INTRODUCTIE   BIOGRAFIE   OEUVRE   BOEK   INTERVIEW   STICHTING   CONTACT
Man van de Heuvels
biografie
De rusteloze vrijheidsgeest, die zich kort na zijn artistieke aanleg openbaarde ‘dwong’ Hans al vroeg tot een ongebonden bestaan. De ‘beknelling van de bekrompen Sjinse stoel’ zorgde ervoor dat hij op jeugdige leeftijd – na twee jaar Ulo te Valkenburg en Ambachtsschool te Heerlen (met een diploma tot huisschilder) – een onstuimig vrijbuitersleven leidde. Tussen zijn vijftiende en negentiende levensjaar ondernam hij diverse langdurige (solistische) reizen door Europa – Aken, Heidelberg, Schwarzwald, Parijs, Spanje – terwijl zijn ouders geen idee hadden waar hun zoon zich ophield. In 1961 mocht hij het circusgezelschap Tony Boltini vergezellen bij hun tour door Duitsland, totdat de dienstplicht in 1962 abrupt een einde maakte aan zijn verworven vrijheden.

Na het leger bezocht Hans in 1963 de Stadsacademie van Jef Scheffers te Maastricht, maar vanwege de geldende stringente academische leer hield hij het hier vroegtijdig voor gezien; net als op het atelier van beeldend kunstenaar Charles Eyck, waar het ware meesterschap te lang op zich liet wachten. Om in zijn levensonderhoud te voorzien vestigde hij zich in deze periode als zelfstandig kunstschilder in het Geuldal en ontplooide hij zich aanvankelijk als (snel‐)portrettist en schilder van idyllische Heuvellandtaferelen in de plaatselijke horeca. Spoedig maakte hij hiermee naamsbekendheid en vervaardigde hij in tientallen kroegen, restaurants en hotels door heel Zuid-Limburg grote muurdecoraties.
In 1965 lonkte de weidsheid van de polder en verbleef hij kortstondig binnen de Haarlemse kunstscène en de Amsterdamse Provobeweging, maar de massahysterie deed hem na enkele maanden alweer terugkeren naar het Heuvelland.
Een paar jaar later, in 1969, trok hij voor een half jaar naar Spanje om de Costa’s te verfraaien met talrijke muurtaferelen.

Terug in Valkenburg ontmoette Hans zijn jeugdliefde Christine van Kempen, met wie hij kort daarna in 1970 in het huwelijk trad. De liefde voor haar betekende een keerpunt in zijn schilderscarrière; zij gaf hem het nodige zelfbesef en spoorde hem aan zijn diepgewortelde ambitie als serieuze schilder waar te gaan maken, ofschoon het afslaan van commerciële opdrachten een financieel onzekere periode inluidde.

Na een kort verblijf in Binche (België) in 1974, verruilde hij in 1976 Valkenburg met Nuth om zich tenslotte in 1981 te vestigen in Bingelrade, waar hij uiteindelijk in rustiger vaarwater kwam.
De laatste vijf jaar van zijn kunstenaarscarrière genoot Hans zowel artistiek als financieel succes. Hij stelde zijn atelier open voor onderricht en was gastdocent op de academie in Düsseldorf. De nationale opdracht in 1981 voor de vervaardiging van een staatsportret van Beatrix wees hij af, omdat hij immers zijn hele leven in opstand was gekomen tegen het establishment.

Na een zeer productieve periode met succesvolle exposities in 1984 en 1985, kwam op 16 november 1986 (door een auto‐ongeluk) plotsklaps een einde aan zijn leven.