HANS COUMANS
man van de heuvels
BIOGRAFIE   OEUVRE   BOEK   INTERVIEW   STICHTING   CONTACT
Biografie

Kunstschilder Hans Coumans zou altijd de hartstochtelijke provinciaal blijven. Terwijl tijdgenoten in de jaren 60 naar de Randstad trokken om naam te maken in de kunsten, bleef de gepassioneerde natuurmens Hans Coumans te zeer gehecht aan de unieke schoonheid van het Bourgondische leven en de al even weelderige natuur van de Zuid-Nederlandse provincie. Door de hartstochtelijke liefde voor het leven en fascinatie voor de natuur nemen de natuurmotieven een centrale positie in in zijn oeuvre, zodat deze zijn aan te merken als zijn persoonlijke oeuvre. Hoewel Hans Coumans als kindschilder bedreven was in het schilderen van de natuur, zou lange tijd de vrije levenskunst op de voorgrond staan en zou hij vooral een vrijbuiterleven leiden, alvorens hij zich volledig zou toeleggen op de vrije schilderkunst en hij uiteindelijk bekendheid verwierf als 'man van de heuvels'.

De rusteloze vrije geest, die zich kort na zijn artistieke aanleg openbaarde ‘dwong’ Hans Coumans al vroeg tot een onzeker, ongebonden kunstenaarsbestaan. Het onbegrip voor het kunstenaarsschap - met kunst kon je de kost niet verdienen, was de algemene opvatting in de periode vlak na de oorlog - leidde spoedig tot verzet en conflicten binnen de familie. In zijn tienerjaren - na het behalen van zijn diploma tot huisschilder aan de Ambachtsschool in Heerlen, waar hij "... vanwege materiaalkennis tenminste nog iets aan had." - zou hij zich ontworstelen aan het ouderlijke gezag en de tradities in het petieterige Roomse kerkdorp Schin op Geul en gevolglijk 'de wijdte' verkiezen en solistisch de wereld intrekken, op zoek naar vrijheid en indrukken van andere levenswijzen. Gedurende diverse langdurige solistische zwerftochten tussen zijn 15e en 19e levensjaar door diverse landen in Europa - Duitsland (Laurensberg, Heidelberg, Schwarzwald), Frankrijk (Parijs), Spanje - leerde de vagebond de kunst van het overleven via allerlei baantjes (waaronder decorateur, barkeeper, boerenknecht, bordenwasser, kermishulpknaap) en door middel van zijn opvallend tekentalent, dat geringe inkomsten bracht door het portretteren (sneltekenen) van mensen in de plaatselijke kroegen. In 1961 vergezelde hij als circusartiest het circusgenootschap Tony Boltini een seizoen bij hun tour door Nederland en Duitsland. Eenmaal terug in het Geuldal verkaste de vagebond, de jonge pauperschilder met enkel 3 penselen op zak, van het ene naar het andere adres (soms leegstaande kamers in hotels) en verrekende hij kost en inwoning met een (muur)schilderij of een portret van de gastheer. Met zijn en plein air schilderijen struinde hij de kroegen en de braderieën af, op zoek naar cultuurminnaars. In pension 't Hoonderhöfke en later op Kasteel Schaloen organiseerde hij zijn eerste exposities.

