vestigen in het groene plattelandsdorp Bingelrade, waar Hans Coumans onverwacht in een bloeiperiode terecht kwam. Hoewel Nuth een emotioneel dieptepunt was, wat duidelijk zijn weerslag had op de artistieke kwaliteit van zijn schilderijen, had de afzondering hem tezelfdertijd gedwongen om zich daadwerkelijk enkel en alleen te richten op zijn schilderkunst. Die trend zou zich nu in Bingelrade voortzetten. In deze groene, serene omgeving vond de schilder eindelijk de langgekoesterde geestelijke rust, wat hem de ruimte gaf voor zijn vrije kunst.
De laatste 5 jaar van zijn kunstenaarscarrière genoot Hans Coumans met zijn schilderkunst zowel artistieke als financiële voorspoed. De schilder wijdde zijn tijd volledig aan zijn persoonlijk oeuvre. In de provincie genoot hij inmiddels toenemende naamsbekendheid als respectabele kunstschilder, zowel bij de bourgeoisie als in academische kringen. Naar aanleiding van zijn wijdverbreide activiteiten ontving hij in 1981 de nationale opdracht voor de vervaardiging van een staatsportret van aankomend koningin Beatrix, echter het verzoek tot hofschilder wees hij af, aangezien de activist-schilder immers zijn hele leven in opstand was gekomen tegen het establishment. Vanaf 1982 stelde Hans Coumans zijn atelier open voor onderricht aan leerlingen van verschillende pluimage en met een wisselend internationaal gezelschap van leerlingen toerde hij wekelijks door Zuid-Limburg om plein air te werken. Verder bezocht hij door heel Limburg tot aan Nijmegen toe braderieën, markten en andere (sport)evenementen om de bezoekers te portretteren. Een semester lang was hij gastdocent aan de vermaarde Staatliche Kunstacademie in Düsseldorf om een nieuwe generatie schilders het schildersvak - de ambachtelijkheid van het schilderen - bij te brengen. Na een buitengewone productieve periode vond begin 1984 een succesvolle expositie in Kasteel 'Doonder' in Doenrade plaats, gevolgd door een tweede expositie in de zomer van datzelfde jaar in het kasteel, en na een periode van ziekte vanaf het eind van 1984 welke een jaar in beslag zou nemen, zou hij eind 1985 een volgende expositie organiseren in 'het Kloeëster' in Schinveld, welk zijn vijfde en meest succesvolle expositie tot dan toe werd. Met een zesde expositie in voorbereiding een jaar later, verongelukte Hans Coumans plotsklaps eind 1986 door toedoen van een noodlottig auto-ongeluk.

 

 

