HANS COUMANS
man van de heuvels
BIOGRAFIE   OEUVRE   BOEK   INTERVIEW   STICHTING   CONTACT
Biografie

De markante, vrijgevochten kunstschilder Hans Coumans (1943-1986) trok zijn eigen plan. Hij zou altijd de hartstochtelijke provinciaal blijven. Ondanks kritiek van tijdgenoten, die in de jaren 60 op zoek naar artistieke en culturele bevrijding naar de Randstad trokken en zich aansloten bij de mainstream abstracte/conceptuele kunst, bleef de gepassioneerde natuurmens Hans Coumans te zeer gehecht aan de unieke schoonheid van het Bourgondische leven als aan de al even weelderige natuur van de Zuid-Nederlandse provincie en schilderde hij non-conformistisch buiten de mainstream om in een licht-impressionieke stijl. Door de hartstochtelijke liefde voor het leven en fascinatie voor de natuur nemen de natuurmotieven een centrale positie in in zijn oeuvre, waardoor deze zijn aan te merken als zijn persoonlijke oeuvre. Hoewel Hans Coumans als kindschilder reeds bedreven was in het schilderen van de natuur van het Heuvelland, zou hij lange tijd als vrijbuiter de vrije levenskunst beoefenen, alvorens hij zich volledig zou toeleggen op de vrije schilderkunst en hij uiteindelijk begin jaren 80 populariteit verwierf als 'man van de heuvels'.

Het zou niet lang duren voordat duidelijk werd dat Hans Coumans als onconventioneel figuur door het leven zou gaan. Al op vierjarige leeftijd vertoonde hij getuige de vele volgekladde behangrollen een opmerkelijke aanleg voor tekenen, waarmee hij vanaf zijn zesde levensjaar diverse tekenwedstrijden won van onder andere de Staatsmijnen en later van de verffabrikant Talens, maar net zo vaak werd gediskwalificeerd, aangezien de jury de inzending niet van een kind achtte. Rond zijn 8e levensjaar leek het dan definitief beklonken als hij in vastberaden bewoording "Ik word schilder en ga de wereld in!" zijn toekomstplannen verkondigde. Hij zou gaan studeren aan de kunstacademie en het tot die tijd rustig aan kunnen doen. Het hoofd van de basisschool, zelf gepassioneerd amateurschilder, zag eveneens al vroeg het talent van Hans Coumans en ondanks zijn (tevergeefse) persoonlijke inspanning om de kindschilder direct na de basisschool op de kunstacademie toegelaten te krijgen, had hij allesbehalve een hoge pet op van de jonge aspirant-schilder, daar deze weinig ontvankelijk was voor de goedbedoelde adviezen en er zelfs lijnrecht tegenin ging. Niemand had toen kunnen vermoeden, dat zijn jongere schoonzus met de bezwerende woorden, dat zij ooit in het huwelijksbootje zouden stappen, op een later tijdstip daadwerkelijk van beslissende betekenis zou zijn voor het leven en de carrière van de toekomstige kunstschilder.
De rusteloze vrije geest, die zich kort na zijn artistieke aanleg openbaarde ‘dwong’ Hans Coumans al vroeg tot een onzeker, ongebonden kunstenaarsbestaan. Het onbegrip voor het kunstenaarsschap - kunst bracht geen brood op de plank, was de algemene opvatting in de periode vlak na de oorlog - leidde spoedig tot verzet en toenemende conflicten binnen de familie. In zijn tienerjaren, na het behalen van zijn diploma tot huisschilder aan de Ambachtsschool in Heerlen waar hij op dat moment, nog te jong voor de kunstacademie, "... vanwege de materiaalkennis tenminste nog iets aan had...", zou hij zich ontworstelen aan het ouderlijke gezag als het even petieterige Roomse kerkdorp Schin op Geul en gevolglijk 'de wijdte' verkiezen en solistisch de wereld intrekken, op zoek naar vrijheid en indrukken van andere levenswijzen. Gedurende diverse langdurige clandestiene solistische zwerftochten tussen zijn 