HANS COUMANS
man van de heuvels
BIOGRAFIE   OEUVRE   BOEK   INTERVIEW   STICHTING   CONTACT
Oeuvreboek

Als hommage aan de markante vrijgevochten Zuid-Limburgse kunstschilder Hans Coumans (1943-1986) wordt momenteel gewerkt aan het oeuvreboek 'Hans Coumans, man van de heuvels', welk medio volgend jaar ruim 30 jaar na zijn overlijden zal verschijnen. Het boek is het kleurrijke eindresultaat van het diepgravend onderzoek, gehouden tussen 2010 en 2018, naar het leven en het werk van deze begaafd en plein air kunstschilder, die medio jaren 80 van de vorige eeuw naam maakte als schilder van het Zuid-Limburgse landschap.
Hans Coumans was een hartstochtelijke, beminnelijke bohemien, die zowel een legendarisch bruisende levenskunst als virtuoze kunst van het schilderen beoefende, welk getuigt van een grote liefde voor het leven in al haar facetten - de natuur, de mens, de samenleving. Behalve schilder werd hij ook omschreven als bourgondiër, romanticus, natuurmens, komiek en maatschappijcriticus. Hans Coumans was een bijzonder vrijzinnige, geëngageerde geest met uitgesproken links-dwarse opvattingen, die met elan en humor maatschappelijke kritiek leverde en in verzet kwam tegen het onrecht. Al vroeg wist deze zelfbenoemde 'cowboy onder de schilders' zich met de nodige bravoure 'enkel met het penseel' vrijgevochten van de gevestigde maatschappelijke orde en eigenhandig een status te verwerven als vrije (bewust autodidact) kunstschilder, die leefde van zijn werk - kunstsubsidies weigerde hij pertinent uit eergevoel. Tradities en modegrillen in de kunsten ten spijt, hanteerde hij zijn leven lang een licht-impressionistische schilderstijl, het zogeheten Coumansisme, het enige 'isme' waar hij fervent aanhanger van was, waarin hij de vele typische aangezichten van het Limburgse landschap portretteerde.

Hans Coumans was een man van uitersten. De middelmaat was niet aan hem besteed, sterker nog, hij tekende protest aan en hij ging er lijnrecht tegen in. 'Himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt' was zeker van toepassing op deze ruwe bolster. Hans Coumans had een nogal een opvallend emotionele (sensitieve) en grillige persoonlijkheid. Hij was een impulsief, egocentrisch (non-conformistisch) en theatraal man, die een opvallende über-emotionele verbondenheid met het leven ervoer. Volgens sommigen hield hij dusdanig van het leven, dat hij dagelijks de grond kon kussen. De sentimentele wijze waarop hij het leven omarmde, uitte zich in een hartstochtelijke liefde (betrokkenheid) voor de natuur, het schilderen, de mensen en de samenleving (de wereld). Hans Coumans had een groot gevoel voor fundamentele vrijheidheidsrechten (zelfbeschikking), gelijkheid en (sociale) rechtvaardigheid. Hij geloofde in de absolute autonomie ('de vrije wil') van het individu, waardoor radicale 'bevrijding' (van 'het systeem') een leidmotief werd. In zijn strijd voor vrijheid verzette hij zich tegen de machten in de samenleving, die de vrije denkruimte van het individu ondermijnden, wat moreel verwerpelijk was. Zo kwam hij in opstand tegen de klassieke gevestigde orde: het kerkelijke instituut, het politieke en maatschappelijke establishment, de 'officiële' kunstwereld. Maar ook hekelde hij de tradities, de modegrillen en de heersende norm (middelmaat, kuddegedrag). Geld, bezit en status verfoeide hij. Voor hem was immers iedereen gelijk en telde de persoon, niet wat hij om of aan had. Het kapitalistisch wereldbeeld, dat alles beschouwt in termen van geld, was totaal onverenigbaar met zijn opvatting, dat de wereld van iedereen was. Hij stelde, dat de mens was gekaapt door het geld, afhankelijk gemaakt, terwijl de werkelijke waarde van het leven niet werd gekend. Voor de werkelijke waarde hoefde men alleen maar om zich heen te kijken (in de natuur), naar wat er 'is' oftewel het leven zelf. Materialisme, consumptiemaatschappij, industrialisatie en technologische ontwikkelingen waren louter geloofsartikelen, die in zijn ogen negatieve invloed hadden op de mens en leidden tot vernietiging van de natuur (de aarde).