Ofschoon Hans Coumans medio jaren 80 in de Limburgse provincie populariteit genoot, verkreeg hij destijds vanuit de officiële kunstwereld niet de erkenning, die hij gezien zijn artistieke verdiensten meende te verdienen. Gedurende een schilderscarriere van zo'n 25 jaar had hij zich toegelegd op het ontwikkelen van het meesterschap en eindelijk een niveau bereikt, waarvan hij vond dat hij kon zeggen dat hij "... het schilderen toch wel in zijn vingers had" - "... ik heb uiteenlopende technieken uitgeprobeerd, nu beheers ik alle technieken... nu mag het wat mij betreft echt gaan beginnen!" - echter, omdat hij solistisch buiten de mainstream om werkte, bleek er vanuit de mainstream geen interesse in zijn schilderkunst. In de periode vóórafgaand aan het informatietijdperk (onderzoektijdperk) werd de kunst nog bepaald door het geloof in één absolute kunstopvatting, welk allesbepalend voor de vraag 'wat is kunst' (en wat niet) en leidend was voor individuele kunstenaars. De mainstream betwijfelen, betekende automatisch exclusie. Omdat Hans Coumans zich niet liet leiden door tendensen of populaire modegrillen (en in zijn eigen licht-impressionistische stijl bleef schilderen) werd hij door de 'officiële' (conceptuele/abstracte) kunstwereld volledig genegeerd en toonde de gevestigde vakliteratuur en de deskundigen - "wie dat ook mogen zijn in de kunst..." en "zij, die zelf nog nooit een penseel hebben opgepakt... dus wat weten zij van schilderen?" aldus de schilder - geen interesse in zijn werk, waardoor het nooit tot een serieuze vakinhoudelijke beschouwing is gekomen. Zijn exposities kregen nooit meer dan enkele regels in de kranten en verdwenen daarna gauw uit de culturele agenda. En om in de kunstwereld en bij het grote publiek gezien te worden, was de gevestigde vakliteratuur een krachtig zo niet cruciaal medium. Zeker in de periode voorafgaand aan het informatietijdperk kende de enkele kunstcritici grote autoriteit en hadden de gevestigde kunstbladen grote invloed in de kunstwereld. Dat er weinig aandacht vanuit de mainstream kunstwereld voor de kunst van Hans Coumans was, lag naast zijn non-conformistische houding beslist aan zijn vroegtijdige overlijden op 43-jarige leeftijd: hij had gewoonweg te weinig tijd. Veel kunstenaars beginnen rond hun veertigste pas aan hun bloeiperiode en komen daarna tot hun beste werk. Daarnaast ging Hans Coumans zich pas na zijn huwelijk, zo rond zijn 28e levensjaar, volledig richten op de ware schilderkunst oftewel 'het echte schilderen', terwijl hij voor die tijd lange tijd een artistiek vrijbuitersleven leidde en hij door het commerciële werk niet toekwam aan zijn vrije werk, en waardoor hij door velen niet als serieuze schilder gezien werd. Tevens ontbrak het hem aan een academische scholing, en hoewel een weloverwogen keuze, was dit in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw een vereiste om binnen de academische discours aan de discussie deel te kunnen nemen en door de critici serieus genomen te worden, hoewel uitzonderingen als onder andere plaatsgenoot Lei Molin de regel bevestigen. Überhaupt concentreerde de academische discours zich in die periode hoofdzakelijk in de grote mondaine Europese steden, dus de artistieke zwaartepunten zoals onder andere Amsterdam, Brussel en Parijs, en werd de kunst uit de provincie (behoudens enkele gevestigde uitzonderingen) niet serieus genomen. Dat was zogezegd 'iets lokaals' en kon dus niet veel voorstellen. Slechts een enkele Limburgse schilder, waaronder Charles Eyck als ook een groep van schilders waaronder Guillaume Stassen, Lei Molin, Pieter Defesche, Giel Serpenti die de zuidelijke provincie ontvluchtte en zich in de hoofdstad onder de naam De Amsterdamse Limburgers aansloten bij de moderne kunst, wist zijn naam boven de rivieren te vestigen.
In de periode na de oorlog werd de kunstwereld gedomineerd door de Postmoderne (abstracte/conceptuele) kunst. Dit was op dat moment de absolute norm, dat (bijna) volledig werd omarmd en alle eerdere (figuratieve) stromingen radicaal dood had verklaard. In de Postmoderne tijd na de Tweede Wereldoorlog kwam verzet tegen de traditionele opvattingen en kunst moest worden geherdefinieerd. Er werd afgerekend met (oppervlakkige) esthetiek. De Tweede Wereldoorlog had een flinke deuk had gelagen in 'de grote idealen' van de twintigste eeuwse avant-garden en het 'vooruitgangsgeloof' en bovendien werd de universele, wereldwijde waarde van modernisering geleidelijk aan ongeloofwaardiger. De postmodernisten geloofden dat de vernieuwing in de kunst zou leiden tot vooruitgang in de maatschappij. Volgens de postmodernisten was toonaangevende kunst vernieuwend en onvoorspelbaar: het moest ontwrichten, in de war sturen en zo kritische vragen stellen, die op andere maatschappelijke niveaus niet aan de orde kwamen. Het kunstwerk was (nog slechts) een idee, een daad of interventie. Het experimenteren en het creëren van abstracte verbeeldingen van de echte werkelijkheid stond voorop. De theorie werd belangrijker dan het beeld. Alles moest anders, opdat vernieuwing als belangrijkste ijkpunt voor originaliteit werd gerekend en gold als maatstaf