15e en 19e levensjaar door diverse landen in Europa - Duitsland (Laurensberg, Heidelberg, Schwarzwald), Frankrijk (kunstenaarskwartier Montmarte in Parijs), Spanje - leerde de vagebond de kunst van het overleven via allerlei baantjes (o.a. decorateur, barkeeper, boerenknecht, bordenwasser, kermishulp) en door middel van zijn tekentalent, dat geringe inkomsten bracht door het portretteren (sneltekenen) van mensen in de plaatselijke kroegen. Tussendoor, in 1961, vergezelde de jonge Hans Coumans het beroemde internationale circusgenootschap Tony Boltini als (o.a.) olifantendompteur en rekwisiteur - Klants Zoo Valkenburg leverde dieren en dompteurs aan diverse circussen - een seizoen bij hun tour door Nederland en Duitsland, totdat ook de circuspiste hem benauwde en hij weer de vrijheid opzocht. De militaire dienstplicht op de kazerne in Amersfoort maakte in 1962 abrupt een einde aan zijn verworvenheden, maar al gauw bleek de jonge schilder, die als pacifist pertinent weigerde een wapen ter hand te nemen om te schieten, enkel geschikt om de officieren alsook hun kinderen te portretteren, totdat de jonge schilder na 7 maanden tijdens een oefening plotsklaps een ongeluk kreeg en hij van defensie vroegtijdig 'glansrijk' mocht afzwaaien. Eenmaal terug in het Geuldal verkaste de vagebond, de jonge pauperschilder met enkel 3 penselen op zak, van het ene naar het andere adres (soms leegstaande kamers in hotels) en verrekende hij kost en inwoning met een (muur)schilderij of een portret van de gastheer. Om zijn en plein air schilderijen aan de man te brengen, struinde hij de vele Zuid-Limburgse kroegen en de braderieën af, op zoek naar cultuurminnaars. In pension 't Hoonderhöfke in Schoonbron en later in het restaurant van Kasteel Schaloen in Oud-Valkenburg mocht hij zijn eerste exposities organiseren.

In 1965 verruilde de jonge aspirant-schilder het Geuldal met de Maasoever en mocht Hans Coumans, inmiddels oud genoeg, toetreden tot de avondopleiding van de Maastrichtse Jan van Eyck Academie van de befaamde Jef Scheffers, ondanks dat hij niet beschikte over de vereiste vooropleiding. Hoewel de door Jef Scheffers gepredikte 'ambachtelijkheid van het schilderen' Hans Coumans erg aanspraak, stuitte de harde hand van de academische scholing - de ijzeren discipline en de technische aard conflicteerde diametraal met zijn emotionele, intuïtieve wijze van werken - de aspirant vrije kunstschilder zo zeer tegen de borst, waardoor hij het na een aantal verhitte discussies al na een paar weken voor gezien hield. Te eigenzinnig voor de academie richtte de jonge schilder zich zoals voorheen zelfstandig op de vrije schilderkunst en de al even vrije kunst van het leven. Enige tijd stortte hij zich in het voor jonge kunstenaars aantrekkelijke Bourgondische nachtleven met gewillige vrouwelijke modellen in de Zuid-Limburgse hoofdstad. Om de algemene opvatting, dat kunstenaars parasieten van de samenleving waren, te weerleggen, ondernam de jonge schilder samen met een academici-kameraad gedurende wintermaanden van 1965-1966 een 3 maanden durende voetreis door de Eifel, waarbij het tweetal goed geld verdiende met het portretteren (sneltekenen) van het uitgaande publiek in de plaatselijke kroegen. In het voorjaar van 1966 trok Hans Coumans enige maanden naar Haarlem en Amsterdam om te verblijven onder de Rietveld Academici en om zich aan te sluiten bij het geweldloze studentenprotest van de anarchistische Provo's, maar de (tot zijn verbijstering) gewelddadigheden in de hoofdstad deden hem al weer spoedig terugkeren naar het gemoedelijkere zuiden.