De schilder meende dat het in een democratie behalve een burgerplicht de taak van de onafhankelijke kunstenaar was om kritische vragen te stellen en in verzet te komen tegen het onrecht. Plaatselijke kranten berichtten herhaaldelijk over ludieke (provo-achtige) protestacties 'op de barricade' en hilarische maar scherpe kritische werken (die standaard provocerend aan de voorgevel hingen), waarmee de schilder protest aantekende of zijn ongenoegen uitte over actuele maatschappelijke kwesties, zaken aan de orde stelde die het daglicht niet konden verdragen en/of gericht uithaalde naar bepaalde lieden van de kerk ("... die de Bijbel op de kop gelezen hebben...") of uit de politiek, die hij aansprak op hun geweten. Deze acties van vrijheid van meningsuiting veroorzaakte herhaaldelijk verhitte debatten binnen de plaatselijke gemeenschap en maakte de schilder zeker niet bij iedereen geliefd, getuige de bedreigingen aan zijn adres en annuleringen van opdrachten.

In elk motief of thema dat Hans Coumans hanteerde, manifesteerde zich een obsessie voor het object: de natuurmens wilde de ziel ervan doorgronden, blootleggen en anderen hiervan deelgenoot maken, vooral bewust maken - "... de mensen kijken, maar ze zien het niet!" klaagde de schilder onafgebroken. Dit is aanschouwbaar in de vele portretten en genrewerken, maar in het bijzonder in de talrijke natuurlandschappen en dorpsgezichten van het typische Zuid-Limburgse Heuvelland, welke getuigen van een groot ontzag (voor het leven) en verwondering over de pracht van de natuur in de provincie. Dit was "... onovertroffen in Nederland", beweerde de schilder. De natuurmens was lyrisch over de motieven, de transformatieprocessen, de vergankelijkheid en het nieuwe leven (de bloesem), de kleurschakering en de magie van het licht, vooral gedurende de herfstmaanden met zijn roestige (roodbruin) tinten, dat hij urenlang gefascineerd kon uitwijden over de bijzonderheid van creatie, waarmee onze Herrgot ons toch maar had omringt. Schilderen stond voor Hans Coumans gelijk aan de begaafdheid tot spreken. De kunst van het schilderen was voor hem een liefdesdaad. De wonderbaarlijke fenomenen die in de natuur plaatsvonden, dit waren overweldigende indrukken, dat hij werkelijk idolaat geraakte - "Ik word gek van de kleuren!", sprak hij geregeld uit - en dit moest vastleggen op doek. Het zijn deze en plein air Heuvellandmotieven - zijn persoonlijke oeuvre - waarmee Hans Coumans in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw in de provincie Limburg naam maakte als getalenteerd schilder. Maar de emotionele verbondenheid, betrokkenheid komt misschien nog het meest tot uitdrukking in de tientallen kritische werken - hiervan zijn slechts enkele stukken behouden gebleven, omdat deze slechts een tijdelijk doel dienden en keer op keer werden overgeschilderd - waarmee hij met veel humor actuele politieke kwesties aan de kaak stelde, zaken aan het licht bracht die het daglicht in zijn ogen niet konden verdragen of publiekelijk de spot dreef met bekende politieke of kerkelijke figuren, die iets op hun kerfstok hadden. Zelfs niet-kritische werken bevatten nog wel eens de nodige komische politieke boodschappen, zoals een overvliegend AWAX-vliegtuig of een politieke grafitti, ergens onopvallend in een hoek.