voor de kunstkritiek. Vanuit die optiek behoorde het impressionistische Coumansisme tot een eerder hoofdstuk uit de kunstgeschiedenisboeken. Toegankelijke, aangename volkskunst, ansichtkaast-kunst. Hans Coumans, van de andere kant, had duidelijk andere opvattingen over kunst: "... wie bepaald dat nou, wat kunst is...?". De schilder achtte de belofte van de postmodernisten, dat voortdurende vernieuwing in de moderne kunsten tot vooruitgang in de wereld zou leiden, de reinste flauwekul en een arrogante gedachte. Volgens hem had de mens zich door vernieuwing en technologische ontwikkelingen - het vooruitgangsgeloof - gericht op bijzaken zoals geld en materialisme en het contact met het echte leven oftewel de natuur verloren. In tegenstelling tot ontwrichten en vragen stellen, wilde Hans Coumans de mensen laten "kijken!", bewust maken van de grootsheid van de numineuze natuur, zodat de mensen er weer meer waardering voor zouden krijgen en meer in harmonie zouden gaan leven. Gedurende zijn gehele schilderscarrière was de natuur dan ook zijn geliefde onderwerp en lag de interesse van Hans Coumans bij het ontwikkelen van het meesterschap, dus het pure (ongekunstelde) schilderen, welk hij voortdurend doorontwikkelde en perfectioneerde. De recente kunststromingen aanschouwde hij dan ook als een teloorgang van het meesterschap. Het experimenteren deed hij af als hysterisch. Choqueren om het choqueren, pure aandachttrekkerij: "... kunstenmakers zijn het, geen kunstenaars: die drie lijnen, dat heeft vrij weinig met schilderen te maken...". Maar belangrijker nog, Hans Coumans verweet veel jonge tijdgenoten kuddegedrag vanwege (het veilige pad van) het kritiekloos volgen van de modegrillen en de afhankelijkheid van Marga Klompé - zij initieerde de BKR-regeling, een compensatieregeling voor kunstenaars, die maandelijks een werk konden inleveren bij de plaatselijke overheid in ruil voor een financiële toelage - terwijl men nou bij uitstek van de kunstenaar een onafhankelijke, kritische houding jegens de wereld (en dus de kunstwereld) mag verwachten. In het artikel 'De andere Hans Coumans' uit 1971, gepubliceerd in de plaatselijke courant Land van Valkenburg, stelde hij dat veel beginnende kunstenaars veelal zitten te kliederen in hun atelier: "... veel (beginnende) kunstenaars verstikken in hun eigen theorieën en produceren uiteindelijk helemaal niets...". Hans Coumans was er van overtuigd dat de kunstenaar volledig vrij en onafhankelijk diende te zijn en dat deze de (maatschappelijke) rol toebedeeld had gekregen om vanuit die positie de maatschappij te beschouwen en (onafhankelijk) kritiek te leveren. Vanuit die perceptie was het voor hem dan ook volkomen onbegrijpelijk dat vele kunstenaars zich volgzaam gedroegen en niet vrij waren om het werk te maken wat zij zelf wilde (oftewel wat werd opgelegd door het gemeenschappelijke gedachtegoed). En dat terwijl de wereld volgens Hans Coumans vele malen mooier in de zin van rijker zou zijn als iedereen zijn of haar talent ten volle zou benutten. "Het zijn in de geschiedenis juist de freaks, die afwijken van wat zogenaamd hoort en zou moeten, die zich nergens wat van aan trekken en in alles hun eigen gang gaan, die grootse en nieuwe dingen tot stand brengen...".
Het solistische verweer tegen de hegemonie van de abstracte/conceptuele kunststroming en het pleidooi voor volledige vrijheid in de kunsten - het Coumansisme was in feite niets anders dan een 'anti-isme' van ironisch-kritische aard - vond op dat moment in de kunstwereld geen weerklank. Toch gingen vanaf de jaren '80 ook andere kunstschilders in Europa en de Verenigde Staten weer figuratief (impressionistisch) schilderen en kwam de figuratieve (impressionistische) kunst gaandeweg weer in de gratie. Uiteindelijk zou de conceptuele kunst zich onder invloed van het informatietijdperk (onderzoektijdperk) van een uniforme stroming verder ontwikkelen tot een brede en pluriforme stroming aan het begin van de 21e eeuw, waarbinnen alle eerdere kunststromingen vanuit het experiment of het onderzoek in een of andere gedaante gaandeweg een plek vonden of via kruisbestuiving zelfs leidden tot geheel nieuwe (digitale) kunstvormen. In de postmoderne kunst werd de combinatie van de meest uiteenlopende stijlelementen in een werk tot nieuwe stijl verheven. Hoewel in de jaren zestig en zeventig de schilderkunst dood werd verklaard, kwam deze in het begin van de jaren tachtig weer op de kaart te staan. Vooral Duitse en Italiaanse schilders verzetten zich met hun werk tegen het 'te ver doorgeschoten' modernisme. De conceptuele kunst in het digitale tijdperk genereerde uiteindelijk de volledige vrijheid in de kunsten, zoals Hans Coumans eerder had bepleit. 'Alles is kunst' was nu de opvatting, wat gevolglijk betekende dat kunstkritiek enkel kon plaatsvinden op individueel niveau en niet (meer) afhankelijk was van generieke maatstaven. Op dat moment zouden de figuratieve kunststromingen weer volledig worden geherwaardeerd in de officiële kunstwereld en kwam er ook weer aandacht voor contemporaine impressionistische schilders en is het impressionisme heden ten dage populairder dan ooit.