Terug in Zuid-Limburg vestigde Hans Coumans zich 'officieel' als zelfstandig kunstschilder in Valkenburg, waar hij zich intensief bezighield met een even bruisende Bourgondische levenskunst als schilderkunst. Hoewel hij zich na de academie eigenhandig plein air verder bekwaamde in met name de landschapskunst, ontplooide hij zich in het toeristische Geulstadje voornamelijk als portrettist - aanvankelijk als sneltekenaar van houtkool portretten (in de populaire kroegen, op de terrassen en braderieën) en gaandeweg als portrettist van volwassen olieverfportretten, waar hij op zijn 25e veel waardering voor kreeg - en vond hij de weg naar de decoratieve kunst - grote thematische wandschilderingen veelal van het landschap van het Heuvelland - in de plaatselijke établissementen en openbare gelegenheden. Binnen afzienbare tijd kreeg hij opdracht naar opdracht en hingen er tientallen decoratieve werken in de kroegen van Valkenburg en omstreken en zou hij, soms vergezeld door assistent-schilders, opdrachten realiseren door heel Zuid-Limburg, van Roermond tot Vaals. Op advies van de plaatselijke verfhandelaar, die zag dat Hans Coumans zijn talent rijkelijk aan het verkwanselen was aan allerlei commerciële quasi-artistieke projecten dat deze niet meer toekwam aan zijn gewaardeerde vrije werk, ging Hans Coumans in 1966 in de leer bij de in Valkenburg woonachtig bekend beeldend kunstenaar Charles Eyck. Ofschoon de verfhandelaar Hans Coumans aanspoorde om deze keer vol te houden, bleek het verblijf op het atelier echter al even weinig succesvol als op de academie, aangezien het ware meesterschap in de ogen van de rusteloze leerling te lang op zich liet wachten - beginnende leerlingen mochten enkel basiswerkzaamheden verrichten, "... wat (constructie)lijntjes trekken..." en penselen schoonmaken - en hij, nadat hij bij afwezigheid van zijn leermeester de schilderijen naar eigen inzicht vervolmaakte, zonder pardon de laan werd uitgestuurd. Een paar jaar later, in het voorjaar van 1969, vergezelde Hans Coumans enkele stadsgenoten naar de Spaanse Costa's, waar hij spoedig naam maakte als Pintor Holandes en hij naast zijn activiteiten als en plein air sneltekenaar-schilder vele reclame en decoratieve werken in de horecagelegenheden realiseerde, maar na ruim een half jaar, na een niet uitbetaalde opdracht voor het beschilderen van een complete discotheek in Benidorm, berooid terugkeerde naar het Heuvelland. Aan het einde van de jaren 60 was de markante theaterman Hans Coumans door zijn toegankelijke werk en bijzonder charisma uitgegroeid tot een populaire en plein air kunstschilder, zelfs een toeristische attractie à la Montmartre, in de toeristische hoofdstad van Zuid-Limburg.

Ofschoon het gemakkelijke geld en het rijkelijke Bourgondische sociale leven grote aantrekkingskracht uitoefende, hield dit de vrije schilder evenwel lange tijd gevangen, en weerhield het hem om zich daadwerkelijk te richten op datgene waar zijn hart lag, namelijk de vrije kunst. In tegenstelling tot zijn reputatie was deze vrije schilder allesbehalve volledig vrij. Het zelfpredikaat 'schilder van het volk' was in feite niets anders dan een schijnijdelheid voor de bühne en een excuus uit zelfbehoud, uit onzekerheid over zijn artistieke kwaliteiten, om zich niet te hoeven begeven op het glibberige (onzekere) pad van de vrije kunst. In het artikel 'De andere Hans Coumans' uit 1971, gepubliceerd in de plaatselijke courant Land van Valkenburg zegt de schilder, dat mensen hem van buiten kenden als een vrolijke vagebond, maar dat hij van binnen kapot ging, omdat hij wist dat hij zijn talenten niet gebruikte. Hij moest voortdurend concessies doen - "... ik kan maar tien procent laten zien van wat ik in huis heb..." - waardoor hij gedwongen was de nodige kitsch te produceren.
Ondanks dat Hans Coumans al vanaf zijn kindertijd is aangemoedigd of geholpen om zich verder te ontwikkelen in de kunsten - niet in de laatste plaats door Jef Scheffers, Charles Eyck en Lei Molin - zag de schilder, die zich niet de wetten en regels liet voorschrijven, dit telkens als bemoeizucht. De enige persoon, die hem werkelijk heeft kunnen bewegen om zijn diepgewortelde artistieke ambitie waar te maken, bleek zijn geheel onverwacht opdoemende muze - zijn jongere schoonzus, die hij al 20 jaar niet had gezien - met wie hij na een hartstochtelijke liefdesrelatie een half jaar later in de zomer van 1970 in het huwelijk trad. De liefde voor haar betekende een definitief keerpunt in de schildersloopbaan van Hans Coumans. Zijn muze gaf hem niet alleen het nodige zelfbesef, maar spoorde hem aan om zijn cynische blik gericht op de (buiten)wereld - "..wat heeft het voor een zin om een mooi schilderij te maken terwijl er zoveel rotzooi in de wereld is...?" - los te laten, maar zijn blik eens op zijn innerlijke wereld te richten. Wie wilde de schilder nou werkelijk zijn, de (artistieke) vrijbuiter of toch de serieuze schilder? De stabiliteit en betrekkelijke rust die zijn muze hem bracht, maar ook haar onvoorwaardelijke vertrouwen in hem, bewoog de schilder uiteindelijk om zich volledig te gaan wijden aan het serieuze schilderen, ofschoon het afslaan van commerciële opdrachten een financieel onzekere periode inluidde. Zeker toen de broodnodige inkomsten als gevolg van zijn algedurige bovenmatige Bourgondische levenskunst uitbleven en zij hem dreigde te verlaten, moest hij dit geestelijk knelpunt zien op te lossen alsmede zijn productie zien te vergroten en op een of andere manier nieuwe thema's zien te ontwikkelen. Vanaf dat moment is de schilder dan ook structureel te vinden op de bekende beeldbepalende plekken in en rondom het Geuldal, terwijl hij zich gedurende de wintermaanden veelal richtte op stillevens en de portretkunst.