Hans Coumans was een productieve schilder, en ondanks dat hij slechts een leeftijd van 43 jaar bereikte, realiseerde hij een artistieke nalatenschap van een paar duizend werken. Omdat hij zich al van jongs af aan uit eergevoel - in zijn omgeving stond men afwijzend tegen kunst: kunstenaars waren armoedzaaiers of erger nog, het waren parasieten van de samenleving - had gecommitteerd aan het volledig onafhankelijk kunstenaarsschap door subsidies van de overheid (BKR-regeling) te weigeren, was hij genoodzaakt te schilderen voor zijn brood. Echter, dankzij zijn schildertalent - behendig, ogenschijnlijk nonchalant, ontstonden zijn creaties in een handomdraai - en zijn opvallend charismatische persoonlijkheid wist hij zich spoedig een plek tussen de mensen te verschaffen en groeide hij uit tot een populaire schilder, een 'schilder van het volk', wiens toegankelijke werk gretig aftrek vond - veelvuldig gingen de schilderijen 'nat' van de hand. Ofschoon gedurende het diepgravende onderzoek naar het werk en leven van Hans Coumans tussen 2010 en 2018 circa 1700 individuele werken zijn gedocumenteerd, is de aanname van 3500 realistischer, aangezien veel werk (waarvan bekend is dat het heeft bestaan) in de anonimiteit is verdwenen of verloren is gegaan. Zo bestond een substantieel deel van het oeuvre uit (houtskool) snelportretten - het portretteren op de talrijke jaarlijkse Limburgse markten en braderieën was volgens de schilder zelf de eigenlijke hoofdbron van inkomsten - waarvan gedurende het onderzoek echter weinig terug is gevonden. Dat geldt eveneens voor tientallen decoratieve muurschilderingen, vervaardigd in de établissementen en schutterslocalen - deze zijn in de loop van de tijd omwille modernisatie verwijderd. Afgezien van het verdwijnen van werk heeft het onderzoek ook een aanzienlijk deel aangetroffen dat in slechte conditie verkeert door een gebrek aan onderhoud, of door oppervlaktestof, vochtplekken, waterschade of sigarettenrook ernstig is aangetast - omwille de doorsnede van het oeuvre is ervoor gekozen om deze werken in het boek op te nemen.

Alvorens Hans Coumans zich volledig zou toeleggen op de vrije kunst was hij lange tijd een artistieke vrijbuiter. In zijn schilderscarriere zou het vrije werk lange tijd overschaduwd zijn door het commerciële werk. De schilder moest eerst de kunst van het (over)leven zien te beheersen, voordat er de rust kwam voor een leven voor de kunst.
De rusteloze vrije geest, die zich kort na zijn artistieke aanleg openbaarde ‘dwong’ Hans Coumans al vroeg tot een ongebonden kunstenaarsbestaan. Het onbegrip van zijn ouders en omgeving voor het kunstenaarsschap - met kunst kon je de kost niet verdienen, was de opvatting in die tijd - leidde spoedig tot opstandigheid en conflicten. In zijn tienerjaren - na het behalen van zijn diploma tot huisschilder aan de Ambachtsschool in Heerlen, waar hij "... vanwege materiaalkennis tenminste nog iets aan had." - zou hij zich ontworstelen aan het ouderlijke gezag en de tradities in het petieterige Roomse kerkdorp Schin op Geul en gevolglijk 'de wijdte' verkiezen en op eigen houtje de wereld intrekken, op zoek naar vrijheid en indrukken van andere levenswijzen. Gedurende diverse langdurige solistische zwerftochten tussen zijn 15e en 19e levensjaar door diverse landen in Europa - Duitsland (Aken, Heidelberg, Schwarzwald), Frankrijk (Parijs), Spanje - leerde de vagebond de kunst van het overleven via allerlei baantjes (waaronder decorateur, barkeeper, boerenknecht, bordenwasser) en door middel van zijn opvallend tekentalent, dat geringe inkomsten bracht door het portretteren van mensen in de plaatselijke kroegen. Eenmaal terug in het Geuldal had de vagebond, de jonge pauperschilder met enkel 3 penselen op zak, geen vast onderkomen, waardoor hij van het ene adres naar het andere (soms leegstaande kamers in hotels) verkaste en bij gebrek aan geld kost en inwoning verrekende met een schilderij of een portret van de gastheer.