 

Met verschijnen van het oeuvreboek Hans Coumans, de man van de heuvels wil Stichting Hans Coumans de markante, vrijgevochten Zuid-Limburgse kunstschilder wederom onder de aandacht brengen en zijn indrukwekkende oeuvre bij een groter publiek bekend maken.
Hans Coumans was een flamboyante kunstbohémien, een artistieke vrijbuiter en bevlogen vrije, autonome geest, die de vrije waarde hoog in het vaandel had staan. De populaire schilder beoefende een opvallend bruisende Bourgondische levenskunst en een al even bruisende schilderkunst - pas op: enkel als hij er echt zin in had hanteerde hij het virtuoze penseel. De hartstochtelijke, grillige schilder leefde een emotioneel leven, wat zijn weerslag vond in een emotionele schilderkunst. Al vroeg in zijn leven besloot hij ondanks de straffe zuidelijke tegenwind - in het Zuid-Limburg van de jaren 50 stond men afwijzend tegenover kunst - blijvend tot de schilderkunst en wist hij zich als doorgewinterde artistieke vrijbuiter met de nodige bravoure vrij te vechten en via allerlei omzwervingen uiteindelijk een status te verwerven als vrije en onafhankelijke, bewust selfmade kunstschilder, die leefde van zijn werk. Uit eerzucht had hij zich gecommitteerd aan het volledig onafhankelijk kunstenaarschap door pertinent overheidssubsidies (BKR-regeling) te weigeren en te schilderen voor zijn brood (zoals iedereen zijn eigen brood moest verdienen). Spoedig ontpopte hij zich door zijn schildertalent en charismatische persoonlijkheid tot een populair cultfiguur, een 'schilder van het volk', wiens toegankelijke werk gretig aftrek vond - veelvuldig gingen de schilderijen 'nat van de hand'. En ondanks dat hij slechts een leeftijd van 43 jaar bereikte, beslaat het artistieke nalatenschap van deze productieve schilder een paar duizend werken, in ieder geval circa 1700 gedocumenteerde werken, (en afgaande op diverse schattingen) oplopend tot 4000 werken, grotendeels bestaande uit (houtskool) snelportretten.
Ofschoon Hans Coumans medio jaren 80 in de Limburgse provincie populariteit genoot als erkentelijk schilder, kreeg hij destijds vanuit de officiële kunstwereld geen erkenning voor zijn talent, omdat hij als een van weinige schilders van dat moment met zijn impressionistische kunst geheel in contrast werkte met de heersende traditie van de Postmodere (abstracte/conceptuele) kunst. De mainstream abstracte/conceptuele kunst gold destijds als absolute norm en had destijds alle eerdere kunststromingen dood verklaard, en ondanks dat Hans Coumans pleitte voor volledige vrijheid in de kunsten - met zijn impressionistisch Coumansisme ageerde hij fel tegen de arrogantie van de abstracte/conceptuele mainstream kunst van dat moment - werd hij volledig genegeerd door de 'officiële' kunstwereld en is zijn werk nooit aan een serieuze kunstkritische beschouwing onderworpen of besproken in de gevestigde kunstbladen. Hoewel tijdgenoten op zoek naar artistieke en culturele bevrijding naar de grote steden trokken en zich aansloten bij de mainstream abstracte kunst, bleef de gepassioneerde natuurmens Hans Coumans gehecht aan de romantiek van het Bourgondische cultuur en de natuur van het Zuid-Limburgse Heuvelland. Volgens Lei Molin was het een gemiste kans, dat Hans Coumans met zijn schildertalent in 'die slurf' was blijven hangen en dat hij niet naar de belangrijke kunststeden getrokken was, waar hij bij de juiste mensen zijn vaardigheden verder had kunnen ontwikkelen. Ook Charles Eyck erkende zijn leerling Hans Coumans als aanstormend talent, als hij nou maar eens de goedbedoelde adviezen van anderen ter harte zou nemen. Maar Hans Coumans trok zijn eigen plan en bleef de hartstochtelijke provinciaal. De in zijn ogen onovertroffen schoonheid van het Zuid-Limburgse Heuvelland zou altijd zijn geliefd onderwerp blijven, waaraan hij zijn schilderscarrière (grotendeels) wijdde.