Na een moeizame financiële en emotionele periode die volgde, omdat het vrije werk onvoldoende inkomsten bracht en de schilder nog steeds concessies moest doen, trok hij in de zomer van 1974 een half jaar naar Binche (België) om in alle vrijheid te schilderen. In 1975 organiseerde de schilder op uitnodiging van de eigenaar van hotel-restaurant Zonnig Zuiden, die de schilder wilde helpen publiciteit te genereren, in Valkenburg een derde expositie. Als gevolg van de intrede van het massatoerisme en de bijbehorende toenemende overlast hiervan verruilde de schilder in 1976 toeristisch Valkenburg met het forenzendorp Nuth, waar hij na aanvankelijke rust als gevolg van een sociaal isolement en dit maal drugsoverlast gevolgd door een aanslag op zijn gezin waarvoor het gezin op de vlucht moest slaan en gedurende 3 maanden op diverse adressen bivakkeerde, medio 1979 in een depressie geraakte, welke ruim een jaar zou duren. Eenmaal terug in Nuth zou het kunstenaarsgezin hier als gevolg van herontwikkelingsplannen nog maar kort verblijven om zich tenslotte in 1981 te vestigen in het groene plattelandsdorp Bingelrade, waar de schilder onverwacht uiteindelijk in een bloeiperiode terecht kwam. Ofschoon Nuth een emotioneel dieptepunt was, wat zijn weerslag vond in de kwaliteit van zijn schilderijen, had de afzondering hem tezelfdertijd gedwongen om zich, ver weg van alle geneugten en verleidingen, daadwerkelijk enkel en alleen te richten op zijn schilderkunst. En deze trend zou zich nu in Bingelrade voortzetten. In deze omgeving vond de schilder de langgekoesterde geestelijke rust, wat hem uiteindelijk de ruimte gaf voor zijn vrije kunst.
Uiteindelijk genoot Hans Coumans vanaf het begin van de jaren 80 met zijn zogeheten Coumansisme - zijn impressionieke kritiek op de abstracte/conceptuele mainstream kunst van dat moment - zowel artistieke als financiële voorspoed. De schilder wijdde zijn tijd volledig aan zijn persoonlijk oeuvre en deed geen enkele concessie meer. In de provincie had hij inmiddels toenemende naamsbekendheid verkregen als respectabele kunstschilder, zowel bij de bourgeoisie als in academische kringen, die getrouw werk aankocht. Als gevolg hiervan ontving hij in 1981 de nationale opdracht voor de vervaardiging van een staatsportret van aankomend koningin Beatrix, echter het verzoek tot hofschilder wees hij af, aangezien de activist-schilder immers zijn hele leven in opstand was gekomen tegen het establishment. Vanaf 1982 stelde Hans Coumans zijn atelier open voor onderricht aan leerlingen van verschillende pluimage, van het jeugdwerk tot amateurschilders tot afgestudeerde academici,en toerde hij wekelijks met een wisselend internationaal gezelschap van leerlingen door Zuid-Limburg om en plein air te werken. Een semester lang was hij gastdocent aan de vermaarde Staatliche Kunstacademie in Düsseldorf om een nieuwe generatie schilders het schildervak (de ambachtelijkheid van het schilderen) bij te brengen. Na een productieve periode vonden in 1984 een tweetal succesvolle exposities in Kasteel 'Doonder' in Doenrade plaats. Maar naar deze successen werd de schilder eind 1984 ernstig ziek door levercirrose, het gevolg van een leven lang enthousiast drinken. Toch gaf de schilder zich niet zo snel gewonnen aan Bacchus en zou hij na een kort ziektebed gevolgd door een herstelperiode van nagenoeg een jaar eind 1985 met de hulp van de Onderbankse wethouder een laatste expositie in 'het Kloeëster' in Schinveld organiseren, zijn vijfde en meest succesvolle expositie tot dan toe. Met een zesde expositie een jaar later in voorbereiding overleed de schilder plotsklaps eind 1986 als gevolg van een noodlottig auto-ongeluk.

Hans Coumans werd 43 jaar. De sneltekenaar-schilder liet een vrouw en vier kinderen na. Hij realiseerde een omvangrijk oeuvre van enkele duizenden werken.