Later, in 1965, mocht Hans Coumans (ondanks dat hij niet beschikte over de vereiste vooropleiding) toetreden tot de avondopleiding van de Maastrichtse Stadsacademie van de befaamde Jef Scheffers. Hoewel de door Jef Scheffers gepredikte 'ambachtelijkheid van het schilderen' Hans Coumans erg aanspraak, stuitte de rigide academische scholing - de ijzeren discipline en de geestdodende, eindeloze herhaaloefeningen - de aspirant vrije kunstschilder zeer tegen de borst, waardoor het plezier snel over was en hij het na een aantal verhitte discussies gedesillusioneerd voor gezien hield. Het verblijf in 1966 op het atelier van bekend beeldend kunstenaar Charles Eyck bleek eveneens weinig succesvol, aangezien het ware meesterschap in de ogen van de rusteloze leerling te lang op zich liet wachten - beginnende leerlingen mochten enkel basiswerkzaamheden verrichten, penselen schoonmaken - en hij vanwege een conflict met zijn leermeester vroegtijdig moest afhaken. Rond deze tijd vestigde Hans Coumans zich 'officieel' als zelfstandig kunstenaar in Valkenburg en hoewel hij zich eigenhandig plein air verder bekwaamde in de landschapskunst - door het ontbreken van een eigen atelier struinde hij de kroegen en braderieën af, op zoek naar geïnteresseerden voor zijn schilderijen - ontplooide hij zich in dit toeristische stadje vooralsnog als portrettist - aanvankelijk met de houtskool snelportretten op de terrassen in de plaatselijke kroegen gevolgd door de olieverf portretten - en vond hij de weg naar de decoratieve 'kunst', grote wandschilderingen van het idyllische Heuvelland, in de plaatselijke horeca. In een mum van tijd hingen er tientallen werken in de kroegen van Valkenburg en zou hij, soms vergezeld door assistent-schilders, opdrachten aannemen door heel Zuid-Limburg. Aan het einde van de jaren 70 is Hans Coumans uitgegroeid tot een veelbesproken en plein air schilder, zelfs een toeristische attractie à la Montmartre, in het Geuldal.
Ofschoon het gemakkelijke geld en het rijkelijke Bourgondische sociale leven in de plaatselijke kroegen grote aantrekkingskracht uitoefende, hield dit de vrije althans financieel onafhankelijke schilder evenwel lange tijd gevangen, en weerhield het hem om zich te richten op datgene waar zijn hart lag: de vrije kunst. Het zelfpredikaat "... schilder van het volk", was niets anders dan een schijnijdelheid voor de bühne en een excuus uit zelfbehoud, uit onzekerheid over zijn artistieke kwaliteiten, om zich niet te hoeven begeven op het onzekere pad van de vrije kunst. In het artikel 'De andere Hans Coumans' uit 1971, gepubliceerd in de plaatselijke courant Land van Valkenburg zegt hij, dat mensen hem van buiten kenden als een vrolijke vagebond, maar van binnen ging hij kapot, omdat hij wist dat hij zijn talenten niet gebruikte. Hij moest voortdurend concessies doen - "... ik kan maar tien procent laten zien van wat ik in huis heb..." - waardoor hij gedwongen was de nodige kitsch te produceren.
Ondanks dat Hans Coumans al vanaf zijn kindertijd is aangemoedigd of geholpen om zich verder te bekwamen in de kunsten - niet in de laatste plaats door Jef Scheffers en Charles Eyck - zag de schilder dit telkens als pedanterigheid. De enige persoon, die hem werkelijk heeft kunnen bewegen om zijn diepgewortelde artistieke ambitie waar te maken, bleek zijn geheel onverwacht opdoemende muze - zijn jongere schoonzus, die hij al 20 jaar niet had gezien - met wie hij na een kortstondige liefdesrelatie in het huwelijk trad. Zij gaf hem niet alleen het nodige zelfbesef, maar spoorde hem aan zijn cynisme - "..wat heeft het voor een zin om een mooi schilderij te maken terwijl er zoveel rotzooi in de wereld is...?" - te laten varen en bewoog hem toch vooral tot het maken van een keuze wie hij wilde zijn: de artistieke vrijbuiter of toch de serieuze schilder? De liefde voor haar betekende een definitief keerpunt in zijn schildersloopbaan, waarbij hij afscheid nam van de artistieke vrijbuiterij om zich volledig te gaan wijden aan het serieuze schilderen. Het afslaan van commerciële opdrachten luidde aanvankelijk een financieel onzekere periode in. Zeker toen inkomsten uitbleven, en zijn vrouw, met een eerste kind op komst, hem dreigde te verlaten, moest hij zijn productie zien te vergroten en nieuwe thema's zien te ontwikkelen. Vanaf dat moment is hij structureel te vinden op de bekende beeldbepalende plekken in het Geuldal, terwijl hij zich gedurende de wintermaanden richtte op stillevens en portretten.