De keerzijde van het volledig financieel onafhankelijk kunstenaarschap was, dit in tegenstelling tot veel andere kunstschilders die gebruik maakte van een overheidstoelage, dat de vrije schilder Hans Coumans (althans zoals hij zichzelf afficheerde) lange tijd allesbehalve volledig vrij was, omdat het vrijbuiterschap de vrije serieuze schilderkunst lange tijd in de weg zat. Lange tijd was hij gebonden aan decoratieve, quasi-artistieke projecten, waardoor het commerciële werk zijn gewaardeerde vrije werk lange tijd overschaduwde. Het gevolg hiervan is, dat een deel van zijn oeuvre niet overtuigend is. Dit deel is ofschoon wellicht aardig geschilderd in artistieke zin minder interessant. Er zijn schilderijen van een twijfelachtige artistieke kwaliteit, omdat de schilder concessies moest doen - "ik kan maar voor 10% laten zien wat ik kan..", verzuchte de schilder een tijd lang - druk ervoer van de opdrachtgevers, of omdat hij een periode leed aan depressie of gewoonweg geen 'zondagse dag' had. Hij was zich bewust dat hij geregeld de nodige kitsch moest vervaardigen. Toch kent zijn artistieke oeuvre als gevolg van de omvangrijkheid een groot aantal werken waaruit een bijzonder begaafd schilder blijkt. Naast de knap vervaardigde portretten zijn het vooral de natuurmotieven van het Heuvelland - zijn geliefd onderwerp oftewel zijn persoonlijke oeuvre - die een werkelijke bezieling en een virtuoze kunstschilder laten zien, die het penseel meester is. Deze natuurmotieven getuigen van een hartstochtelijke liefde voor de natuur (het leven) en excelleren in een onderscheidende elegantie. De 'levendige' taferelen van het Heuvelland zijn als een act van verwondering, waarmee Hans Coumans op unieke wijze een glimp van de ziel van de plek tracht te doorgronden, te onthullen en hij ons (als toeschouwer) de intrinsieke schoonheid van het Zuid-Limburgse landschap en daarmee de grootsheid van (het fenomeen) "...ut lêve" wil tonen.
Het artistieke oeuvre van kunstschilder Hans Coumans kent vanwege de natuurmotieven, stadsgezichten, stillevens, (snel)portretten en daarnaast de decoratieve en maatschappijkritische werken een breed karakter, waarmee hij de tijdgeest vanaf het begin van de jaren 60 tot en met halverwege de jaren 80 op boeiende wijze portretteert en vastlegt voor volgende generaties. In een periode in de kunstgeschiedenis na de oorlog waarin alles collectief anders moest in de kunsten en uiteindelijk velen 'hetzelfde' deden, onderscheidde de kunst van Hans Coumans zich duidelijk. Net als vele postmodernisten nam Hans Coumans een kritische maatschappelijke rol aan, maar in tegenstelling tot de postmodernisten, die vragen stelden om te ontwrichtten en te verwarren via de act, sneed Hans Coumans actuele maatschappelijke kwesties aan door middel van het klassieke beeld. Daarnaast liet Hans Coumans met zijn vrije werk, dus de natuurmotieven, een indringende kijk op het fenomeen "...ut lêve" (het leven, de natuur) zien, die aanzette tot 'kijken' en tot bewustwording van de grootsheid en dus de bijzonderheid van het leven. Hoewel Hans Coumans destijds weinig succesvol het figuratieve Coumansisme als antidogma poneerde, waarmee hij de hegemonie van de non-figuratieve mainstream Postmoderne (abstracte/conceptuele) kunst - feitelijke de arrogantie - op humoristische wijze bekritiseerde en pleitte voor de broodnodige totale vrijheid in de kunsten, zou die vrijheid zich uiteindelijk toch, twee decennia na zijn dood, vanaf de intrede van het informatietijdperk (onderzoektijdperk), gaandeweg aandienen. Vanaf het einde van de jaren '80 gingen namelijkk ook andere kunstschilders weer impressionistisch schilderen en zou het impressionisme weer volledig worden geherwaardeerd in de officiële kunstwereld. Het impressionisme is heden ten dage zelfs populairder dan ooit en de prijzen voor impressionistische werken stijgen snel. Dit maakt, dat het artistieke oeuvre van Hans Coumans vanuit cultuurhistorisch perspectief van bijzondere waarde is en zodoende relevant voor de Limburgse kunst van de tweede helft van de 20e eeuw.