In 1965 trok Hans Coumans enige maanden naar Amsterdam om zich aan te sluiten bij het geweldloze studentenprotest van de anarchistische Provo's, maar de gewelddadigheden in de hoofdstad deden hem al weer spoedig terugkeren naar het gemoedelijkere zuiden. Terug in Zuid-Limburg mocht hij in datzelfde jaar toetreden tot de avondopleiding van de Maastrichtse Jan van Eyck Academie van de befaamde Jef Scheffers, ondanks dat hij niet beschikte over de vereiste vooropleiding. Hoewel de door Jef Scheffers gepredikte 'ambachtelijkheid van het schilderen' Hans Coumans erg aanspraak, stuitte de rigide academische scholing - de ijzeren discipline en de technische aard (de geestdodende, eindeloze herhaaloefeningen) van de opleiding - de aspirant vrije kunstschilder zo zeer tegen de borst, waardoor hij het na een aantal verhitte discussies al na een paar weken voor gezien hield. Rond deze tijd vestigde Hans Coumans zich 'officieel' als zelfstandig kunstenaar in Valkenburg en hoewel hij zich eigenhandig plein air verder bekwaamde in de landschapskunst, ontplooide hij zich in het toeristische Geulstadje voornamelijk als portrettist - eerst als sneltekenaar op de terrassen, in de kroegen en op jaarlijkse markten en braderieën en daarna als portrettist van volwassen olieverfportretten - en vond hij de weg naar de decoratieve kunst - grote thematische wandschilderingen van het Heuvelland - in de plaatselijke établissementen. In een mum van tijd hingen er tientallen werken in de kroegen van Valkenburg en zou hij, soms vergezeld door assistent-schilders, opdrachten aannemen door heel Zuid-Limburg. Op advies ging Hans Coumans in 1966 in de leer bij bekend beeldend kunstenaar Charles Eyck, echter het verblijf op het atelier bleek al even weinig succesvol als de academie, aangezien het ware meesterschap in de ogen van de rusteloze leerling te lang op zich liet wachten - beginnende leerlingen mochten enkel basiswerkzaamheden verrichten, "... (constructie)lijntjes trekken..." en penselen schoonmaken - en hij, nadat hij bij afwezigheid van zijn leermeester de schilderijen naar eigen inzicht vervolmaakte, zonder pardon de laan werd uitgestuurd. In het voorjaar van 1969 trok hij ruim een half jaar naar de Spaanse Costa's, waar hij spoedig naam maakte als Pintor Holandes en hij naast zijn activiteiten als en plein air sneltekenaar-schilder vele decoratieve werken in de plaatselijke horeca-gelegenheden realiseerde. Aan het einde van de jaren 60 was de markante Hans Coumans uitgegroeid tot een populaire en plein air kunstschilder, zelfs een toeristische attractie à la Montmartre, in de toeristische hoofdstad van Zuid-Limburg.

Ofschoon het gemakkelijke geld en het rijkelijke Bourgondische sociale leven grote aantrekkingskracht uitoefende, hield dit de vrije (althans financieel onafhankelijke) schilder evenwel lange tijd gevangen, en weerhield het hem om zich te richten op datgene waar zijn hart lag, namelijk de vrije kunst. Het zelfpredikaat "... schilder van het volk", was in feite niets anders dan een schijnijdelheid voor de bühne en een excuus uit zelfbehoud, uit onzekerheid over zijn artistieke kwaliteiten, om zich niet te hoeven begeven op het glibberige (onzekere) pad van de vrije kunst. In het artikel 'De andere Hans Coumans' uit 1971, gepubliceerd in de plaatselijke courant Land van Valkenburg zegt de schilder, dat mensen hem van buiten kenden als een vrolijke vagebond, maar van binnen ging hij kapot, omdat hij wist dat hij zijn talenten niet gebruikte. Hij moest voortdurend concessies doen - "... ik kan maar tien procent laten zien van wat ik in huis heb..." - waardoor hij gedwongen was de nodige kitsch te produceren.
Ondanks dat Hans Coumans al vanaf zijn kindertijd is aangemoedigd of geholpen om zich verder te ontwikkelen in de kunsten - niet in de laatste plaats door Jef Scheffers en Charles Eyck - zag de schilder, die zich niet de wetten en regels liet voorschrijven, dit telkens puur als bemoeizucht. De enige persoon, die hem werkelijk heeft kunnen bewegen om zijn diepgewortelde artistieke ambitie waar te maken, bleek zijn geheel onverwacht opdoemende muze - zijn jongere schoonzus, die hij al 20 jaar niet had gezien - met wie hij na een hartstochtelijke liefdesrelatie in het huwelijk trad. De liefde voor haar betekende een definitief keerpunt in de schildersloopbaan van Hans Coumans. Zijn muze gaf hem niet alleen het nodige zelfbesef, maar spoorde hem aan om zijn cynische blik gericht op de (buiten)wereld - "..wat heeft het voor een zin om een mooi schilderij te maken terwijl er zoveel rotzooi in de wereld is...?" - los te laten, maar zijn blik eens op zijn innerlijke wereld te richten. Wie wilde de schilder nou werkelijk zijn, de artistieke vrijbuiter of toch de serieuze schilder? De stabiliteit en betrekkelijke rust die zijn muze hem bracht, maar ook haar onvoorwaardelijke vertrouwen in hem, bewoog de schilder uiteindelijk om afscheid te nemen van de artistieke vrijbuiterij om zich volledig te gaan wijden aan het serieuze schilderen, hoewel het afslaan van commerciële opdrachten een financieel onzekere periode inluidde. Zeker toen inkomsten uitbleven, en zijn vrouw, met een eerste kind op komst, hem dreigde te verlaten, moest hij zijn productie zien te vergroten en nieuwe thema's zien te ontwikkelen. Vanaf dat moment is de schilder structureel te vinden op de bekende beeldbepalende plekken in het Geuldal, terwijl hij zich gedurende de wintermaanden veelal richtte op stillevens en portretten. In 1975 organiseerde de schilder op uitnodiging van de eigenaar een derde expositie in hotel-restaurant Zonnig Zuiden in Valkenburg.