Als gevolg van onenigheid over een ventvergunning en toenemende overlast door toedoen van het massatoerisme verruilde Hans Coumans in 1976 Valkenburg met Nuth, waar hij als gevolg van een sociaal isolement en wederom (drugs)overlast in een depressie te geraken, om zich tenslotte in 1981 te vestigen in het boerendorp Bingelrade, waar de schilder uiteindelijk in een bloeiperiode terecht kwam. In deze omgeving vond hij de langgekoesterde rust, wat hem uiteindelijk de ruimte gaf voor zijn vrije kunst. Uiteindelijk genoot Hans Coumans vanaf het begin van de jaren 80 zowel artistieke als financiële voorspoed. In de provincie had hij inmiddels toenemende naamsbekendheid verkregen als respectabel schilder, zowel bij de bourgeoisie als in academische kringen, en kende hij een inmiddels een brede groep van liefhebbers die getrouw werk kochten. Hij stelde zijn atelier open voor onderricht en vertoefde wekelijks met in een wisselend internationaal gezelschap van studenten, dikwijls afgestudeerde academici, door Zuid-Limburg om en plein air te werken. Als gevolg van zijn naamsbekendheid ontving hij in 1981 de nationale opdracht voor de vervaardiging van een staatsportret van aankomend koningin Beatrix, echter de vraag als hofschilder wees hij af, aangezien de activist immers zijn hele leven in opstand was gekomen tegen het establishment. Na een productieve periode vonden in 1984 een tweetal succesvolle exposities in Kasteel 'Doonder' in Doenrade plaats en na een kort maar ernstig ziektebed en periode van herstel eind 1985 een laatste in 'het Kloeëster' in Schinveld, zijn derde en meest succesvolle expositie tot dan toe. Met een vijfde expositie een jaar later in voorbereiding overleed de schilder in 1986 op 43-jarige leeftijd als gevolg van een noodlottig auto-ongeluk.

Hans Coumans was een onvervalst impressionist. Het weerbarstige temperament vond direct zijn weerslag in de kunst van de impressie. De schilder zou dan ook blijvend het impressionistische pallet hanteren en schilderen in een 'levendige' variant. Het 'Coumanisme', het enige 'isme' waar deze schilder fervent aanhanger van was, omschreef hijzelf als een 'lichte' variant op het impressionisme, vanwege de vlotte, spontane benadering. De (met name vrije) werken kennen een opvallende beweeglijkheid en veelal sprankelend koloriet. De losse, ogenschijnlijk nonchalante maar trefzekere toets laat een virtuoos schilder zien. Hij had een krachtige hand en speelde met het penseel. De grove streken, de lichte 'veerachtige' toetsen, soms de spitse achterkant van het penceel of de ruige vegen van het plamuurmes, zelfs het zakmes, deze handelingen vertonen bravoure. Schilderen bestond volgens Hans Coumans ook voor het overgrote deel, voor 80%, uit durf en het overige deel voor 10% uit (de beheersing van de) techniek en voor 10% uit de kwaliteit (c.q. eigenschap) van het materiaal. Dikwijls schilderde hij met meerdere (complementaire) kleuren aan 1 penseel om vlot en direct kunnen mengen op het doek. Zo ging schilderen in een buitengewoon rap tempo. In vergelijking met bekende impressionistische werken, die feitelijk dikwijls zorgvuldig overwogen en na uitgebreide voorstudies werden geconstrueerd, is de kunst van Hans Coumans daadwerkelijk de impressie van het moment: de werken zijn in de buitenlucht in het moment vervaardigd, in een buitengewoon rap tempo, zonder voorstudies of technische hulpmiddelen zoals het perspectiefraam of de fotografie. Zijn studies beperkten zich tot de ontelbare, langdurige wandelingen door de natuur - hij kende de unieke plekken van het Heuvelland - en zodra het licht 'goed' was, liet hij alles prompt uit zijn handen vallen en spoedde hij zich naar zijn onderwerp.