Het oeuvreboek 'Hans Coumans, man van de heuvels' is door de vele paginavullende foto's van de schilderijen, aangevuld met fotomateriaal en anekdotes een bijzonder kleurrijk geheel, welk een waardevolle aanvulling vormt op de literatuur over de Limburgse kunst van de 20e eeuw. De prijs van een 256 pagina's tellend offset gedrukt exemplaar bedraagt €39,-.

 

 

 

Participanten

 

Onderzoek oeuvre: Serge, Jarosj, Carmen en Christine Coumans
Samenstelling, auteur en vormgeving boek: Serge Coumans, Eindhoven
Beschouwing oeuvre: Peter en Martine Driessen, Maastricht
Fotografie werken: Robin Heemstra, Eindhoven

Wilt u op de hoogte blijven van de ontwikkelingen rondom het boek-project, raadpleeg de website dan regelmatig. Indien u alvast (vrijblijvend en kostenloos) een exemplaar wilt reserveren, dan kunt u een bericht sturen naar het email-adres op de contactpagina. U wordt dan opgenomen in de mailinglijst van Stichting Hans Coumans en ontvangt ruim voorafgaand aan de boekpresentatie automatisch een invitatie.

Overigens is de stichting nog steeds op zoek naar werk, wetenswaardigheden en/of anekdotes die mogelijk interessant kunnen zijn voor het boek. Mocht u in bezit zijn van werk of informatie voor ons hebben, neem dan contact met ons op via de gegevens op de contactpagina.

 

 

© 2019 Hans Coumans, man van de heuvels