Na een moeizame artistieke periode en tezelfdertijd toenemende overlast van het massatoerisme verruilde Hans Coumans in 1976 toeristisch Valkenburg met het forenzendorp Nuth, waar hij als gevolg van een sociaal isolement en dit maal drugsoverlast in een mineurstemming geraakte, om zich tenslotte in 1981 te vestigen in het groene plattelandsdorp Bingelrade, waar de schilder uiteindelijk in een bloeiperiode terecht kwam. In deze omgeving vond hij de langgekoesterde rust, wat hem uiteindelijk de ruimte gaf voor zijn vrije kunst. Uiteindelijk genoot Hans Coumans vanaf het begin van de jaren 80 zowel artistieke als financiële voorspoed. In de provincie had hij inmiddels toenemende naamsbekendheid verkregen als respectabele kunstschilder, zowel bij de bourgeoisie als in academische kringen, die getrouw werk aankochten. Hij stelde zijn atelier open voor onderricht en vertoefde wekelijks met een wisselend internationaal gezelschap van studenten door Zuid-Limburg om en plein air te werken. Een periode was hij gastdocent aan de vermaarde Staatliche Kunstacademie in Düsseldorf om een nieuwe generatie schilders het schildervak bij te brengen. Als gevolg van zijn naamsbekendheid ontving hij in 1981 de nationale opdracht voor de vervaardiging van een staatsportret van aankomend koningin Beatrix, echter de vraag als hofschilder wees hij af, aangezien de activist-schilder immers zijn hele leven in opstand was gekomen tegen de gevestigde macht. Na een productieve periode vonden in 1984 een tweetal succesvolle exposities in Kasteel 'Doonder' in Doenrade plaats en na een kort maar ernstig ziektebed gevolgd door een periode van herstel eind 1985 een laatste expositie in 'het Kloeëster' in Schinveld, zijn vijfde en meest succesvolle expositie tot dan toe. Met een zesde expositie een jaar later in voorbereiding overleed de schilder plotsklaps eind 1986 als gevolg van een noodlottig auto-ongeluk.

Hans Coumans werd 43 jaar. De sneltekenaar-schilder liet een vrouw en vier kinderen na. Hij realiseerde een omvangrijk oeuvre van enkele duizenden werken.