Kenmerkend van dit 'Coumansisme' is dat de stijlontwikkeling afgezien van enkele Barokke (vroege periode) en meer expressieve (latere periode) experimenten en periodes met een specifieke kleurenpallet tamelijk behoudend verloopt - de schilder richtte zich hoofdzakelijk op het vakmanschap, waarin hij in de loop der jaren (door een toenemend zelfvertrouwen) in toenemende mate excelleert - terwijl de opeenvolgende individuele werken van sterk wisselende emotionele expressie kunnen getuigen, dikwijls een opvallend inconsistent kleurenpallet vertonen of (niet op de laatste plaats) van wisselende artistieke kwaliteit zijn. Dit is te wijten aan de weerbarstige emotionele gemoedstoestand van de schilder, die direct zijn weerslag vond in de impressie van het moment: kunst ontstond in een emotionele opwelling. De krachtige werken zijn de werken die het snelst zijn vervaardigd: hierin komt het meesterschap over het penseel het duidelijkst naar voren. Anderzijds waren er dagen zonder inspiratie - " een schilder heeft niet elke dag een zondagse dag..." of leed hij periodes aan neerslachtigheid of ervoer hij te veel druk (te weinig vrijheid) bij opdrachten, wat negatieve invloed had op de artistieke kwaliteit.

Ondanks de naamsbekendheid als getalenteerd schilder verkreeg Hans Coumans nooit artistieke erkenning vanuit de 'officiële' kunstwereld. Niet alleen speelde het vroegtijdig overlijden op 43-jarige leeftijd een rol: hij had gewoonweg te weinig tijd. Ook ontbrak het hem aan een academische scholing, en hoewel een welbewuste keuze, was dit in de vorige eeuw een vereiste om aan de intellectuele (academische) discussie deel te kunnen nemen. Überhaupt concentreerde de academische discussie zich destijds hoofdzakelijk in de grote Europese steden, de artistieke zwaartepunten zoals Amsterdam en Brussel, en werd de provincie niet serieus genomen. Slechts een enkele Limburgse schilder, waaronder Charles Eyck, Lei Molin, Pieter Defesche, Giel Serpenti en Guillaume Stassen wist zijn naam te vestigen boven de rivieren. Maar de belangrijkste reden is dat de Limburger destijds als een van de weinige schilders non-conformistische buiten de mainstream kunst om werkte, met als gevolg dat hij uitgesloten werd door de kunstwereld.
De kunstwereld was op dat moment in de kunstgeschiedenis namelijk in de exclusieve ban van de (non-figuratieve) abstracte en conceptuele kunst, welke alle eerdere (figuratieve) stromingen radicaal dood had verklaard, waardoor hij werd genegeerd door de avant-garde en de gevestigde vakliteratuur geen interesse toonde in zijn werk. En zeker voorafgaand aan het informatietijdperk hadden de enkele kunstcritici grote autoriteit en de gevestigde kunstbladen een allesbepalende invloed in de kunstwereld. In de Post-Modernistische tijd na de Tweede Wereldoorlog kwam verzet tegen de traditionele opvattingen - er werd afgerekend met (oppervlakkige) esthetiek - en werd kunst hergedefinieerd. De post-modernisten geloofden dat de vernieuwing in de kunst zou leiden tot vooruitgang in de maatschappij. Toonaangevende kunst was vernieuwend, onvoorspelbaar: het moest ontwrichten, in de war sturen en zo (kritische) vragen stellen, die op andere maatschappelijke niveaus niet aan de orde kwamen. Het kunstwerk was (nog slechts) een idee, een gevolg van een gedachte, een daad, een proces of een gebeurtenis. Het experimenteren en het creëren van abstracte verbeeldingen van de echte werkelijkheid stond voorop. De theorie werd belangrijker dan het beeld. Alles moest anders, waardoor vernieuwing als belangrijkste ijkpunt voor originaliteit werd gerekend en gold als maatstaf voor de kunstkritiek Vanuit die optiek behoorde het esthetische impressionistische Coumansisme tot een eerder hoofdstuk uit de kunstgeschiedenisboeken. Het behoorde tot de volkskunst: toegankelijke, oppervlakkige en aangename kunst. Hans Coumans aan de andere kant had duidelijk andere opvattingen over kunst. En de 'officiële kunstwereld', daar had hij al helemaal geen goed woord voor over. Een arrogante elite-bende was het, die wel even voor de ander bepaalde wat kunst is; "Maar wie bepaald dat, wat kunst is...?". De schilder geloofde niet in de belofte dat voortdurende vernieuwing in de moderne kunsten tot vooruitgang in de wereld zou leiden. Vernieuwing, innovatie of technologische ontwikkelingen hadden volgens hem enkel geleid tot meer sociale ongelijkheid, vervuilende industrie en massavernietigingswapens, stelde hij. In zijn ogen had de mens het contact met de echte wereld, met de natuur, verloren en zich gericht op bijzaken zoals geld en materialisme. ij koesterde grote liefde voor het pure, ongekunstelde schilderen. Gedurende zijn gehele schilderscarrière lag zijn interesse bij de ontwikkeling van het meesterschap. De recente kunststromingen aanschouwde hij dan ook als een teloorgang van het ware meesterschap oftewel het echte schilderen. Het experimenteren in de kunsten deed hij af als hysterisch: choqueren om het choqueren. "...Kunstenmakers zijn het, geen kunstenaars: die drie lijnen, dat heeft vrij weinig met schilderen te maken...". Maar belangrijker nog, hij verweet veel jonge tijdgenoten kuddegedrag vanwege het kritiekloos - want dan zat je altijd veilig - volgen van de modegrillen "... wat hen nog geen avant-garde maakt..." en de afhankelijkheid van Marga Klompé - zij initieerde de BKR-regeling, een financiële compensatie-regeling voor kunstenaars, die maandelijks een werk konden inleveren bij de plaatselijke overheid in ruil voor een toelage - terwijl men van de kunstenaar een onafhankelijke, kritische houding jegens de (kunst-)wereld mag verwachten. Het ontbrak de kunstwereld aan zelfkritiek, puur uit angst de maandelijkse toelage mis te lopen, waardoor het artistieke circus zichzelf in stand hield en er feitelijk geen of slechts sporadisch sprake was van vernieuwing.
Het emotionele solistische verweer tegen de hegemonie in de kunsten - tegen de arrogantie - en zijn pleidooi voor volledige vrijheid in de kunsten - het 'Coumansisme' was niets anders als een 'tegen-isme' - vond op dat moment geen weerklank. Toch gingen vanaf de jaren '80 ook andere kunstschilders in Europa en de Verenigde Staten weer figuratief te schilderen en kwam de figuratieve kunst weer in de gratie. Uiteindelijk zou de conceptuele kunst zich onder invloed van het informatietijdperk van een uniforme stoming verder ontwikkelen tot een brede en pluriforme stroming aan het begin van de 21e eeuw, waarbinnen de eerdere kunststromingen vanuit het experiment of vanuit het onderzoek in een of andere vorm gaandeweg een plek vonden of via kruisbestuiving zelfs leidden tot geheel nieuwe (digitale) kunstvormen. De conceptuele kunst in het digitale tijdperk genereerde volledige vrijheid in de kunsten, zoals Hans Coumans eerder had bepleit. 'Alles is kunst' was nu de gedeelte opvatting, wat gevolglijk betekende dat kunstkritiek enkel kon plaatsvinden op individueel niveau en niet (meer) afhankelijk was van generieke maatstaven. Op dat moment zouden de figuratieve kunststromingen weer volledig worden geherwaardeerd in de officiële kunstwereld en kwam er ook weer aandacht voor contemporaine impressionistische schilders.

Met verschijnen van het oeuvreboek van 'Hans Coumans, de man van de heuvels', wil de stichting de Zuid-Limburgse schilder wederom onder de aandacht brengen en zijn uitbundige oeuvre bij een groter publiek bekend maken. De populaire schilder beoefende een bruisende Bourgondische levenskunst en een virtuoze kunst van het schilderen. Al vroeg wist hij zich vrij te vechten en een status te verwerven als vrije (autodidact) kunstschilder, die trots leefde van zijn werk. De keerzijde van deze 'vrije' schilderscarrière was, dat lange tijd schilderen voor zijn brood als ook zijn cynisme de vrije kunst in de weg zat. Dientengevolge is een deel van het oeuvre, ofschoon goed geschilderd, in artistieke zin minder interessant. Daarnaast zijn er werken die van artistiek mindere kwaliteit zijn, omdat de schilder concessies moest doen, druk ervoer van de opdrachtgevers of omdat hij geen 'zondagse dag' had. Toch laat zijn persoonlijke oeuvre, dus de aangezichten van het Limburgse landschap, een virtuoze kunstschilder zien, die het penseel meester is. Deze natuurmotieven excelleren in een onderscheidende elegantie en getuigen van een hartstochtelijke liefde voor de natuur en het leven. De vele uitbundige 'levendige' taferelen van het Heuvelland zijn als een daad van verwondering, waarmee hij op een eigenzinnige (persoonlijke) wijze een glimp van de ziel onthult en hij ons, wij toeschouwer, op een boeiende manier de intrinsieke schoonheid van het Zuid-Limburgse landschap toont.
Het artistiek oeuvre van Hans Coumans kent vanwege de natuurmotieven, stadsgezichten, stillevens, (snel)portretten en daarnaast de decoratieve en maatschappijkritische werken een breed karakter, waarmee hij de tijdgeest vanaf de jaren 60 tot en met halverwege de jaren 80 op een boeiende wijze vastlegt. In een periode in de kunstgeschiedenis waarin alles anders moest en uiteindelijk velen 'hetzelfde' deden, laat (het leven en) de kunst van Hans Coumans een unieke kijk op de wereld zien - de natuur, de mens, de samenleving - dat aanzet tot 'kijken' en tot nadenken. Deze combinatie maakt Hans Coumans relevant voor de Limburgse kunst van de 2e helft van de 20e eeuw.
Het oeuvreboek is door de vele foto's van de schilderijen, aangevuld met fotomateriaal en anekdotes een kleurrijk geheel, dat een waardevolle aanvulling vormt op de literatuur over de Limburgse kunst van de 20e eeuw. De prijs van een 256 pagina's tellend offset gedrukt exemplaar bedraagt €39,-.

 

Participanten

Onderzoek oeuvre: Serge, Jarosj, Carmen en Christine Coumans
Samenstelling, auteur en vormgeving boek: Serge Coumans, Eindhoven
Mede-auteur: Emile Ceelen, Valkenburg
Beschouwing oeuvre: Peter en Martine Driessen, Maastricht
Documentatie oeuvre: Museum Land van Valkenburg
Fotografie werken: Robin Heemstra, Eindhoven
Eindredactie: Daniëlle Puts, Eindhoven

Wilt u op de hoogte blijven van de ontwikkelingen rondom het boek-project, raadpleeg de website dan regelmatig. Indien u alvast (vrijblijvend en kostenloos) een exemplaar wilt reserveren, dan kunt u een bericht sturen naar het email-adres op de contactpagina. U wordt dan opgenomen in de mailinglijst van Stichting Hans Coumans en ontvangt ruim voorafgaand aan de boekpresentatie automatisch een invitatie.

Overigens is de stichting nog steeds op zoek naar werk, wetenswaardigheden en/of anekdotes die mogelijk interessant kunnen zijn voor het boek. Mocht u in bezit zijn van werk of informatie voor ons hebben, neem dan contact met ons op via de gegevens op de contactpagina.